Redacteur geestelijk leven van de Leeuwarder Courant

.

zaterdag 9 juli 2011

Straf van God

Vandaag had ik andere dingen te doen, maar zojuist kwam ik er achter dat er gedoe is over een commentaar van het Reformatorisch Dagblad (RD) over de instorting van de overkapping in het stadion van Twente.  
Het relletje is veroorzaakt door GeenStijl. Door dubieus te citeren maakt de site ervan dat het RD vindt dat er bij de stadionramp sprake was van de straffende hand Gods. En dat gaat vervolgens weer een eigen leven leiden. ‘Stel dat een imam dit had gezegd.’

Dat GeenStijl expres verkeerd citeert - dat hoop ik althans - is tot daaraantoe, maar dat mensen die het stuk gelezen hebben vervolgens dingen twitteren als ‘het staat er echt’, is lichtelijk verbijsterend. Hoe slecht kun je lezen? Heel slecht blijkbaar.
Toegegeven, het artikel van het RD (waarvan de link overigens op zondag niet is te openen) is doordesemd met de Tale Kanaäns en is daardoor niet direct echt heel toegankelijk voor degenen die vreemd zijn met die taal. Maar dan nog, zó moeilijk is het nou ook weer niet.

Wat de commentator van het RD juist doet, is er op wijzen dat niet al te makkelijk over een straf van God gesproken mag worden. Er wordt stelling genomen tegen eventuele verkeerde sentimenten die in de achterban van de krant, de ‘zwartekousenkerken’, zouden kunnen leven.
In het artikel wordt volkomen terecht verwezen naar wat Jezus over een ramp uit zijn dagen zei. De slachtoffers waren niet meer schuldig dan anderen. Dat er intussen ook wordt opgemerkt dat er sprake is van voetbalverdwazing, is geen idiote mening, maar een feitelijke constatering.

donderdag 16 juni 2011

Claims

Het staat er weer, in een orgaan van een christelijke groepering. Er is onbegrip en negatief gedoe over de afwijkende visie die de leden van de bewuste groep op bijbel en wereld hebben. Maar, wanhoopt niet lieve mensen, want tweeduizend jaar geleden ontmoette het handjevol volgelingen van Jezus ook lang niet overal begrip. Maar de apostelen van de Heer gingen door en kijk eens naar het resultaat.
Je komt het regelmatig tegen in allerlei kringen met een uitgesproken standpunt: de zelfbevestiging, waarbij dankbaar gebruik wordt gemaakt van bijbelteksten. Ik herinner me hoe een bekende - inmiddels ontslapen - prediker tijdens een spreekbeurt riep: ,,Ik ben zalig!’’ En hij herhaalde het nog een paar keer voor een enthousiaste zaal, die overigens niet zo vol zat, omdat de man om diverse redenen nogal onder vuur lag.

En dat laatste was juist de reden voor zijn enthousiasme. Hij maakte dankbaar gebruik van wat Jezus zei in de zogenoemde zaligsprekingen: ‘Zalig zijt gij, wanneer men u smaadt en vervolgt en liegende allerlei kwaad van u spreekt om Mijnentwil. Verblijdt u en verheugt u, want uw loon is groot in de hemelen; want alzo hebben zij de profeten vóór u vervolgd.’
Essentieel in de bewuste tekst is dat ‘om Mijnentwil’. Degenen die de tekst aanhalen, zijn er natuurlijk altijd van overtuigd dat de smaad het gevolg is van het feit dat ze Jezus willen navolgen en niet omdat ze zich hebben misgaan met even kwetsbare als aantrekkelijke vrouwelijke gemeenteleden of dat ze wel erg vrijmoedig omgingen met het geld dat de leden vol goed vertrouwen in de kas van de kerk stortten.

Wat erg helpt bij de zelfbevestiging is het feit dat men een goddelijke openbaring heeft gekregen. De een krijgt boodschappen van Boven via engelen, een ander krijgt ze rechtstreeks. ‘De Heer zei tegen mij…’ ‘God heeft mij op/in het hart gegeven dat…’ Als er mensen zijn die daarover een stukje als dit schrijven, dan gaat weer de genoemde tekst uit de zaligsprekingen in werking waardoor alles weer precies klopt.
Het vervelende is echter dat ik in de loop der jaren niet alleen veel, maar ook elkaar tegensprekende waarheidsclaims ben tegengekomen: Jezus is wel Gods zoon, Jezus is niet Gods zoon. Mensen leven maar één keer, mensen reïncarneren. Er is wel een hel, er is alleen maar eeuwig leven. Opvallend vaak is er wel één gemene deler: alleen hier en nergens anders is de goddelijke boodschap pas echt goed begrepen.

