Ook als rubriek op de zaterdagse pagina Spiritualteit in de Leeuwarder Courant

.

zaterdag 29 november 2008

Martelaren


Zat je op een protestantse school dan hoorde je er niets over - wel over de glorieuze inname door de watergeuzen van Den Briel op 1 april 1572. Maar op een katholieke school werd het je in felle kleuren geschilderd: de geschiedenis van de Martelaren van Gorcum.
Vorig jaar nog verscheen voor katholieke kinderen een stripboek over deze zwarte bladzijde uit de vaderlandse geschiedenis, ‘De tijdelijke dood’, uitgegeven door het bisdom Rotterdam. En morgenavond staan ze centraal in het tv-programma ‘Nederland in 12 moorden’.

Voor degenen die niet op een katholieke school zaten: drie maanden na de inname van Den Briel werden door diezelfde geuzen zeventien geestelijken en twee lekenbroeders vernederd, gefolterd en uiteindelijk opgehangen of verbrand - de meesten stierven in Gorcum.
De negentien bleven befaamd, omdat hun verhaal snel werd vastgelegd en bezongen door Rutger en Willem van Est, neven van martelaar Claes Pieck. Willem maakte een strijdlied van maar liefst 33 coupletten op, nota bene, de wijs van het Wilhelmus.

De martelaren groeiden uit tot wonderdoende helden. In 1675 werden ze zalig- en in 1867 heiligverklaard. De Nederlandse bisschoppen waren daar niet echt blij mee. Er leefden in die tijd nogal wat antipaapse gevoelens en zij vreesden voor olie op het vuur.
Dat viel alleszins mee. Er ontstond een Nationale Bedevaart naar het Heiligdom van de Martelaren van Gorcum in Brielle, die nog altijd in ere wordt gehouden. Sterker nog, de laatste jaren is er zelfs sprake van een toename van het aantal deelnemers.

‘Nederland in 12 moorden’, zondag, Ned.2, 19.15-19.40 uur

vrijdag 28 november 2008

Pater Titus

Een paar dagen geleden noemde ik hem hier al: Pater Titus, oftewel Titus Brandsma, de karmeliet uit Oegeklooster bij Bolsward, die in 1942 in concentratiekamp Dachau als martelaar stierf en in 1985 zalig werd verklaard.
Al jaren is de grote vraag of de kleine pater, die tot de katholieke voormannen hoorde, ook een heiligverklaring krijgt. Vorig jaar nog drong kardinaal Ad Simonis daarop bij het Vaticaan aan.

Heilig of niet, pater Titus blijft onverminderd in de belangstelling staan. De afgelopen weken verschenen maar liefst drie nieuwe boeken over hem. Collega Hans Willems bespreekt ze vandaag in de Leeuwarder Courant.
Van Kees Waaijman verscheen ‘De spiritualiteit van Titus Brandsma’ en Joan Hemels schreef ‘Als het goede maar gebeurt’, dat vooral handelt over de betekenis van Brandsma voor de katholieke pers.
De meeste aandacht geeft Willems terecht aan de gisteren gepresenteerde kloeke biografie van oud-collega Ton Crijnen, ‘Titus Brandsma, de man achter de mythe’. In tegenstelling tot eerdere biografen, hield Crijnen een gepaste distantie. Zoals Crijnen in zijn nawoord schrijft: ,,Ik ben al tevreden als ik zijn portret heb weten te reinigen van de aanslag die kritiekloze aanbidders erop hebben achtergelaten.’’

Daarin is de biograaf geslaagd, vindt Willems. Crijnen laat onder meer zien dat Brandsma ook opvliegend kon zijn, en niet geheel wars was van ijdelheid. ,,Zijn vroomheid kon gemakkelijk overgaan in een zekere arrogantie jegens derden.’’
Crijnen keert zich, aldus Willems, tegen groepen zowel op de rechter- als op de linkervleugel van de RK Kerk, die in de loop der jaren de karmeliet poogden te annexeren. ,,Brandsma was geen kritische theoloog en boog geregeld voor de strakke hiërarchie in de kerk. Maar hij was ook niet wars van vernieuwingen en stond open voor oecumenische samenwerking. In veel opzichten was hij een kind van zijn tijd, soms wat verder in zijn denken, soms wat achterblijvend.’’

Als persoon bleef pater Titus ook voor Crijnen een mysterie, omdat de man ,,zelfden of nooit over zijn eigen zielenroerselen sprak’’. Wat zo inspirerend is bij Brandsma, aldus Crijnen, is zijn mystiek waarbij hij in ieder mens Gods gelaat weerspiegeld zag. Ondanks een diepe crisis en vertwijfeling hield hij dat tot in Dachau en tot aan zijn dood vol.

donderdag 27 november 2008

Vaticaan & Lennon

Dat was wat, de uitspraak van John Lennon in 1966 in de krant London Evening Standard dat de Beatles op dat moment populairder waren dan Jezus. ,,Jesus was all right.’’ Maar zijn volgelingen, daar had Lennon weinig mee op. ,,Het christendom zal verdwijnen.’’
De wereld was te klein. Nou ja, vooral de Verenigde Staten, waar de uitspraak maanden later in het nieuws kwam en waar vervolgens de Beatles van de radiozenders werden verbannen, brandstapels werden opgericht om Beatlesalbums te verbranden, terwijl Lennon ondertussen doodsbedreigingen kreeg.

Ruim 42 jaar later kan de krant van het Vaticaan, L’Osservatore Romano, begrip opbrengen voor de opschepperige Lennon, overweldigd als deze jongen uit de arbeidersklasse was door zijn succes. De krant steekt zelfs de loftrompet over de ,,euforische lichtheid’’ en het niveau van de muziek van het Britse kwartet.
Deze herwaardering moet al degenen tot nadenken stemmen die graag de barricaden op gaan om zich te weer te stellen tegen aanvallen op kerk, godsdienst en geloof die ze opmerken. In deze postmoderne tijd waarin met graagte wordt opgemerkt dat Nederland met dit ‘VU-kabinet’ nog nooit zo’n ‘vertrutting’ heeft gezien, en waarin religie weer mag als je er maar niet te veel van laat merken, valt er voor hen genoeg te strijden.

Natuurlijk hoef je niet alles over je kant te laten gaan, maar de genoemde reacties op de befaamde uitlating van Lennon zijn een goed voorbeeld van hoe het niet moet. Alle tumult had de halfwas, want hoe oud was die knaap toen helemaal, niet verdiend.
In het bijbelboek Spreuken staat een heel aardige duotekst, die ik citeer uit de vertaling van het Nederlands Bijbelgenootschap van 1951, omdat ik die daar mooier vind dan de Nieuwe Vertaling. Allereerst Spreuken 26 vers 4: ‘Antwoord een zot niet naar zijn dwaasheid, opdat gijzelf hem niet gelijk wordt.’ Kijk.

Maar, toegegeven, Spreuken gaat in één adem door met vers 5: ‘Antwoord een zot naar zijn dwaasheid, opdat hij niet wijs zij in eigen oog.’ Eigenlijk beweegt zich het hele leven tussen die twee teksten. Trek ik mijn mond open, of niet? Volgens mij zegt Spreuken: gooi alleen parels voor díe zot, die nog een beetje voor rede vatbaar is.
Dat zouden meer mensen moeten doen, met name op internetfora. Maar daarover een andere keer.

woensdag 26 november 2008

Reli-dagen

Een christelijke feestdag vervangen door bijvoorbeeld het islamitische Suikerfeest is onzinnig, zei PvdA-staatssecretaris van sociale zaken - en toekomstig burgemeester van Rotterdam - Ahmed Aboutaleb dit weekeinde.
De christelijke wortels van Nederland moeten niet worden ontkend. En: vrije dagen met Pasen en Pinksteren zijn een verworvenheid in Nederland. Aldus Aboutaleb op een congres van SGP-jongeren, die als geen ander weten dat christelijke feestdagen slechts menselijke inzettingen zijn.

Misschien heeft Aboutaleb gelijk. Maar misschien wordt het in dit postmoderne land hoog tijd dat we bij die zogenaamde verworvenheden stilstaan. Sterker nog, laten we ophouden met die vanzelfsprekende vrije dagen op christelijke feestdagen.
Er valt voor te pleiten om, net als bij bijvoorbeeld het Suikerfeest, alleen de mensen vrijaf te geven die daar om religieuze gronden om vragen. Pardon, jij wilt Tweede Paasdag vrij? En sinds wanneer ben jij christelijk? Zo’n maatregel kan de kerken misschien net die boost geven, waar ze op zitten te wachten.
Waarom vrijaf geven als veel mensen niet eens eens meer weten wat met Pasen wordt herdacht (goede oplossing: de opstanding van Jezus), of op Hemelvaartsdag (goede oplossing: Jezus’ hemelvaart).

