Ook als rubriek op de zaterdagse pagina Spiritualteit in de Leeuwarder Courant

.

vrijdag 28 november 2008

Pater Titus

Een paar dagen geleden noemde ik hem hier al: Pater Titus, oftewel Titus Brandsma, de karmeliet uit Oegeklooster bij Bolsward, die in 1942 in concentratiekamp Dachau als martelaar stierf en in 1985 zalig werd verklaard.
Al jaren is de grote vraag of de kleine pater, die tot de katholieke voormannen hoorde, ook een heiligverklaring krijgt. Vorig jaar nog drong kardinaal Ad Simonis daarop bij het Vaticaan aan.

Heilig of niet, pater Titus blijft onverminderd in de belangstelling staan. De afgelopen weken verschenen maar liefst drie nieuwe boeken over hem. Collega Hans Willems bespreekt ze vandaag in de Leeuwarder Courant.
Van Kees Waaijman verscheen ‘De spiritualiteit van Titus Brandsma’ en Joan Hemels schreef ‘Als het goede maar gebeurt’, dat vooral handelt over de betekenis van Brandsma voor de katholieke pers.
De meeste aandacht geeft Willems terecht aan de gisteren gepresenteerde kloeke biografie van oud-collega Ton Crijnen, ‘Titus Brandsma, de man achter de mythe’. In tegenstelling tot eerdere biografen, hield Crijnen een gepaste distantie. Zoals Crijnen in zijn nawoord schrijft: ,,Ik ben al tevreden als ik zijn portret heb weten te reinigen van de aanslag die kritiekloze aanbidders erop hebben achtergelaten.’’

Daarin is de biograaf geslaagd, vindt Willems. Crijnen laat onder meer zien dat Brandsma ook opvliegend kon zijn, en niet geheel wars was van ijdelheid. ,,Zijn vroomheid kon gemakkelijk overgaan in een zekere arrogantie jegens derden.’’
Crijnen keert zich, aldus Willems, tegen groepen zowel op de rechter- als op de linkervleugel van de RK Kerk, die in de loop der jaren de karmeliet poogden te annexeren. ,,Brandsma was geen kritische theoloog en boog geregeld voor de strakke hiĆ«rarchie in de kerk. Maar hij was ook niet wars van vernieuwingen en stond open voor oecumenische samenwerking. In veel opzichten was hij een kind van zijn tijd, soms wat verder in zijn denken, soms wat achterblijvend.’’

Als persoon bleef pater Titus ook voor Crijnen een mysterie, omdat de man ,,zelfden of nooit over zijn eigen zielenroerselen sprak’’. Wat zo inspirerend is bij Brandsma, aldus Crijnen, is zijn mystiek waarbij hij in ieder mens Gods gelaat weerspiegeld zag. Ondanks een diepe crisis en vertwijfeling hield hij dat tot in Dachau en tot aan zijn dood vol.