Wanneer ik in bijvoorbeeld een interview wijs op die botsende waarheidsclaims, is de verbazing over mijn onnozelheid vaak groot. Al die anderen hebben het natuurlijk mis, wat zullen we nou beleven?! Wellicht zien zij duivels gefluister aan voor een goddelijke ingeving. ‘Vraag om verlichting en u zult inzien dat dit de Waarheid is.’ Is mijn stukje desondanks niet zo juichend als het zou moeten, dan is er nog geen man overboord. Het was reeds voorzegd. ‘Ik ben zalig!’

maandag 9 mei 2011

Zoete wraak

Het was een feitje dat overal op Twitter opdook: ‘De dood van Hitler werd bekendgemaakt op 1 mei 1945. De dood van Osama Bin Laden exact 66 jaar later.' De liefhebber van apocalyptische visioenen zag dit getal slechts een zesje verwijderd van het teken van het beest uit Openbaring.
Op het Jeugdjournaal noemde een deskundige Osama een schurk. Dat woord is eigenlijk nog te onschuldig om de slechtheid van de man te duiden. Althans, zo valt op te maken uit de vele reacties wereldwijd. Het is opvallend hoe enthousiast op de dood van de man werd gereageerd. Niet verbazingwekkend. Want een westerse leider die iets genuanceerds had gezegd over diens dood, zou zichzelf flink hebben beschadigd.

Overal was de zoete smaak van wraak te proeven. Wat wel werd betreurd, was dat Osama niet lang had hoeven lijden. Het is niet denkbeeldig dat het bij de Amerikaanse operatie ook niet de bedoeling was dat Bin Laden levend gepakt zou worden.
Blijkbaar is het zo dat als iemand maar slecht genoeg is, de algemene opvatting is dat iemand terecht is gestorven. Waarschijnlijk hosten voor- en tegenstanders van de doodstraf in Washington na het bekend worden van het nieuws samen rond met de mantra ‘USA, USA, USA!'. En er zal in de VS morgen ongetwijfeld in veel kerken worden gedankt dat de man achter 9/11 het tijdelijke voor het eeuwige heeft moeten verwisselen.

De wereld blijkt onder het vernislaagje van ‘leven en laten leven' toch vooral voort te gaan op het oergevoel dat ten grondslag ligt aan het adagium ‘oog om oog, tand om tand'. Die oudtestamentische richtlijn gaf overigens een maximum aan, geen minimum. Zo van: heeft iemand je een oog uitgestoken, eis dan ook niet meer dan een oog terug, dus niet zijn leven.
Of de Taliban zich veel van zo'n bijbelse richtlijn zullen aantrekken, is maar de vraag. Zij hebben al gezworen de dood van Bin Laden te wreken. Want dat is ook een kenmerk van wraak: het is niet het einde van geweld, maar slechts een tussenstation op het spoor van vernietiging. Dat Bin Laden nu een martelaar is die gewroken moet worden, dat is wat de Amerikanen vergoelijkend ‘collateral damage' noemen - zijdelingse schade.

De behoefte aan wraak is diepgeworteld. ‘De graaf van Montechristo' van Alexandre Dumas werd na het verschijnen in 1844 al snel een bestseller, omdat in het boek wraak tot een kunst is verheven. De manier waarop hoofdrolspeler Edmond Dantès na veertien jaar onschuldig te hebben vastgezeten wraak neemt op degenen die dat op hun geweten hadden, spreekt nog altijd tot de verbeelding.
Natuurlijk, bij de dood van Osama draait het ook om gerechtigheid. Althans, zo hoort het te zijn. Recht mag echter niet achter de wraakgodin Nemesis verdwijnen. Herdenkingsdagen als, in ons land, 4 en 5 mei helpen het juiste perspectief te houden. Waar wraak de boventoon krijgt, is weinig ruimte om respectvol te herdenken. En zeker niet om te vieren.