En wie weet nog waar Pinksteren voor staat? Vooruit, laten we royaal zijn, we geven dié werknemers op Tweede Pinksterdag vrij, die tenminste kunnen oplepelen dat dan de uitstorting van de heilige Geest wordt herdacht.
En de inspecteurs die op het werk en in kroegen snuiven of er gerookt wordt, krijgen er een gewichtiger taak bij: zij controleren de huizen of er geflirt wordt met de Kerstman, die vreselijke kloon van Sinterklaas, waarover Jacob Noordmans maandag in de krant terecht schreef dat dit de enige allochtoon is die geweerd moet worden.
Wie de Kerstman in huis haalt, heeft niets van het kerstfeest begrepen en moet dus gewoon aan het werk. Al te veel dennengroen en andere heidense uitbundigheid, mag ook niet door de vingers worden gezien. Een overdaad aan zoetsappige engeltjes en herdertjes leidt tot een waarschuwing.

dinsdag 25 november 2008

Wierookverbod

In de berichtgeving rond het rookverbod, verspreidde het ANP een paar dagen geleden een aardig bericht. Paus Urbanus staat bekend als de paus die het kortste kerkvorst was (hij overleed twaalf dagen na zijn verkiezing aan malaria) maar hij was in 1590 waarschijnlijk ook de eerste die een rookverbod in openbare ruimtes instelde. Een ieder die in de kerk tabak consumeerde, of dat nu pijp-, pruim- of snuiftabak was, liep de kans te worden geëxcommuniceerd.
Wanneer er een wierookverbod in de kerken komt, wilde een collega weten. Dat is een goede vraag. Ondenkbaar is zo’n verbod niet.

Deze zomer was er een bericht over een nieuw onderzoek naar de schadelijke gevolgen van wierook, dit keer van Amerikanen en Denen die tien jaar lang duizenden Chinezen volgden: dagelijks wierook verbranden, vergroot de kans op verschillende soorten kanker aan de luchtwegen. Zeker wanneer de gelovige ook nog rookt. Direct was er het immer snedige commentaar op allerlei internetfora: een rookverbod in de horeca? Dan ook een verbod op wierookverbranding in tempels en kerken.
Dat zo’n verbod niet zou sporen met de vrijheid van religie, hoeft niet per se een doorslaggevende overweging te zijn. Onlangs hoorde ik hoe een katholieke parochie het altaar wilde verplaatsen, zodat de priester eindelijk met zijn gezicht naar de gelovigen kon staan (al sinds het Tweede Vaticaanse concilie in de jaren zestig goed gebruik in de Rooms-Katholieke Kerk). Dit werd echter verboden. De reden: zo’n wijziging van het kerkinterieur was strijdig met het monumentale karakter van het gebouw en altaar.

Al jaren worden kerkgenootschappen geplaagd door onredelijke eisen van de brandweer. Opeens moeten er in monumentale kerken meer deuren, of deuren die eeuwen naar binnen opengingen, moeten eigenlijk naar buiten openslaan.
Twee jaar geleden woonde ik in het Karmelklooster in Drachten een misviering ter gelegenheid van Allerzielen bij. Een viering dus in de geest van de karmelietessen die in 1993 het klooster verlieten, dat sindsdien een bezinningscentrum is. Vlak voor de samenkomst zou beginnen, ging het brandalarm af.
Wat was er aan de hand? Jan en Ietje Hofstra, die de Karmel bestieren, hadden gezorgd dat het complex aan de brandveiligheidsvoorschriften voldeed. Overal in de lage kloosterruimtes kwamen dus rookmelders. En u begrijpt het al: de melders verdroegen de wierook, hoe geestelijk ook, niet. Dankzij de nieuwe voorschriften is het gebouw dus niet meer geschikt voor zijn oorspronkelijke functie.

maandag 24 november 2008

Evolutieleer

Een groep christelijke organisaties gaat begin volgend jaar bij zes miljoen huishoudens een brochure in de bus doen met als thema: ‘Evolutie of schepping - wat geloof jij?’ Volgend jaar is Darwinjaar, de bedenker van de evolutieleer werd twee eeuwen eerder geboren.
De campagne wil duidelijk maken dat de evolutietheorie geen exacte wetenschap is, maar dat die net als het geloof in een scheppende God uitgaat van een reeks vooronderstellingen. Ook al wekken veel documentaires en boeken een andere indruk.
De actie heeft tot nu toe vooral in christelijke kring tot discussie geleid. De initiatiefnemers gaan uit van zes scheppingsdagen en een jonge aarde. Maar ook in kerken denkt niet iedereen zo. Er lopen ook veel mensen rond die de evolutietheorie aanhangen en hun geloof in de God van de bijbel daarmee niet strijdig achten.

Zelfs in ‘bijbelgetrouwe’ gelederen wordt niet meer hetzelfde gedacht. Iemand als Andries Knevel heeft openlijk beleden dat hij op dit punt niet meer zo stellig is als vroeger. Een groeiende groep neemt bijvoorbeeld de zes scheppingsdagen uit Genesis niet meer letterlijk. Die nuance staat bijvoorbeeld ook in een evangelische studiebijbel te lezen.
De folder had op z’n minst die ruimte van het niet letterlijk nemen van de scheppingsdagen moeten laten, vinden critici, ook in orthodox-christelijke kring. Coördinator van de campagne, Kees van Helden, heeft daar echter een weerwoord op.
Moet je, aldus Van Helden, in een folder zetten dat sommige dingen uit de bijbel (zoals Jezus’ opstanding) wel letterlijk moeten worden genomen en andere dingen niet? ,,Dan wordt het toch een zeer ongeloofwaardige boodschap.’’ Daar zit wat in.

Hoe de eerste verzen van de bijbel ook uitgelegd moeten worden, het oude evolutiedenken heeft betere tijden gekend. Een groeiende interesse is er voor de opvatting dat alles wat om ons heen is, moet voortkomen uit een intelligent ontwerp.
Uit het eerder hier door mij aangehaalde onderzoek van het blad Quest blijkt dat ruim 40 procent van de Nederlanders de evolutietheorie niet gelooft. Afwijzing van die leer vinden de makers van de brochure niet voldoende. Ze noemen aan het einde nadrukkelijk God, de duivel, de zonde en de betekenis van Jezus Christus. Het gaat hen om bekering.

zaterdag 22 november 2008

Lichaamsdelen

De geloofsovertuiging van anderen moet je respecteren. Maar soms stuit ik op zienswijzen of gebruiken waarbij het me grote moeite kost om mij daarin te verplaatsen.
Ik ken geweldige katholieken die ik hoog acht om hun overtuigingen, hun doen en hun laten. Maar bij bepaalde katholieke gewoonten sta ik als protestant nog altijd met een gevoel van lichte verbijstering te kijken.
Het zal een katholiek misschien tegen de borst stuiten wat ik nu ga zeggen, maar als buitenstaander snap ik werkelijk niet waarom er in de Rooms-Katholieke Kerk zo met lichamen en lichaamsdelen van heiligen wordt omgesprongen.

Bezoek je bijvoorbeeld een prachtige barokke kerk in Beieren, liggen er op diverse plaatsen achter glas aangeklede skeletten. De macabere aanblik bederft voor mij het sacrale. Juist deze geloofshelden van weleer verdienen een waardiger lot, denk ik dan. Dat het wonderlijk ongeschonden lichaam van een heilige in een schrijn wordt gelegd, zoals dat van Bernadette van Lourdes in Nevers, daar kan ik me nog iets bij voorstellen. Maar geraamtes?
Morgen keert het hart van de befaamde jezuïet Jan Roothaan (1785-1853) terug in Amsterdam. De reliekschrijn met dit lichaamsdeel, lang in het generalaat (hoofdgebouw) van de jezuïeten bij het Vaticaan bewaard, krijgt een plek in de kerk De Krijtberg. De rest van het lichaam rust in de hoofdkerk van de orde, de Gesu, in Rome.

De lichamen van veel andere heiligen zijn echter volledig verspreid terug te vinden als relieken onder altaren in kerken over heel de wereld. Voorwerpen die heiligen aanraakten of de kleding die ze droegen zijn geweldig, maar hun lichaamsdelen zijn voor katholieke gelovigen helemaal bijzonder. Dat zijn dan ook relikwieën van de eerste graad.
Een paar dagen geleden stond ik in Zwolle voor de schrijn van Thomas a Kempis. Het heeft iets ontroerends dat de kerk deze grote zoon zo dicht bij zich gehouden heeft. Maar toch. Wij zijn geen middeleeuwers meer die in hun donkere tijden er behoefte aan hadden om door een vingerkootje van een heilige, God dichter bij zich in de buurt te hebben. Een man als pater Titus Brandsma, overigens wel zalig-, maar nog niet heiligverklaard, kan ook een inspirerend voorbeeld en een grote steun zijn zonder dat er relieken van de eerste graad zijn.

vrijdag 21 november 2008

Screentest

Mijn jongste broer werkt bij de commerciële omroep en heeft mij uitgenodigd/uitgedaagd om mee te doen aan een zogenaamde pilot (proefopname) van een nieuw programma. In de nieuwe show moeten steeds twee mensen een kort betoog houden. Wie de meeste toehoorders op zijn hand krijgt, heeft de ronde gewonnen.
Achter de uitnodiging kwam ook een screentest vandaan en die heb ik nu net achter de rug, op het kantoor van Talpa. Ik moest me allereerst voor de camera voorstellen. Lekkere vraag van mijn broer: ,,Hebben mensen recht op jouw mening?’’ Tjonge, tja. Geen idee meer wat ik daar uiteindelijk op geroepen heb.

Ik moest ook een paar korte betogen houden. Op twee kon ik me voorbereiden. Eentje had als vraag: het kabinet heeft een meevaller van €1 miljard. Waar kan men dit geld volgens jou het beste aan besteden? Toen ik dat las, wist ik - geconditioneerd als ik ben - direct welk doel ik zou kiezen: het onderhoud van de kerkgebouwen in Nederland.
De komende tien jaar, zette ik dus voor de camera uiteen, zullen naar schatting tweeduizend kerken hun functie verliezen. Een groot deel daarvan zal uit arrenmoede worden gesloopt. Veel andere gebouwen kunnen door de kerken niet meer goed worden onderhouden. Willen we als samenleving die mooie kerktoren om de hoek redden, dan zal dat wel iets moeten kosten.

Ik voerde ook aan dat het misschien veel geld lijkt, maar niet meer dan een leuke tegemoetkoming is voor de inspanning van de kerken. En daarbij noemde ik een deze zomer gepubliceerd onderzoek naar het maatschappelijk rendement van de kerken in Rotterdam. Zij besparen de lokale overheid jaarlijks tussen de €110 en €133 miljoen met onder meer hun maatschappelijke zorg en hulpverlening. Wanneer je dit gegeven loslaat op de landelijke kerken, dan praten we over een inzet die vele miljarden waard is.
Mijn broer en zijn collega achter de camera hoorden mij welwillend aan. ,,Klaar!’’ Hoogste tijd voor de lunch. We hadden het er nog even over dat het voor zo’n programma nodig is dat je je verplaatst in de ‘gemiddelde’ Nederlander en wat die belangrijk vindt. Ik realiseerde me dat als je echt in zo’n spelshow wilt winnen, je bij zo'n vraag een ander - zoals het nu heet - sexyer doel moet kiezen.

donderdag 20 november 2008

Ajaks

Het is een heuglijke dag. In Den Haag wordt vanmiddag een zogenaamd Expertisecentrum Religie en Samenleving gelanceerd. Door Forum, Instituut voor Multiculturele Ontwikkeling.
Het centrum wil kennis over religie in Nederland verzamelen en delen. En er wordt direct ook een kloek ‘Handboek religie in Nederland’ gepresenteerd.
Ze hebben gek genoeg mij niet als spreker gevraagd voor dit feestelijk samenzijn, maar het is in ieder geval fijn te horen hoe ook anderen er voor pleiten dat bij overheid, beleidsmakers en media met meer kennis van zaken over levensbeschouwing en religieuze stromingen wordt gesproken.

Een loffelijk streven, hoewel ik wel een levensgrote hindernis zie: het zal ook hier zo zijn dat degenen die de meeste behoefte hebben aan kennisuitbreiding daartoe de minste noodzaak zien. Het is heerlijk om niet gehinderd te worden door kennis.
Soms is het geklungel alleen maar dom en hinderlijk, maar niet schadelijk. Bijvoorbeeld de manier waarop in de ondertiteling van Amerikaanse films of series consequent ‘southern baptists’ wordt vertaald met ‘doopsgezinden’. Dat is net zoiets als Cambuur met SC Heerenveen verwarren.
(Voor de zekerheid: de Southern Baptist Convention is het grootste protestantse kerkgenootschap van de Verenigde Staten. Van de doopsgezinden of mennonieten zijn er wereldwijd in totaal iets van 1,5 miljoen.)

Vaak is het ernstiger. Zo wordt veel te krampachtig gekeken naar de nieuwe vroomheid onder moslimjongeren. Die zijn vooral op zoek naar hun eigen identiteit. Als er al sprake is van radicalisering, wordt dat in de hand gewerkt door de angst en vijandigheid waarmee ze tegemoet worden getreden.
Er zou dus al heel wat gewonnen zijn wanneer mensen bereid zijn dingen waar ze weinig van weten na te vragen of op te zoeken. Als ik in de krant ‘Ajaks’ zou schrijven, zou ik zo’n beetje gestenigd worden. Maar anderen kunnen het gerust heel vaak hebben over ‘Jehova’s’ - wat zoiets als ‘goden’ zou betekenen - terwijl het toch echt ‘Jehovah’s Getuigen’ is – met een ‘h’ ook.

Dat is misschien een slecht voorbeeld, want zelfs het Groene Boekje doet dat laatste fout.
Er is nog een hoop zendingswerk te verrichten.

woensdag 19 november 2008

Smadelijk

Hoe pijnlijk kan berichtgeving zijn? Een christelijke ex-pyschiater uit Veenendaal heeft wegens ontucht met een patiënte een werkstraf van 240 uur gekregen en een voorwaardelijke celstraf van negen maanden. De straf viel mee: tegen hem was twee jaar cel geëist, waarvan één jaar voorwaardelijk.
Terzijde: sommige kranten noemen de man, die al eerder uit zijn ambt werd gezet, bij zijn naam, maar in de Leeuwarder Courant doen wij dat in principe niet bij verdachten en veroordeelden. Dat is wel eens lastig. Als je bijvoorbeeld meldt dat een wethouder is opgepakt, zijn voor degenen die niets van de affaire weten, alle wethouders in zo’n gemeente verdacht.

De psychotherapeut, die door veel mensen (onder wie ikzelf) werd gewaardeerd, had jarenlang sessies met de vrouw, waarbij de twee elkaar half ontkleed betastten. Volgens hem was er sprake van aanraaktherapie en had hij geen lustbeleving. Net als het tuchtcollege vond de rechtbank echter dat er sprake was van onaanvaardbaar grensoverschrijdend gedrag.
De berichtgeving en de praat bij de koffie laat zich raden. De psychiater was christelijk én ‘oversekst’ - kun je het mooier krijgen? Hoe goed de therapeut zijn gedrag voor zichzelf ook kan verdedigen, hij had zich toch moeten realiseren dat het risico van een aanklacht en alle bijbehorende aandacht, erin zat. Het is voer voor psychologen dat hij dat risico heeft genomen of niet wilde zien.

Dat geldt ook voor predikanten en andere pastores die zondigen tegen het zevende van de Tien Geboden:‘Gij zult niet echtbreken’ (bij de katholieken is dat het zesde: ‘Gij zult geen onkuisheid doen’). Met een zekere regelmaat worden daarom voorgangers afgezet. Soms hebben ze al jaren een buitenechtelijke relatie, terwijl ze op zondagen op de kansel Gods geboden uitleggen.
Nu is ook christenen niets menselijks vreemds - ik weet er alles van. Maar zeker hoog geplaatsten moeten zich realiseren dat ze laag kunnen vallen. Adeldom verplicht. Terecht wordt door anderen uiterst kritisch geoordeeld en vervolgens vaak ook smadelijk gedaan over hen die hoge normen hanteren.

Wat een schade. Allereerst lijdt de directe omgeving van de zondaar. Maar daarnaast wordt het blazoen van de kerk ernstig besmet. Hoe rechtzinniger degene die zich misging, hoe mooier men het vindt. En wat een verlies aan (geloofs)vertrouwen in de achterban. Toen in de jaren tachtig een paar Amerikaanse tv-dominees uit puur venijn elkaars morele misstappen onthulden, waren de gevolgen enorm. Veel christelijke organisaties met vaak uitstekende doelen, zagen de giftenstroom onmiddellijk verdampen.

dinsdag 18 november 2008

Vrijgemaakten

Binnen een paar dagen tijd hoorde ik hoe twee mensen met stelligheid iets zaten te beweren over de vrijgemaakten. Die zouden zus en zo geloven. En dat waren nogal rigide geloofs- en vooral ook kerkopvattingen.
De leden van de Gereformeerde Kerken (vrijgemaakt), in 1944 ontstaan uit de ‘gewone’ Gereformeerde Kerken, hebben blijkbaar nog altijd het imago van scherpslijpers die beweren de ‘enig ware kerk’ te zijn.

Dat eerste is allang niet meer zo, tot verdriet van de meer behoudende broeders en zusters. Dat laatste - van die ware kerk - hebben ze nooit zó beweerd. Wel hielden ze de regel uit de Nederlandse Geloofsbelijdenis hoog dat christenen zich bij de ware kerk dienen te voegen. De wijze waarop ze andere kerken lang links lieten liggen, kon overigens zeer wel de indruk wekken dat ze het goed met de eigen kerk en de vele eigen organisaties hadden getroffen.
De beeldvorming moeten de vrijgemaakten zich aantrekken. Die is natuurlijk niet uit de lucht komen vallen. Maar de buitenstaanders die stellig menen te weten hoe dé vrijgemaakten - die ze bij voorkeur ‘artikel-eenendertigers’ noemen - functioneren, hebben ook een verantwoordelijkheid om eens te checken of de karikatuur die ze in leven houden, nog wel klopt.

Ik loop al wat jaren rond op het brede kerkelijke erf en ik kan zonder overdrijven zeggen dat er geen kerkverband is dat in zo korte tijd zo is veranderd als dat van de vrijgemaakte kerken.
Wie een vrijgemaakte kerkdienst bezoekt, zeker in de grotere steden, loopt grote kans een totaal andere viering mee te maken dan tien, vijftien jaar geleden. Aangepaste diensten, evangelische liederen, ruimte voor de kinderen - wat eens ondenkbaar was, het kan nu allemaal.
De vrijgemaakten zijn nog steeds recht in de leer, hoewel enige duizenden opnieuw afgescheiden broeders en zusters daar anders over denken, maar veel minder dogmatisch. De organisaties zijn open gegooid. Het GPV ging op in de ChristenUnie, de scholen zijn niet meer exclusief vrijgemaakt.
Werd er in een recent verleden nog hoofdschuddend gedaan over zogenaamde kindernevendiensten in andere kerken, nu kennen de vrijgemaakten in steeds meer plaatsen dit ook, alleen noemen ze het bijbelscholen of iets vergelijkbaars. En in de vrijgemaakt-gereformeerde kerk van Leeuwarden gaf onlangs een modaal kerklid voor het eerst in een kerkdienst een getuigenis - ook dat was enige jaren terug nog ondenkbaar. Bijvoorbeeld.