,,Geen wraak, maar gerechtigheid'', was het levensmotto van de nazi-jager Simon Wiesenthal. Dat mensen als Wiesenthal, die veel geliefden na de Tweede Wereldoorlog niet meer terugzag, daartoe in staat waren, is een blijvende inspiratiebron in een gewelddadige wereld.

dinsdag 3 mei 2011

Scharniermomenten

Onze taal is voortdurend in beweging. Neem uitdrukkingen als iets ‘een plekje geven’ of ‘kunnen afsluiten’. Een jaar of vijftien geleden hadden de meeste mensen je verbaasd aangekeken: waar heb je het over? Nu, hoor je het voortdurend op de televisie uit de mond van mensen die betrokken waren bij een ernstig of ingrijpend voorval.
Voor dat soort gebeurtenissen is de afgelopen jaren ook een fraai woord toegevoegd aan onze vocabulaire: ‘scharniermomenten’. Dat zijn de grote momenten in het leven, te beginnen met de geboorte en met als einde de dood. Hoewel, het kan nog eerder. Onlangs vertelde een bekende Nederlander hoe zijn vrouw een pretecho had ondergaan en dat de halve familie daarvan getuige was geweest.

Nederlanders hebben, gelovig of niet, vooral als het om de dood gaat grote behoefte aan rituelen. Dat kun je nu veilig schrijven, maar een kwart eeuw geleden zou je zijn weggehoond. ‘Rituelen? Ach joh, dat is zoooo jaren vijftig!’ Na de vliegtuigramp van Tenerife in 1977 bijvoorbeeld, kwam niemand op het idee om een gedenkplek in te richten. Vier jaar geleden, dertig jaar na dato, kwam die er alsnog. ,,Nu zijn ze niet voor niets gestorven’’, zei een dankbare nabestaande op tv.
Bij die nieuwe behoefte aan rituelen hadden de kerken vaak het nakijken. De spirituele markt werd al snel bevolkt door allerlei nieuwe aanbieders van zingeving. Het is maar gedeeltelijk waar dat de kerken onvoldoende inspeelden op die zinbehoefte. Velen hadden met de kerk gebroken of waren langzaam daarvan weggegleden en wilden bijvoorbeeld bij een overlijden geen pastoor of dominee inschakelen.

Ook de overheden hebben meegedaan aan het marginaliseren van de rol van de kerken bij crisismomenten. Een rol voor de kerken bij rampen? Wat een onzin. Mensen hebben behoefte aan professionele hulpdiensten, niet aan iemand met een bijbeltje op zak. Ook al bleek bijvoorbeeld in de nasleep van de Bijlmerramp van 1992 dat pastores onmisbaar waren gebleken.
Toen in 2001 zich in Volendam de nieuwjaarsbrand voltrok, werd de katholieke pastoor Jan Berkhout niet ingeschakeld. Sterker nog, hij werd door de hulpdiensten op afstand gehouden. Maar, concludeerde Berkhout later ook, ,,de kerk was absoluut niet ingesteld op pastorale zorg bij een ramp’’. Kerken en gemeenten, zo was zijn advies, moesten aan de slag om de kerken een volwaardige rol in een rampenplan te geven.

Dat hebben de kerken in hun oren geknoopt. Onder meer de Friese Raad van Kerken heeft zich beijverd om lokale kerken op te wekken wel toegerust te zijn en bij gemeenten aan te kloppen voor een plek in het rampenplan. En niet zonder resultaat. Twee jaar geleden bleek uit een enquête onder Nederlandse gemeenten dat 60 procent in het rampenplan de kerken een rol had gegeven.
Vrijwel direct na de schietpartij in Alphen aan den Rijn op zaterdag 9 april, dromden mensen in het nabijgelegen kerkelijk centrum de Bron bijeen om troost te vinden. Dat werd ook als vanzelfsprekend bericht door de tv-verslaggevers. En zo hoort het ook.

dinsdag 29 maart 2011

Digikerk


Het moet allemaal moderner en creatiever in de kerk. Dus, dachten ze bij de Protestantse Kerk in Nederland (PKN), beginnen we een digikerk. Niet zo maar, maar om in contact te komen met mensen die wel interesse hebben voor spiritualiteit, maar niet zo snel in een kerk komen.
,,Ze kunnen anoniemer blijven dan in een echte geloofsgemeenschap’’, aldus dominee Hans van Ark, manager van de missionaire afdeling van de PKN, zaterdag in het Nederlands Dagblad. Een aantal mensen ging meteen digitaal op zoek. Nee, Van Ark was niet te vinden in de social media.

Ondanks de mooi woorden, heeft het heeft toch iets wanhopigs, zo’n idee. Het is te vergelijken met de bochten waarin we ons in krantenland moeten wringen, om nog overeind te blijven. Tabloids waren er in Nederland echt niet gekomen, als het goed was blijven gaan met de papieren media.
Kranten op een fijner, handzamer formaat zijn ingegeven door de gedachte dat er íets moet gebeuren. Om diezelfde reden stoppen landelijke titels geregeld boeken of dvd’s bij de zaterdagkrant. Een kat in het nauw geeft blijkbaar leuke cadeautjes weg.