Tip: wie het niet laten kan en tijdens de koffie toch nog eens interessant het woord ‘vrijgemaakten’ wil laten vallen, kan dat doen om mensen, groepen of instellingen te typeren die in hoog tempo de bakens verzetten. Zo van: ,,Het lijken wel vrijgemaakten.’’

maandag 17 november 2008

De navolging

Mijn ouders vierden begin vorige maand hun 50-jarig huwelijksfeest. In de zomer kregen alle gasten een rebus toegestuurd, al dan niet via email, gemaakt en verstuurd door mijn digitaal zeer bedreven moeder. Het was een soort voorafje aan de echte uitnodiging.
Wie de knap lastige rebus oploste, vond de titel van een boek en daarmee de sleutel tot de feestlocatie. Bij de rebus stonden ook wat vragen: wie schreef het boek en waar, en hoe was de titel in het Latijn? Uit de goede inzendingen zou op het feest een antiek exemplaar van het bewuste boek worden verloot.
Veel van de oudere geadresseerden wisten bij het oplossen van het tweede woord van de titel al om welk boek het ging: ‘De navolging van Christus’. Het boek, in het Latijn de ‘Imitatione Christi’, is geschreven door Thomas a Kempis, een van de voormannen van de befaamde Moderne Devotie uit de vijftiende eeuw, in het klooster Sint Agnietenberg bij Zwolle. En het gelijknamige restaurant (zonder ‘Sint’) was de plek waar het feest werd gegeven.

Mijn ouders kregen lucht van een nieuw te verschijnen editie: ‘De navolging van Christus - in jonge taal’, hertaald door godsdienstdocent en jongerenwerker Mink de Vries. Leuk voor de kleinkinderen! Helaas was de presentatie geruime tijd na hun huwelijksfeest. En wel gisteren in de Zwolse basiliek Onze Lieve Vrouwe Tenhemelopneming (de Peperbus), waar ook de relieken van Thomas a Kempis rusten.
Veel mensen zegt de titel niets meer, maar het boek uit het begin van de vijftiende eeuw was het best gelezen boek van de middeleeuwen en hoort nog altijd tot dé bestsellers van de wereldliteratuur.
Er bestaan hedendaagse vertalingen van het duizenden keren heruitgegeven boek, maar zo’n versie van De Vries was er nog niet. De spirituele gids van Thomas a Kempis, oorspronkelijk bedoeld voor jonge kloosterlingen, draait vooral om het maken van radicale keuzes. Hoe je dat doet, weet Thomas tijdloos en geniaal te verwoorden, zei hoogleraar Paul van Geest, die de jongste biografie over de grote middeleeuwer schreef, gisteren bij de presentatie. Hij vatte de clou van het boek zo samen: ,,Wie Christus volgt, raakt verlicht.’’

Het is een kloeke uitgave geworden - 445 pagina’s! - maar wat ik snel bladerend inmiddels gezien heb, leest als een trein. ,,Waar je ook bent en waar je ook naartoe gaat, je blijft ongelukkig zolang je niet voor God kiest.’’ Of: ,,Je kunt pas rust en vrede aan anderen geven en laten zien, als je eerst rust en vrede in jezelf hebt gevonden.’’ Zulke teksten, opgefrist dus, maar al vijf eeuwen oud.
Mijn ouders waren er gisteren ook en zorgden dat ze alsnog exemplaren voor de kleinkinderen bemachtigden. De Vries schreef in elk boek een persoonlijke opdracht.

Mink de Vries signeert de boeken voor de kleinkinderen Schrijver.

zondag 16 november 2008

Geraas

Tegen de ramen klinkt het rumoer op van de aankomst van Sinterklaas, die straks in processie door de stad trekt. Hoor, de scheepstoeter. Wat zullen bij veel kinderen weer de rillingen over de lijfjes gaan.
Het arriveren van de heiligman is een hoogtepunt van opluchting in de advent (tijd van verwachting) van de kinderen, die ook dit jaar de stuipen op het lijf gejaagd worden door alle onheilstijdingen in het Sinterklaasjournaal (ik snap niet waarom ouders niet massaal tegen dat programma in opstand komen).

Het hele gedoe rond Sint Nicolaas is allemaal reuze spannend voor kinderen, maar het is tegelijkertijd ook heerlijk. Schoen zetten, pepernoten, pakjesavond - het is alle zenuwen meer dan waard. Er is veel dat kinderen niet begrijpen - waarom is papa altijd net even weg als er op de deur gebonkt wordt? - maar dat doet er allemaal niet toe. Het feest wordt er niet minder feestelijk door.
Wie op latere leeftijd toch vragen voelt opborrelen, moet beslist de onvolprezen ‘Kleine katechismus van St. Nicolaas’ op de kop tikken, die ik helaas ooit heb weggegeven omdat we op het laatste moment een cadeautje tekort kwamen. Maar dit slechts terzijde.
Ik roep wel eens tegen kerkmensen dat ze in de leer moeten bij het sinterklaasfeest. Wat zie ik vaak hoe kerken zich in bochten wringen om een brug te slaan naar jongeren of naar buitenkerkelijken. Het moet allemaal simpeler, eigentijdser. Zonder de 'tale Kanaäns' die niemand meer verstaat.

Wat een baarlijke onzin. Het geeft ook blijk van weinig historische kennis. Heeft de beatmis uit de jaren zestig zoden aan de dijk gezet? Nou dan. Kijk eens naar het sinterklaasfeest. Kinderen zijn dol op de Sint en ze zingen luidkeels ‘Makkers staakt uw wild geraas’, ook al begrijpen ze daar geen snars van. Ik begrijp het trouwens nog steeds niet.
En geen kind weet wat ‘gard’ of ‘bonne, bonne, bonne’ betekent. Maar dat doet er allemaal niet toe. Als alles zindert van feestelijkheid en opwinding, dan mag je best archaïsche taal gebruiken. Nieuwe liedbundels, nieuwe bijbelvertalingen of speciaal op jongeren gerichte diensten helpen niet tegen kerkafkalving - wat wel helpt zijn gelovigen die hun kinderen en omgeving overtuigend laten zien dat God dienen en de gang naar het bedehuis één groot feest is en dat hun hart vol verwachting klopt.

zaterdag 15 november 2008

Feike ter Velde

Een boze meneer aan de lijn. Hoe ik het in mijn hoofd haalde om zoveel aandacht te besteden aan de spreekbeurt van Feike ter Velde in Surhuisterveen.
Voor wie het gemist heeft: donderdag stond een verslag in de Leeuwarder Courant van een avond waarop Ter Velde uiteenzette dat achter het verenigde Europa het rijk van de antichrist schuilgaat. De oud-EO-presentator had gesproken op uitnodiging van de Evangelische Alliantie en de gereformeerde en hervormde confessionelen binnen de Protestantse Kerk in Nederland (PKN).

De beller was zelf lid van de PKN en vond dat ik iemand als Ter Velde moest doodzwijgen. Ook al - tegenwerping van mij - was de zaal afgeladen. En bepaald niet voor het eerst. Zo had Ter Velde onlangs in Burgum met vier avonden ruim vijfhonderd bezoekers getrokken en uit puur enthousiasme is hij daar al weer gestrikt voor een serie van vier volgend jaar. Ook binnen de PKN zijn de eindtijdtheorieën geen marginaal verschijnsel meer, voerde ik aan. En dat is interessant. Daar had de man geen boodschap aan. Signaleren? Onzin. Negeren!
Vooral het ‘grapje’ van Ter Velde over ‘D666’ was hem in het verkeerde keelgat geschoten. Voor iemand die de symboliek niet kent, lijkt het hier om niet meer dan een tikfout te gaan. Het getal 666 is echter in de bijbel het getal van het Beest, oftewel de satan. Ik gaf toe dat er wel eens komischer dingen zijn gezegd, maar niemand in Surhuisterveen had luidkeels geprotesteerd dat Ter Velde te ver ging.

Nogal wat mensen die opgewonden de krant bellen, willen geen weerwoord, maar vooral hun eigen standpunt ventileren. Deze meneer was geen uitzondering. Toch waagde ik een poging. Ik hield hem voor dat het lastig is om vast te stellen wat wel ‘normale’ berichten zijn op het terrein van het geestelijk leven. Ik denk dat er ook wel lezers zijn die vinden dat ik allen moet negeren die het absurde idee hebben dat er een God is.
Misschien zijn er ook wel mensen die vinden dat ik zo min mogelijk aandacht moet besteden aan hen die te blind zijn om te geloven dat alles bestierd wordt door een God. Wat is zo extreem dat je er als krant omheen moet lopen? Mensen die massaal in stadions samendrommen om te zien hoe op een grasmat volwassen kerels achter een bal aanhollen? Ik noem maar iets willekeurigs.

Ik kon de man gek genoeg niet overtuigen. Ik kan wel raden wat Ter Velde over dergelijke boosheid over dit krantennieuws zou zeggen: teken van de eindtijd.

vrijdag 14 november 2008

God belangrijker

Geloofsopvoeding in vervlogen jaren.

Het nieuwe nummer van Quest ligt in de winkels met daarin ‘De Grote Geloof Enquête’. Eén van de uitkomsten kwam al uitgebreid via het ANP in het nieuws, met als invalshoek: een kwart van de gelovige Nederlanders vindt God belangrijker dan zijn of haar partner en kinderen.
Ik ben er niet helemaal zeker van of het nieuwswaardige in dit bericht is dat zoveel gelovigen een dergelijke opvatting huldigen, of juist zo weinig. Het percentage valt mij namelijk tegen. De twee grote geboden in het christelijke geloof zijn immers: God liefhebben boven alles en de naaste als jezelf.

Voor wie niet bekend is met dat gedachtegoed, het gaat ongeveer zo: wie echt van God houdt en daarom zijn leefregels navolgt wordt een betere man of vrouw en een betere ouder. En natuurlijk een fijne buur en collega enzo. Het één vloeit uit het andere voort. Maar blijkbaar snapt een minderheid van de gelovigen dit nog.
Interessant is wat er nog meer in het onderzoek voor Quest boven water is gekomen. Sommige dingen wisten we al uit andere peilingen: een krappe meerderheid gelooft dat er een leven na de dood is. Verder hangt van de Nederlanders 41 procent niet de evolutietheorie aan. En bijna de helft van de ondervraagden ziet het atheïsme ook als een geloof. Een kwart van de ondervraagden gelooft dat er na de dood een Dag des Oordeels volgt.

Veel Nederlanders geloven dus nog. Maar let op. Religie, zo wordt al jaren gezegd, mag weer. Dat is maar zeer de vraag. In ieder geval niet van alle Nederlanders. Velen vinden dat geloof, van welke soort ook, maar niks, blijkt uit dit onderzoek: 43 procent zegt dat religie meer kwaad dan goed heeft gebracht en bijna een derde vindt dat scholen op religieuze grondslag verboden moeten worden.
Er is een uitslag die de kerken moet alarmeren: vier op de vijf ondervraagden vinden dat je kinderen geen geloof mag opdringen. Pakweg de helft van de Nederlanders staat als kerkelijk te boek. Dus geloofsopvoeding is ook onder veel kerkmensen uit, al zegt de bijbel: prent het uw kinderen in. Als zo veel kerkelijke ouders vinden dat ze hun kinderen niks mogen opdringen, betekent dit simpelweg dat veel kerken de tent over een of twee generatie wel kunnen sluiten.

donderdag 13 november 2008

Aartsengel

Er komt voor de gelijknamige kerk in het centrum van Zwolle een modern beeld van de aartsengel Michaël. De lokale bestuurders hebben het ontwerp van de Glazen Engel van Herman Lamers goedgekeurd.
Het gevleugelde beeld wordt 3.10 meter hoog, en zal bestaan uit lagen glas van 1 centimeter dik. De studie van de kop (zie de foto hierbij van de gemeente Zwolle) geeft een indruk van de ‘digitale’ uitstraling van het beeld. De engel zou moderne kleding krijgen.
Er waren bezwaren binnengekomen van de stichting Levende Stadsgeschiedenis Zwolle. Een van de tegenwerpingen van de stichting is dat Lamers’ ontwerp volledig voorbij gaat aan ,,de iconografische normen die aan het afbeelden van mythologische, christelijke, islamitische en historische figuren mogen worden gesteld’’, valt te lezen op de Weblog Zwolle.

Het beeld doet, kortweg, de traditionele wijze waarop de aartsengel wordt voorgesteld, geen recht. Dat zal misschien waar zijn, maar er is ook veel voor te zeggen om aan die traditionele voorstelling te morrelen. De traditie is in ieder geval niet echt bijbels en de St. Michaëlskerk is indertijd gewijd aan de aartsengel zoals die in de bijbel voorbijkomt.
Er staat nergens in de bijbel vermeld dat aartsengelen vleugels hadden. Dat in de kerk- en kunstgeschiedenis alle engelen intussen wel vleugels kregen, heeft te maken met de beschrijving in de bijbel van één bepaalde soort engelen, de cherubs. In het bijbelboek Exodus moesten de cherubs op de ark des verbonds volgens de goddelijke bestektekening hun vleugelen uitspreiden. De engelen worden behalve gevleugeld ook altijd heel liefelijk afgebeeld. De babyachtige cherubijntjes die straks weer worden opgehangen rond en in de kerstboom, zijn helemaal schattig.

Maar juist in het bekende kerstverhaal uit het tweede hoofdstuk van het bijbelboek Lucas valt op te maken dat engelen helemaal niet zulke lievige wezens zijn. De engelen die de herders - ook vaak geen lieverdjes trouwens - vertelden dat de Messias was geboren, vormden een hemelse legermacht, zo staat er. Het waren dus goddelijke soldaten.
En het is niet ondenkbaar dat ze bewapend waren. Zo konden Adam en Eva na de zondeval niet meer het paradijs in, omdat de ingang werd bewaakt door een engel met een vurig zwaard.
De hemelse legioenen kwamen volgens de traditionele theologische opvatting bij de engelen bovendien met een militaire proclamatie: de geboortedag van Jezus was D-Day in de strijd tegen de duivel en zijn trawanten.
Nu is Michaël wel vaak bijzonder strijdbaar afgebeeld. En terecht. De aartsengelen zijn speciale boodschappers en maken, zo wekt de bijbel de indruk, deel uit van een elite-eenheid. Van Michaël wordt gezegd dat hij legeraanvoerder is en in het bijbelboekje Judas dat hij vocht om het lichaam van Mozes met niemand minder dan de duivel zelf. Toe maar!

Als je al deze aartsengel wilt afbeelden, dan zul je er dus vooral een indrukwekkende figuur van moeten maken. Dan lijkt 3.10 meter zelfs aan de kleine kant.

woensdag 12 november 2008

Kerkdiensten

Op zaterdag 1 november stond voor de laatste keer de pagina Kerkdiensten in de Leeuwarder Courant. De stellige indruk bestond dat die zaterdagpagina door velen wel als een goede gewoonte werd gezien, maar intussen maar matig werd gelezen.
En die indruk werd ook de afgelopen weken weer bevestigd. Verschillende malen stond de vorige maand op de kerkdienstenpagina een bericht dat het in november afgelopen zou zijn en dat de meldingen in Kortweg, de religieuze agenda boven de kerkdiensten, naar de donderdagbijlage UIT zouden verhuizen.

In de tussentijd bleven er nieuwe opgaven van predikbeurten binnenkomen van kerkenraden en zogenoemde preekvoorzieners, de onvolprezen vrijwilligers die ieder jaar voor de enorme opgave staan om per telefoon voor alle kerkdiensten predikanten te vinden - om vervolgens met meer dan gewone interesse het wel en wee te volgen van dominees die ze gestrikt hebben.
Vele tientallen kerkdienstenlijsten zijn de afgelopen dagen bij het redactiesecretariaat binnengekomen, en ze blijven ook nog binnenkomen. Tussen haakjes: vaak gaat het om opgaven voor een half of heel jaar. Lang niet altijd werden de tussentijdse wijzigingen aan de krant doorgegeven, zodat de kerkdienstenlijst iets onbetrouwbaars had - en dat was weer onbevredigend.
Ondertussen begint het bij andere lezers op te vallen dat er geen kerkdiensten meer in de zaterdagkrant staan. Er komen nu vragen binnen. Het gaat meestal om mensen die de lijst gebruikten om uit te zoeken welke dominees waar voorgaan.

Een beller begon met te zeggen dat het misschien niet normaal was, maar dat zijn vrouw en hij als de zaterdageditie van de Leeuwarder Courant op de mat viel, eerst zeer minutieus de kerkdienstenpagina naplozen. Ze probeerden bepaalde patronen te ontdekken. Zo van: dominee Jansen is rechtzinnig en hij beklimt morgen de preekstoel in deze kerk, dus zal die gemeente ook wel stevig confessioneel zijn.
Er was een behoorlijke, onbetrouwbare factor in deze theorie, gaf de man direct toe, maar dat maakte het voor hen alleen maar spannender. Die factor vormden de reeds genoemde preekvoorzieners. Velen van hen zijn allang blij dat ze iemand weten te strikken, en dat er dan een uitgesproken vrijzinnige dominee zal komen preken voor de goegemeente die als midden-orthodox te boek staat, dat doet niet zo ter zake. ,,Veel kerkgangers hebben toch niet in de gaten wat de ligging is van de man of vrouw op de preekstoel’’, zei zo’n preekvoorziener eens.

Ik kreeg ook iemand aan de lijn die vertelde dat het verdwijnen van de pagina Kerkdiensten afgelopen zondag zelfs de preek had gehaald. De voorganger had uiteengezet hoe de antichrist in de wereld aan het werk is en hoe christenen steeds meer naar de zijlijn worden geduwd, waar ze eens echt goed in de verdrukking zullen geraken. Ter illustratie was de verandering in de Leeuwarder Courant genoemd.

dinsdag 11 november 2008

Sint Maarten

Sint Maarten is een fijne heilige. In veel landstreken in Nederland - en ook daarbuiten - zullen kinderen dat direct beamen. Sint Nicolaas is helemaal een bovenste beste, maar Sint Martinus mag er ook wezen.
En het is voor een heilige een topprestatie om in de overvolle heiligenkalender slechts met een enkele andere geweldenaar boven de rest van de santenkraam uit te steken. Zeker als je bedenkt dat de man al zestien eeuwen dood is.
Ook in katholieke kring is de kennis die men heeft van de heilige Martinus, die leefde van 316 tot 397, groter dan van veel modale heiligen. Dat is ongetwijfeld een erfenis van de grote populariteit in de middeleeuwen van Maarten van Tours, die bisschop was in die stad en met veel succes het christendom had gepland.