Er zat lang weinig beweging in de traditionele kerken. Nu wordt daar hoofdschuddend op teruggeblikt. Er zou sprake zijn van voortschrijdend inzicht. Maar als de kerken vol waren gebleven, was er dan ooit een idee als een digikerk gelanceerd?
Je kunt roepen: misschien was het wel goed dat de kerken werden op- en wakker geschud. Misschien. Het lijkt er sterk op dat we kijken naar een kerk die zich te laat realiseerde dat een flink deel van de spirituele markt was afgenomen en aan anderen vergeven.

donderdag 17 maart 2011

Universiteitsgebouw


De Protestantse Theologische Universiteit (PThU) van de Protestantse Kerk in Nederland heeft in Groningen het oude pand van SNS Bank gekocht aan de Oude Ebbingestraat 25 in Groningen. De bedoeling is dat de universiteit halverwege 2012 het pand betrekt.
Vorig jaar werd op 1 april het opvallende nieuws bekend dat de PThU de locaties in Kampen, Utrecht en Leiden verruilt voor Groningen en Amsterdam. Dat nieuws was zo bijzonder dat ze bij Trouw aanvankelijk dachten en berichtten dat het om een 1 aprilgrap ging.

In het vanavond door de PThU verspreide persbericht, komt een tevreden Henk van der Sar aan het woord. De voorzitter van het college van bestuur over het onderkomen: ,,Het heeft uitstraling, het is ruim genoeg en het ligt in het hart van de stad.’’
Bovendien is de faculteit godgeleerdheid van de Rijksuniversiteit Groningen vlak bij, net als het station. De komende tijd zal het pand worden verbouwd. Op de gevel prijkt al een fraaie tekst die als motto kan dienen: ‘Tot Nut van ’t Algemeen’.

De synode van de PKN stemde in november vorig jaar in met de verhuisplannen van de universiteit. In Groningen gaan de RUG en de PThU samenwerken in een nieuwe bachelor. Ook al is het pand pas volgend jaar klaar, ze gaan in september al met de opleiding van start.
In Amsterdam komt de theologiestudie op de eerste verdieping van de laagbouw van de Vrije Universiteit. Ze delen dat gebouw met twee verwante faculteiten: die van de godgeleerdheid komt op de tweede en de faculteit van de wijsbegeerte op de derde verdieping.

woensdag 16 maart 2011

Straf


Een paar dagen geleden, ik meen op zondag, werd een filmpje op YouTube geplaatst dat vooral onder mensen die weinig van religie moeten hebben, veel stof deed opwaaien. Zo plaatste de bekende Richard Dawkins, de atheïst met zendingsdrang, de link op zijn website.
Halverwege het filmpje dat hier is te vinden, is het origineel te zien dat een zekere Tamtampamela plaatste. Achter die username zou Pamela Foreman schuilgaan. Een christelijk meisje dat God looft en prijst omdat hij zijn straffende hand naar Japan heeft uitgestrekt.

Gelukkig, hier is te zien dat het om een stunt gaat, geïnspireerd door onder anderen dominees die na 9/11 ook zonder twijfel over de straffende hand Gods spraken. Het enge is dat ‘Pamela’, hoe absurd haar uitspraken ook zijn, overtuigend overkomt.
Er zijn mensen die zich kunnen verheugen op de dingen die gaat God gaat doen in deze godloze wereld. Zulke lieden doen denken aan Jona, die balend zat toe te kijken hoe God het berouwvolle Nineve uiteindelijk toch niet van de aardbodem wegvaagde.

In Nederland kun je eigenlijk alleen nog maar bij heel ‘zware’ dominees terecht als het gaat om heldere uitspraken over wat Gods rol is in dergelijke natuurrampen, die vooral verzekeraars zo graag ‘Acts of God’ noemen.
Steeds meer christenen wagen zich niet meer aan uitspraken op dat vlak. Dominees die zeggen dat uit dergelijke tekenen blijkt dat Jezus’ wederkomst nabij is, staan alleen. ‘Pamela’ doet zeer aan de oren, maar het oorverdovend stilzwijgen van veel christenen is weer het andere uiterste.

donderdag 3 maart 2011

Strip

Kan een boek over religie behalve informatief ook leuk zijn? Het antwoord is voluit ja. Het bewijs: ‘Religie in beeld’, getekend en geschreven door striptekenaar Margreet de Heer.
Van haar hand verscheen vorig jaar ook het vergelijkbare ‘Filosofie in beeld’. De opvolger over religie lag voor de hand. De Heer - what’s in a name? - is behalve cartoonist ook theoloog, kind van twee predikanten en kleindochter van de grote bijbelvorser Hendrikus Berkhof.