Op 11 november - niet de dag van zijn dood, maar van zijn uitvaart - was het altijd groot feest. Sint Martinus was de beschermheilige van onder anderen bedelaars en kinderen. Het is bekend dat in de middeleeuwen de laatste groep traktaties kreeg en de eerste gratis brood.
Er deden vele wonderbaarlijke verhalen de ronde over Martinus en de bekendste overlevering - want ook vaak afgebeeld - is die van de ontmoeting met een bedelaar, voor wie hij een stuk van zijn soldatenmantel afsneed. Het liefst had hij natuurlijk zijn hele mantel weggegeven, maar hij kon het niet maken om dit opvallende onderdeel van zijn uniform helemaal af te doen.
Net als over hemzelf, worden er ook over zijn feestdag allerlei verhalen verteld. Het zou door de kerk bewust over de bestaande, vaak liederlijke oogstfeesten gelegd zijn. Op 11 november werd al veel eerder het feest van de god Mars gevierd. De Romeinen bereidden zich met lichtjes voor op het lichtfeest op 25 december - waarop de kerk weer háár lichtfeest had gelegd: Kerstmis.

Het heidendom zou dus uitgebreid meeliften met de kinderen die vanavond langs de deuren trekken. Het is de vraag of Sint Maarten zelf hier gelukkig mee geweest zou zijn. Hij ging als later Bonifatius te keer: hakte heilige bomen om en heidense tempels in puin. Bonifatius deed dat in 754 bij Dokkum een keer te veel, maar Maarten werd steeds wonderlijk beschermd.
Misschien vond Martinus het ook de ultieme kerstening: heidense feesten afdekken en smoren met christelijke gedenkdagen. Maar die christelijke deklaag is inmiddels nagenoeg verdwenen.

maandag 10 november 2008

Nieuwe spiritualiteit

Soms verschijnt er een boek over een uitgekauwd onderwerp waarvan je, bij uitzondering, al lezend opveert. Zo’n boek is het net verschenen ‘Nieuwe spiritualiteit’ van journalist en auteur Maarten Meester uit Sexbierum, waarover ik enige dagen geleden in de krant al schreef.
Meester heeft een boodschap die veel ‘neospirituelen’ - zoals hij ze noemt - moet raken. Ook omdat hij het als buitenstaander na een intensieve inventarisatie eerst opneemt voor de nieuwe spiritualteit, waarvan het tijdschrift Happinez en boeken als ‘The secret’ en ‘Een cursus in wonderen’ bekende verschijningsvormen zijn.

Zo heeft hij weinig op met de kwalificatie ‘levensbeschouwelijk pretpakket’, daarvoor is de spirituele zoektocht van veel gelovigen - onder wie indertijd zijn ouders - te intensief.
En hij is het hartgrondig oneens met mensen als filosoof Coen Simon die ruim een week geleden in de NRC uithaalde naar de ‘hippe’ spiritualiteit, waarin volgens hem ‘ego-goden’ worden aanbeden door al evenzeer op zichzelf gerichte volgelingen. Dat doet, concludeerde Meester vorige week tijdens een spreekbeurt in Leeuwarden, veel neospirituelen geen recht.
Maar intussen trekt Meester een conclusie in zijn boek die deze mensen nog harder moet treffen: nieuwe spiritualiteit wijkt bij nadere beschouwing helemaal niet zo af van religie, maar neospirituelen stellen dat zo voor, omdat ze denken dat hun zoektocht hen verder en hoger brengt dan de religie - in de gestalte van een traditionele kerk - die ze achter zich denken te laten. Zouden ze niet in die tegenstelling tussen de oude religie en de nieuwe inzichten geloven, dan zou hun nieuw geconstrueerde zingeving niet werken. Zo.

Intussen, zegt Meester, hebben ze net zo’n strenge ‘baas’ als degene die ze waren ontvlucht. Voor ‘God’ is ‘Al’ in de plaats gekomen, of ‘Universum’, of ‘Liefde’. Ook weer met dogma’s, rituelen en het heilig moeten. Hij geeft aan het slot van zijn boek wel de voorkeur aan de neospirituele boven de christelijke moraal - maar toch. Hij heeft intussen wel een confronterende conclusie bij de nieuwe spiritualiteit neergelegd.
Hoeveel ‘nieuwe’ gelovigen zullen het aandurven Meesters boekje naast ‘The secret’ in de kast te zetten - na het net zo intensief te hebben gelezen natuurlijk.

zondag 9 november 2008

Rustdag

Bij het Reformatorisch Dagblad (RD) hebben ze een boeiende gewoonte. Voor de zekerheid: het RD is de krant van het bevindelijk-gereformeerde bevolkingsdeel. Voor degenen die dat niets zegt: dat zijn de Nederlanders die SGP stemmen, de statenbijbel lezen en in de volksmond tot de zwartekousenkerken worden gerekend.
Dat zal meer herkenning oproepen. Ik heb overigens twijfels of er dan wel een correcte voorstelling wordt gemaakt. Zo blijken bijvoorbeeld de vrijgemaakten hier ook bijgeveegd te worden, terwijl die als orthodox-gereformeerd te boek staan, het Nederlands Dagblad en de Nieuwe Bijbelvertaling lezen en ChristenUnie stemmen.

Goed, het RD. Terwijl in een fors deel van de achterban de televisie nog taboe is, is het internet verrassend snel omarmd als een middel dat goed gebruikt kán worden. Het RD liep daarin voorop, begon met een sterk afgeschermd RDNet, waaruit de Stichting Verantwoord Mediagebruik is voortgekomen met het ruimere internetfilter Kliksafe.
Met alleen een filter ben je er natuurlijk niet. Verantwoord internetgebruik blijft als alles in het leven een punt van continue geestelijke zorg. Zo had het RD de afgelopen weken een serie over internetgebruik in de rijk geschakeerde achterban. ,,Bekering is het beste filter’’, is een uitspraak waarin ieder zich kan vinden.

Een paar dagen geleden memoreerde ik al het oude adagium ‘wel in maar niet van de wereld’. In RD-kring wordt dat nog altijd hoog gehouden. En een van de opvallendste resultaten van deze houding is dat de website van de krant op de dag des Heren uit de lucht is. Als u dit vandaag of op een andere zondag leest, in plaats van een stichtelijk boek wat u dus eigenlijk zou moeten doen, klik dan eens op de link van de RD-website.
U kunt lacherig doen over deze keuze van het RD, maar dat zegt natuurlijk alles van uw wereldgelijkvormigheid. Ik vind het wel wat hebben: de zondag echt als rustdag heiligen (apart zetten) in een doldraaiende wereld. Uit welbegrepen eigen belang. Ook buiten de kerken denken velen er zo over. Anders was het op zonnige zondagen niet zo idioot druk in bijvoorbeeld het Bos van Ypey.

zaterdag 8 november 2008

Lekenpreekwedstrijd

De uitreiking van de Lutherprijs in 2006.

Naast de preekwedstrijd voor predikanten door Trouw en NCRV, in 2006 gewonnen door de Drachtster predikant Jurgen van den Herik, kunnen ook lekenpredikers strijden om de eer van de beste predikatie. Er loopt al een project voor studenten van het Nederlands Dagblad en Sensor. En Friesland heeft nu ook een eigen lekenpreekwedstrijd.
Het initiatief komt uit de koker van de Evangelisch-Lutherse Gemeente in Leeuwarden, die twee jaar geleden bij de Lutherlezingen een essaywedstrijd voor studenten in het leven riep, waaraan een geldprijs was verbonden van €200. Alleen al die geldprijs is heel bijzonder in tijd waarin zeker ook lutherse gemeenten het niet breed hebben.

Die prijs wordt dit jaar opnieuw uitgereikt, maar nu dus voor de beste lekenpreek. Tot 14 november kunnen preken worden ingezonden. Ze moeten rond de duizend woorden en een hedendaagse visie op de gelijkenis van Jezus over de barmhartige Samaritaan bevatten. Uit de inzendingen worden er vier genomineerd en die zullen op zondagmiddag 14 december worden voorgelezen. De bezoekers bepalen wie de winnaar wordt.
Twee jaar geleden was de animo van de studenten voor de Friese Lutherprijs niet bepaald groot, maar dit jaar moet dat toch beter kunnen, gezien het grote aantal kerkelijk betrokken mensen in de provincie. Er resten nog een paar dagen, maar voor wie de geest krijgt, moet dat genoeg zijn.