Die afkomst komt direct aan de orde in het boek, want ‘Religie in beeld’ is sterk persoonlijk gekleurd en dat maakt het extra aardig. Zo tekent De Heer zich lopend op eieren. Dat doet ze het hele boekje door, want er zijn nogal wat eieren. Zoals de beschuldiging van blasfemie of het gelijkschakelen van de godsdiensten.
Maar de striptekenaar behandelt de vijf wereldreligies (jodendom, christendom, islam, hindoeïsme en boeddhisme) integer. Zo noemt ze Pesach, het joodse Pasen, de kern van het jodendom en het avondmaal die van het christendom. En passant behandelt ze ook het atheïsme, waarbij ze het in een tekstballonnetje uitroept: ‘Wat is dat toch met die atheïsten-trend?!’

Een even teer als groot ei is ook zeker dat ze Mohammed in de strip, die met gemak ook als een reeks cartoons kan worden aangeduid, afbeeldt. ,,Moeten we nu vluchten?’’, zegt in een hoekje haar man Yiri T. Kohl, die ook striptekenaar is en de plaatjes voor haar inkleurde. Volgens De Heer hoeft dat niet en ze illustreert fijntjes hoe ook islamitische kunstenaars door de eeuwen heen de profeet afbeeldden.
,,Is het verboden om Mohammed af te beelden?’’, vraagt het ikfiguurtje al studerend in een dik boek, dat waarschijnlijk de koran is. En vervolgens: ,,De koran verbiedt alleen het aanbidden van afbeeldingen.’’

De Heer heeft zich duidelijk goed verdiept in de verschillende religies en weet die ook kort en krachtig neer te zetten. Van het ontstaan van het christendom tot de nobele waarheden van het boeddhisme.
Ieder die prettig en snel wil worden voorgelicht over de grote geloofsovertuigingen, moet absoluut ‘Religie in beeld’ aanschaffen.

Margreet de Heer - 'Religie in beeld'. Ingekleurd door Yiri T. Kohl. Meinema, Zoetermeer; 120 blz., €16,50

zondag 27 februari 2011

Zendelingenpaar

Het was afschuwelijk nieuws vrijdag: de dood van zendingswerker Ebel Kremer en de ernstige mishandeling van zijn vrouw en dat - als ik de berichten mag geloven - voor de ogen van hun kinderen.

Het gezin is enige jaren geleden uitgezonden door de Vrije Baptistengemeente Groningen. Die doet op de website een dringend beroep op de pers familie en vrienden met rust te laten, maar contact te zoeken met Jan Hooikammer, staflid van de gemeente.
Een verstandige zet. Merkwaardiger is de keuze voor de foto, die ter beschikking van de media is gesteld. Op zich is het goed dat er een foto zo vrij gegeven wordt. Met een beetje googelen zijn er ook andere foto’s van de slachtoffers te vinden, dus het is ook goed dat de gemeente dat in de hand wil houden. Maar, ligt het aan mij, of is deze foto (zie boven) echt een merkwaardige keuze?

Goed, Hooikammer voert dus het woord. Verstandig. Maar dan mag je ook verwachten dat hij goed nadenkt over wat hij voor de camera zegt. Dat hij zich ook realiseert dat in deze tijden van onbeperkte en ongenuanceerde meningsuiting via bijvoorbeeld Twitter, het hele fenomeen van zendingswerk zwaar onder vuur zal komen te liggen. Over, netjes (gereformeerd) geformuleerd, het je leven moedwillig in gevaar begeven. Die discussie kwam ook heel snel op gang toen in 2007 zendelingen uit Zuid-Korea in Afghanistan werden vermoord en anderen uit het gezelschap wekenlang werden gegijzeld.