Zeker tienduizenden in Friesland hebben de ervaring van de meisjes-, knapen-, mannen- en vrouwenvereniging achter zich, waarvoor zeer doorwrochte inleidingen werden gemaakt - in gereformeerde kring vaak met indrukwekkende naslagwerken bij de hand als de zwarte reeks van de ‘Korte verklaring (der H. Schrift)’ of de acht groene deeltjes van de bijbel met kanttekeningen. En hoeveel bijbelstudie- en Alphagroepen zijn er nu nog wel niet?
Het is overigens extra aardig dat deze lekenpreekwedstrijd door de lutheranen wordt georganiseerd. Het was namelijk Maarten Luther die het als een van de eersten mogelijk maakte dat de leek met persoonlijke bijbelstudie bezig kon. Luther vertaalde begin zestiende eeuw de volledige bijbel vanuit de grondtekst in de Duitse volkstaal.
Onder de leken zijn zeker preektalenten. Dat heb ik bijvoorbeeld al diverse malen mogen constateren tijdens de korte zomerdiensten in de 'Rotondekerk' bij Terband. Juist deze week kwam op de synode van de Protestantse Kerk in Nederland weer de vraag voorbij of er naast de universitair geschoolde predikanten ook hbo-voorgangers mogen komen. Dat blijkt bij predikanten een bijzonder teer onderwerp. Daar valt veel over te zeggen, maar voor het moment zij slechts opgemerkt dat een academische achtergrond geen goede preek garandeerd - zo moet ik helaas geregeld constateren.

Het aardige van de opzet van deze lekenpreekwedstrijd is dat een ieder mag preken voor eigen parochie. Wie een schare fans weet mee te slepen, zit op rozen.
Het zou mooi zijn wanneer op 14 december in de lutherse kerk van Leeuwarden een nieuwe traditie wordt geboren.

vrijdag 7 november 2008

Klokhuis

Mijn vader achter het harmonium in het
grootouderlijk huis in Kampen in 1957.

Mijn vader heeft woensdag uren doorgebracht in de Bovenkerk in Kampen, de stad zijner vaderen, die hij al als tiener verliet, maar die altijd is blijven trekken. Terzijde: in de Bovenkerk is een grafsteen van een zekere Tobias Schrijver te vinden, die tot ons verdriet helaas slechts van Adamswege familie is.
Samen met huisvriend Rudolph Roukema was mijn vader zeer bijtijds afgereisd om een plek te kunnen bemachtigen in de dankdienst voor het leven van Klaas Jan Mulder, de even beminnelijke als getalenteerde organist, pianist en dirigent, die zaterdag op 78-jarige leeftijd overleed.

Dankzij mijn vader heb ik de liefde voor het kerkorgel, zeker met iemand als Mulder achter het klavier, meegekregen. In mijn jonge jaren woonden we op zaterdagavond concerten bij in de Eusebiuskerk in Arnhem, die ik blijkbaar zo rustgevend vond dat ik zelden bewust het laatste deel van zo’n concert meemaakte.
In het ouderlijk huis staat nog altijd het harmonium, ooit aangeschaft door mijn grootouders - in Kampen - dat mijn vader nog geregeld bespeelt met muziek van Klavarskribo voor zich. Er is een video-opname waarop mijn vader tussen de liederen, die hij luidkeels meezingt, een hartgrondig ,,Heerlijk!’’ laat horen.
In Mulders bekendste mannenkoor, Door Eendracht Verbonden, zingt ook een oom. (Een andere oom, reeds overleden, was ook enthousiast lid. ,,Het is als drugs voor me’’, zei hij over DEV, zoals het koor kortweg in de volksmond heet.) En natuurlijk werkte ook DEV woensdag mee.

De locatie, koor- en samenzang, orgelspel - aan mijn vader hoef je echt niet uit te leggen dat kerkgang een ‘uitje’ is (zie mijn blog van gisteren), al zal mijn vader dat woord in dit verband zelf niet zo snel gebruiken. Zeker zo'n dankdienst voor iemand die op gezegende leeftijd in zijn Heer en Heiland is ontslapen, is een rijkdom.
De dankdienst had uren geduurd, maar mijn vader heeft genoten. Het laatste lied van DEV, psalm 42 in de oude berijming en in een arrangement van Mulder, had hem diep ontroerd. Hij zei het na afloop mijn oudtante Joop na - ook geboren en getogen in Kampen natuurlijk - die het zo placht te zeggen:
,,Ik ben bewogen tot in het klokhuis van mijn ziel.’’

donderdag 6 november 2008

UIT

Vanaf vandaag is in de wekelijkse LC-bijlage UIT ook de agenda op het terrein van kerk en levensbeschouwing te vinden. Wat voorheen de rubriek ‘Kortweg’ op de kerkdienstenpagina was, bevindt zich nu onder de noemer ‘Spiritualiteit’. Dat zal even wennen zijn.
Het is overigens niet zo gek dat ‘Kortweg’ is geïntegreerd. Er waren nogal wat activiteiten die ergens in het grijze midden zaten. Een kerkelijke rommelmarkt of een orgelconcert belandden vaak tussen de religieuze aankondigingen, terwijl die met evenveel recht in UIT hadden kunnen staan. Veel organisatoren hadden dat laatste ook liever gehad. Het vermoeden bestond terecht dat meer mensen de donderdagbijlage lezen dan de kerkdienstenpagina.

De aankondigingen van zogenaamde bijzondere kerkdiensten staan nu ook in UIT. Dat was lang in kerkelijke kring onbestaanbaar, zelfs zoiets als vloeken in de kerk. Thuis heb ik de even fraaie als gedateerde wandplaat van de Brede en de Smalle Weg. De Brede Weg voerde langs zondigheden als een drankgelag of een danszaal en leidde uiteindelijk ten verderve. De afslag ‘Leven en Zaligheid’ bracht een mens op de smalle, uiterst saai ogende weg, die echter wel tot in de hemel reikte. (Klik op de illustratie om de plaat in groter formaat te bewonderen.)
Uit? In kerkelijke kring was dat lang een vies woord. Net als de bioscoop, de bar of de disco. Inmiddels is er veel veranderd, zelfs in orthodox-gereformeerde kerken pakken mensen zonder gewetenswroeging en vermaan een filmpje. De angst voor wereldgelijkvormigheid is fors afgenomen. Wel in maar niet van de wereld, is een adagium dat betere tijden heeft gekend.

Is de opname van bijzondere erediensten in UIT dan ook niet een voorbeeld van geestelijk verval? Neen het, geenszins, dat zij verre van ons. Het is veeleer een uitdaging aan de kerkgangers om in hun omgeving te laten zien dat de gang naar het bedehuis als een feest, een uitje wordt ervaren. Dat is zelfs een bijbelse opdracht. Lees bijvoorbeeld Psalm 122, dat feestelijke bedevaartslied, waarvan ik als kind al vond dat de melodie van die berijming de mooiste van alle psalmen was: ‘Ik was verheugd, toen men mij zeide: Laten wij naar het huis des Heren gaan.’
Vanaf deze week is de oude slogan pas echt helemaal waar:
'Uit, goed voor u!'

woensdag 5 november 2008

Offeranden

Het is een oude gewoonte, die nog in veel protestants-christelijke kerken - met name buiten de steden - in ere wordt gehouden: het vieren van dankdag voor gewas en arbeid. In Friesland alleen al gaan er vanavond in tientallen plaatsen mensen ter kerke. In enkele ‘zware’ kerkelijke gemeenten zijn er zelfs twee diensten, ook een op de middag.
Traditiegetrouw is de biddag op de tweede woensdag in maart en de dankdag op de eerste woensdag van november. De bededagen werden aanvankelijk regionaal ingesteld, bijvoorbeeld halverwege de zestiende eeuw in Overijssel op verzoek van de kerk nadat God het gewest ,,had bezocht met schadelijke droogten en andere landverdervende plagen’’.
De ridderschap en steden besloten daarop tot een biddag ,,tot afwering van Godes plagen en tot het verkrijgen van een gezegenden zomer’’ en een dankdag ,,voor de veelvoudigen verkregenen seegeningen en weldaeden’’.

Het is een mooi gebruik, waarmee wordt beleden dat alle dingen ,,uit Zijn (God) vaderhand ons ten deel vallen'' (Heidelbergse Catechismus). Maar toch, menig predikant denkt, laten we zeggen, genuanceerd over de traditie en zweet in de studeerkamer boven preek en gebed voor deze bededagen. Er is onder meer verlegenheid met de enorme offerbereidheid op zowel bid- als dankdag.
Na even googelen vond ik in een kerkblad van een behoudende hervormde gemeente de collecteopbrengst van een recente biddag: ruim 4000 euro, terwijl uit de rest van het lijstje bleek dat de collectes op een gewone zondag ruim 300 euro bedragen. Is het vreemd als dominee zich zuchtend vragen stelt over de heiligheid van zulke offeranden?
En wat zeg je in een dankdienst als de oogst bitter tegenviel? De ponkjes van de diakenen worden ook minder zwaar dan in gezegende jaren. Daar hoeft op zich niets verkeerds achter te steken; als iemand zijn ‘tienden’ - zoals dat in de bijbel heet - geeft van weinig, is dat inderdaad minder dan de ‘tienden’ van veel.

In het verleden kon dat betekenen dat het predikantengezin na zo’n slechte zomer droog brood at – de dankdienstcollecte was namelijk vaak van grote invloed op de kas van de kerk.
Een dominee uit die dagen die na een teleurstellende zomer de bui zag hangen, en van zijn vrouw had gehoord dat de kleren van de kinderen niet nog eens hersteld konden worden, koos als tekst voor zijn preek de verzen 17 en 18 uit Habakuk 3: ‘Al zou de vijgeboom niet bloeien, en er geen opbrengst aan de wijnstokken zijn, al zouden de akkers geen spijs opleveren, de schapen uit de kooi verdreven zijn en er geen runderen in de stallingen zijn, nochtans zal ik juichen in de Here, jubelen in de God van mijn heil.’
De opbrengst van de collecte aan het einde van die dienst viel mee.

dinsdag 4 november 2008

Ongedoopt

Nog even iets naar aanleiding van Allerzielen - die hoogtijdag is per slot van rekening weer terug van nooit helemaal weggeweest, nietwaar?
Op de katholieke begraafplaats van Sneek is zondag een monument - een grote tulp - onthuld voor de daar begraven ongedoopte kinderen, zoals die inmiddels ook op andere katholieke kerkhoven is te vinden.