Wellicht was het toch emotie of onwennigheid, maar Hooikammer drukte zich niet echt gelukkig uit voor de camera van RTVNoord. Op het item dat hier is te zien, wordt hij onder meer gevraagd naar hoe er in de gemeente gereageerd werd. Hooikammer zegt onder meer dit over de ontreddering van de mensen: ,,Is het mogelijk dat er zoveel kwaad in de wereld is dat dit mensen aangedaan wordt?’’
Nog niet zo lang geleden schreef ik op deze plaats al over dergelijke reacties op ellendige dingen die mensen kunnen overkomen. Ik zal het niet overdoen. Maar ik hoop echt dat er vanuit de Vrije Baptistengemeente Groningen en door iedere kerk die aan zending doet, andere geluiden zullen komen dan zo’n uitspraak, die vooral getuigt van ongeloof over wat er is gebeurd.

maandag 14 februari 2011

Kloosterzuster

Nog op zoek naar een leuk en inspirerend dagje uit? Bezoek dan de Karmel in Drachten, het oude klooster van de karmelietessen. Dat zo'n trip de moeite waard is, mag wel blijken uit het feit dat de benedictijner broeders van de Sint Adelbertabdij van Egmond eerder deze maand de Karmel aandeden.
Ze hebben jaarlijks slechts één uitstapje en dat ging dus naar het Karmelklooster. Tussen de middag baden de monniken de sext op de plek waar vroeger de nonnen zaten. Dat was weer leuk voor de krant, want het gebeurt niet zo vaak meer dat kloosterlingen in Friesland samen in gebed zijn.

De reden waarom de broeders naar de Karmel gingen, is de tentoonstelling 'De hemeldeur op een kier'. Die biedt zicht op het leven en werk van de markante zuster Martina in het bijzonder en het leven 'in het slot' van de karmelietessen in Drachten in het bijzonder. Volkomen terecht is die expostie nu met een maand verlengd tot 20 maart.
Bij de start van de expositie, waarbij ook een prachtig boek hoort, schreef ik er in de Leeuwarder Courant over: 'Kleurrijke kloosterzuster'. Niet iedereen die op dit blog uitkomt, leest die krant. Dus daarom kunt u hier een pdf van het artikel openen en hier het kader dat daaronder werd afgedrukt. Van harte aanbevolen - de expositie en het boek dus.

Expositie: donderdag-, zaterdag- en zondagmiddag van 13 - 17 uur. Prijs: € 7,50.

Hemel en aarde


Volgens het onderzoek ‘God in Nederland' (2007) is 26 procent van de bevolking het, maar het zijn er veel meer. Ook onder degenen die zich nog kerkelijk noemen, kun je ze volop vinden: ietsisten - het door Ronald Plasterk bekend geworden etiket voor mensen die geloven dat er ‘iets' moet zijn.
Nederland kent maar een paar procent overtuigde atheïsten. Veruit het grootste deel van de niet-kerkelijken wordt gerekend tot de al dan niet bewuste zinzoekers. Een mooi nieuw woord dat je veel tegenkomt in de ‘zwevende kasten' in de boekhandel. Net als de uitdrukking ‘scharnierpunten in het leven'.

Het is juist op die momenten, zoals het verlies van een geliefde, dat het besef dat er iets transcendents moét zijn het sterkst is. Zelfs iemand als de ongelovige Kluun had het in de tijd rond het overlijden van zijn vrouw Judith, schrijft hij in ‘God is gek'. Maar ook dat die overtuiging weer snel verdween.
‘Er is meer tussen hemel en aarde', is een gevleugeld gezegde. Het zinnetje wordt niet alleen gebruikt door mensen die iets met levensbeschouwing hebben, maar ook al degenen die paranormale beurzen bezoeken of graag programma's als ‘Het zesde zintuig' volgen.

Uit onlangs gepubliceerde cijfers van een peiling door de Alpha-cursus, gelooft meer dan de helft van de Nederlanders (55 procent) dat er meer is tussen hemel en aarde. Daar is het zinnetje weer. Ze hopen - ‘geloven' is een al te groot woord - op hulp van boven.
Maar er is iets vreemds aan de hand met dat ‘er is meer tussen hemel en aarde'. De zinsnede is afkomstig van Hamlet in het gelijknamige stuk van Shakespeare. Maar, het gaat om een onjuiste vertaling.

Wat Hamlet letterlijk zegt, is: ,,Er is meer ín hemel en aarde, Horratio.'' Dat die zin verkeerd gelezen wordt, heeft nogal wat consequenties, betoogt de remonstrantse hoogleraar Christina Berkvens-Stevelinck in de vorig jaar verschenen ‘Catechismus van de compassie'.
Door dat ene woordje verkeerd te vertalen, wordt een bovennatuurlijke werkelijkheid opgeroepen, zegt Berkvens. De persoonlijke God ,,legt het af tegen een abstracter begrip, een onpersoonlijke kracht waar men het bestaan van vermoedt maar niet noemen kan of wil''.

Het godsbesef heeft zich bevrijd van knellende dogma's, zet Berkvens prikkelend uiteen. ,,Beleven neemt de plaats in van belijden, spiritualiteit de plaats van geloof. God is niet verdwenen, Hij, Zij of Het heeft zich slechts omgekleed.''
Dat werd een paar jaar geleden ook opgemerkt door Maarten Meester uit Sexbierum in zijn boek ‘Nieuwe spiritualiteit' waarin hij de ‘neospiritueel' tegen het licht hield. Die moet volgens hem toegeven dat ,,zijn nieuwe baas wel verdacht veel op de oude lijkt''. Ook al noemt hij die ‘Al' ‘Universum', ‘Iets' of ‘Liefde'.

Of mensen zich nu al dan niet kerkelijk noemen of spiritueel, ze kennen allemaal het diepgewortelde verlangen naar iets of iemand die boven hen uitstijgt. Zoals theoloog Harry Kuitert het zo fraai heeft geformuleeerd: de mens is ongeneeslijk religieus.
Wie de originele tekst van Shakespeare voor ogen houdt, zal zich realiseren dat het bij dit verlangen niet om iets onduidelijks onder de hemel gaat, maar om het verlangen naar de hemel zelf.

maandag 31 januari 2011

Vleespotten

Het is een mooi, bijbels spreekwoord: de vleespotten van Egypte. Niet iedereen schijnt dat meer te begrijpen en het gelijknamige boek van Marnix Gijsen is na bijna zestig jaar inmiddels bedekt met een flinke laag stof.
De uitdrukking komt uit het boek Exodus, waarin verhaald wordt van de lange woestijntocht die het volk Israël maakte nadat het de slavernij van Egypte achter zich had gelaten. Het aanvankelijk dankbare volk begon al na een week of wat te murmureren.

De mensen kregen honger en beklaagden zich bij Mozes en diens broer Aäron over God. Die had hen maar in Egypte moeten laten sterven. ,,Daar waren de vleespotten tenminste gevuld en hadden we volop brood te eten.’’
De uitdrukking ‘verlangen naar de vleespotten van Egypte’ betekent zoiets als terugverlangen naar die goeie, ouwe tijd. Een tijd die indertijd helemaal niet als zo geweldig werd beleefd, maar de narigheid van toen is men vergeten.

Ik zit dezer dagen wat verbaasd te kijken naar degenen die zo veel mogelijk het nieuws in Egypte proberen mee te pakken, omdat daar iets aan de gang is dat even historisch als mooi is. Ik zit intussen steeds met dit spreekwoord in mijn hoofd.
Wie een beetje de moderne geschiedenis kent, weet dat ook een door het volk afgedwongen omwenteling lang niet altijd iets goeds brengt. Velen waren in vervoering toen de sjah begin 1979 een lange vakantie nam (lees: op de vlucht sloeg). De rest is geschiedenis.

De Israëlieten in Exodus murmureerden niet omdat ze zo’n lastig volk vormden, maar omdat ze net gewone mensen waren. Dat verlangen naar toen is ook van alle tijden. Er zijn nog steeds Russen die terugverlangen naar hoe het ooit was.
In Egypte komt daar nog eens de zorg bij van de christelijke minderheid dat het moslimfundamentalisme de kop zal opsteken. De status quo was redelijk goed - dat is trouwens ook de opvatting die in buurland Israël leeft. Maar hoe is de situatie straks?

Die zorg over geloofsvervolging was er ook onder Iraakse christenen, nadat Sadam zich had verscholen. En die zorg bleek niet onterecht. Het land staat op nummer 8 in de Top 10 van de Ranglijst Christenvervolging van Open Doors.
Wat als in Egypte het vertrek van Mubarak niet direct brengt wat de mensen er van hopen en er een vacuüm ontstaat, waarop door extreme elementen wordt ingespeeld? Dan groeit ook onder christenen een verlangen naar de vleespotten. En terecht.

zaterdag 15 januari 2011

Hellend vlak

Vandaag heb ik het Nederlands Dagblad weer met grote interesse gelezen. Pagina 2 inspireerde mij tot het schrijven van dit stukje over de vrijgemaakt-gereformeerden, en toen had ik nog niet eens het interview met PVV’er Hernandez gezien, die ook vrijgemaakt blijkt te zijn.
Hernandez is een nieuwe vrijgemaakte, maar het gaat me om de andere ‘nieuwe’ vrijgemaakten. Degenen die zich hebben afgescheiden van de andere vrijgemaakten, omdat die de Waarheid verkwanselen. Omdat ze de ‘synodalen’ op het hellend vlak achterna gaan.