Zo’n monument is een pastorale, barmhartige daad. Zeker in Sneek, waar het stukje grond waar de zuigelingen anoniem waren begraven, er in het verleden triest bij heeft gelegen. Het is nog altijd een groot verdriet bij oudere echtparen dat hun kindje in ongewijde grond werd begraven, zonder ceremonie, vaak waren ze er zelfs niet eens bij geweest.
Tot in de jaren zeventig duurde deze praktijk. De kerk leerde dat een ongedoopt kind niet in de hemel, maar in het voorgeborchte kwam waar de kinderziel eeuwig zou verblijven. Wel in een staat van ‘natuurlijk geluk’, maar toch, het was niet de hemel. Ouders zouden nooit meer met hun kindje worden herenigd.

In de loop der jaren ontstond verlegenheid met dit leerstuk en de praktijk raakte in onbruik. Een van de eerste grote daden van paus Benedictus XVI was, dat hij begin vorig jaar het spreken over het voorgeborchte buiten gebruik stelde. Overigens bestond al sinds 1983 de mogelijkheid van een kerkelijke uitvaart voor ongedoopten.
In Sneek werd rond die tijd het ,,misprijzend hoekje’’ - zo typeerde de pastor loci Leo van Ulden eens - bij de heilige grond van het kerkhof gevoegd. Dit gebeurde zonder tromgeroffel. Nu heeft het parochiebestuur dus een monument geplaatst. En dat vraagt durf, juist omdat er het besef is dat het voor nogal wat betrokkenen te laat komt.

maandag 3 november 2008

Joseph en Patty

Schrijven over ‘Geestelijk Leven’ voor een breder publiek betekent ook je voortdurend afvragen: wat mag je als bekend veronderstellen? Niet veel, is de ervaring. Maar hoe weinig dat is, is iets wat je geregeld toch weer pijnlijk kan treffen.
Spiritualiteit is in. Zaterdag is weer de Maand van de Spiritualiteit van start gegaan, waarbij boeken over de zin van het leven veel aandacht krijgen. Al jaren zijn immers boeken over zingeving in de boekhandel de best verkopende non-fictie categorie.
Tegelijkertijd verdampt de feitelijk kennis, ook onder kerkmensen. Zo haalden ook leden van stevig gereformeerde gezinnen vorige week ternauwernood een voldoende bij de Nationale Bijbeltest van de EO, NCRV en het Nederlands Bijbelgenootschap (NBG).
Velen spreken de ‘tale Kanaäns’ niet meer, hebben bijvoorbeeld vaak geen idee welke uitdrukkingen uit de bijbel afkomstig zijn, ook al is de Nieuwe Bijbelvertaling een paar jaar geleden als cultuurbijbel in de markt gezet en om die reden grif gekocht.
Opmerkingen als ‘ik heb met je kalf geploegd’, ‘de filistijnen over u!’ of ‘Vanwaar, Gehazi?’ werden vroeger in kerkelijke kring onmiddellijk begrepen, maar ook daarbinnen zijn het inmiddels termen uit een obscure gettotaal aan het worden.

Van eind augustus tot ruim een week geleden zond de Avro een van de Idols-kloons uit: ‘Op zoek naar Joseph’. Het ging erom wie de hoofdrol zou krijgen in de Nederlandse editie van de musical ‘Joseph and the Amazing Technicolor Dreamcoat’ van Andrew Lloyd Webber, de man ook achter ‘Jesus Christ Superstar’, ‘Evita’ enz, enz.
Op de programmasite van de Avro is het verhaal van ‘Joseph’ te lezen: de geliefde zoon van vader Jacob wordt door zijn broers als slaaf verkocht, jaloers als ze zijn op onder meer de fraaie mantel die vader aan hun broertje gaf en geïrriteerd over het feit dat de blaag dromen droomt dat hij over de rest zal heersen. Hij belandt in Egypte, waar hij uiteindelijk de machtigste persoon na de farao wordt, het volk redt van de hongersnood, net als zijn familie.
Het is een prachtig verhaal, maar nergens valt op de Avro-site te lezen dat het om een oudtestamentisch epos gaat (voor wie het weten wil: het is in het eerste bijbelboek Genesis vanaf hoofdstuk 37 te lezen). Alsof het verhaal uit de ongetwijfeld creatieve geest van Lloyd Webber is ontsproten.
De verwijzing naar de bijbel is bewust achterwege gebleven, vertelde Laura Bosch van het productiebedrijf Stage Entertainment tegen het Nederlands Dagblad, om ,,geen mensen voor het hoofd te stoten’’.
Het NBG nam daar terecht geen genoegen mee en riep in samenwerking met de Ikon de website WieisJozef.nl in het leven. Daar wordt uitgelegd om Wie het werkelijk draait: God die mensen die rotsvast op hem vertrouwen, wil gebruiken.

U zult het niet gezien hebben, maar het onvolprezen SBS Shownieuws vond die actie van het bijbelgenootschap wel zo belachelijk dat presentatoren Patty Brard en Viktor Brand daar rond de finale van de Avro-show aandacht aan besteedden. ,,Christenen zijn woest’’ omdat de bijbelse context ontbreekt, was hun conclusie.
Brard schamperde: ,,Wat verwachten ze dan, dat Maria en de engelen in het Avro-programma tevoorschijn zullen komen?’’ Oftewel: iedereen weet toch dat ‘Joseph’ de vader van Jezus is, daar hebben we echt niet de toelichting van zo’n eng christelijk clubje voor nodig.
Nu is Patty niet de maat der dingen. Maar blijkbaar heeft ook niemand op de redactie bij SBS het licht gezien en haar bijgepraat. Goed dat er nog kranten zijn die aandacht besteden aan ‘Geestelijk Leven’ - en niet te veel bekend veronderstellen.

zondag 2 november 2008

Allerzielen

Tijdens een verlate vakantie, een paar weken geleden, bezochten we op een Grieks eiland ook een paar begraafplaatsen. Indrukwekkende en ook bijzonder kleurrijke plaatsen dankzij grote hoeveelheden plastic bloemen. Veel graven hadden in de grafsteen een vitrinekastje, waarin foto’s, iconen en dingetjes die met de overledene te maken hebben, waren uitgestald.
Afgaande op de uitbundigheid van de dodenakkers is het taboe op de dood daar beduidend minder groot dan in Nederland. Hier is dat nog altijd enorm. Althans, volgens een onderzoek in opdracht van de KRO: twee op de drie Nederlanders bezoeken nooit het graf van een dierbare en vier van de vijf mensen hebben hun uitvaartwensen niet vastgelegd.
Het onderzoek was verricht voor het nieuwe tv-programma ‘Ode aan de doden’ dat vanavond wordt uitgezonden ter gelegenheid van Allerzielen. De traditionele katholieke allerzielenvieringen op 2 november leken geruime tijd een archaïsch verschijnsel te worden. Maar er is een kentering.


Om te beginnen is ook in de Rooms-Katholieke Kerk de traditie van de zegening van de graven op 2 november nog lang niet verdwenen. Hier en daar is zoiets als een doorstart gemaakt. Zo bezochten vanmiddag honderden gelovigen in Leeuwarden de grafzegening onder leiding van de vertrekkende pastoor Peter Bosma op het katholieke Vitushof in Leeuwarden.
Maar Allerzielen wordt ook buiten de parochiekerken opgepakt. Het programma ‘Ode aan de doden’ is daarvan een voorbeeld. En ook Allerzielen Alom, gisteren voor het eerst in Friesland gevierd op de Huizumer begraafplaats. Een allerzielenviering voor iedereen, een initiatief van de Amsterdamse kunstenaar Ida van der Lee.
Ondanks de wind en de regen - echt allerzielenweer - kwamen daar tientallen mensen op af. Taboe of niet, er is een groeiende groep mensen die bewust wil rouwen, ook met anderen. Allerzielen Alom ging overigens verder dan rouwen: deelnemers vierden ook het leven van de dierbaren die hen ontvielen - inclusief een goed glas wijn bij het graf.

Veel mensen weten het volgens het KRO-onderzoek nog niet, maar rouwen mag weer. In haar een jaar geleden verschenen boekje ‘Herinnering aan alle zielen’ beschrijft Berber Bijma de ,,rituele explosie’’ in met name de laatste tien jaar. Zo kon vorig jaar eindelijk getreurd worden bij een monument op Tenerife, dertig jaar na de vliegramp.
Erkend leed is beter te verwerken, is het nieuwe inzicht. Maar dat kun je niemand opdringen. Juist bij verlies, en dat kan breder zijn dan de dood (echtscheiding, ontslag), zullen veel mensen zich er pas mee bezighouden, als het feit daar is. Het grote verschil met dertig jaar geleden is dat nu veel meer deskundigen als bijvoorbeeld ritueelbegeleiders zullen klaarstaan.