Op pagina 2 staat een stukje over het clubje ex-vrijgemaakten, die samen met de hersteld-vrijgemaakten deze website hebben opgezet. Het is een klein stukje, en eigenlijk alleen maar te volgen voor gevorderden in het gereformeerdendom.
De bewuste vrijgemaakten zullen zich geen ex-vrijgemaakt noemen. Zoals dat ‘hersteld’ ook alleen maar bedoeld is om misverstanden te vermijden. De nieuwe vrijgemaakten vinden, net als de andere vrijgemaakten, dat ze de enige juiste voortzetting zijn van de Gereformeerde Kerken.

Berichtgeving over die afgescheidenen raken bij mij een gevoelige snaar. Aan de ene kant irriteren ze me. Dit is nou precies wat ze bijvoorbeeld in de PKN bedoelen met het trauma van de ‘repeterende breuk’ als ze besluiten om een ketterse dominee niet aan te pakken.
Maar ik weet ook dat het me raakt, omdat ze een punt hebben. De Gereformeerde Kerken (vrijgemaakt) zíjn veranderd. Degenen die zich hebben losgemaakt van de rest, gaan min of meer in het oude spoor voort dat na de Vrijmaking van 1944 werd ingezet.

Er wordt onder de ‘gewone’ vrijgemaakten wel eens meesmuilend gedaan over die ‘nieuwe’ vrijgemaakten, maar daar is geen reden toe. De afgescheidenen houden de anderen een spiegel voor: ooit waren wij met z’n allen ook min of meer zo.
De vrijgemaakten zijn in razend tempo ingrijpend veranderd, ik schreef er hier al eens over. In dat verband wordt graag de term ‘voortschrijdend inzicht’ gebruikt, maar ik heb ernstige twijfels of daar wel sprake van is.

Neem het artikeltje dat vandaag in het ND boven dat over de ‘nieuwe’ vrijgemaakten staat: ‘Bind in bij de verdediging kinderdoop’. Het gaat over een artikel van predikant Jan-Willem Roosenbrand, dat ik gisteren met enige verbazing in De Reformatie las.
,,Het verdedigingen van de kinderdoop werkt niet meer in deze tijd’’, vat het ND zijn artikel samen. Veel ouders, zegt hij, voelen vervreemding bij de polemische toon die in het gereformeerde doopformulier richting andersdenkende christenen aangeslagen wordt.

Als je, nog niet zo lang geleden, die vervreemding als predikant of ouderling constateerde, was dat reden voor een stevig gesprek. De hele gereformeerde verbondsopvatting is immers op de kinderdoop gestoeld. En dat verbond wordt blijkbaar niet goed meer gezien.
Dit is een kleine illustratie - er vallen nog veel meer voorbeelden te geven - van het feit dat de huidige inzichten in mijn ogen niet zo zeer voortschrijdend zijn, maar veel meer illustreren dat er steeds minder kennis is van de eigen leer. En dat er van alles overboord gaat.

Het gevolg is dat steeds meer kerkleden zich niet thuis voelen in hun vrijgemaakte kerk. Ze zullen niet opstappen, maar voelen zich wel ontheemd. Dat geldt bijvoorbeeld voor mijn ouders, die sinds enige jaren kerken in een vrijgemaakte kerk in een vinex-wijk.
Laatst, zo vertelde mijn vader, moest in een ochtenddienst een nieuw lied geoefend worden. Dat duurde wat langer en dus besloot de dominee dat gezien de tijd het voorlezen van de Tien Geboden dit keer maar verviel. Lijkt me ook geen voortschrijdend inzicht.


Of die keer dat ze in diezelfde vinex-kerk het evangelische lied ‘Heer wees welkom’ zongen. Mijn ouders waren verbijsterd. ,,Wij nodigen God niet uit, Hij nodigt óns uit. Wat een hovaardij’’, foeterde mijn vader later. Zo’n lied voortschrijdend inzicht? Ammehoela!
Veel van wat verandert in de vrijgemaakte kerk gebeurt omdat ‘we’ dat mooi vinden. En omdat we de jongeren bij de kerk willen houden. En omdat er eigenlijk weinig tegen is. Is wellicht allemaal best, maar beweer niet dat het allemaal zo goed doordacht is.

Het hellend vlak van de ‘synodalen’ was altijd een schrikbeeld voor de vrijgemaakten en dat heeft tientallen jaren probaat gewerkt. Overigens, wees gerust, ik geloof niet dat de vrijgemaakten nu op het hellend vlak zitten - ze zijn in een vrije val terechtgekomen.

dinsdag 11 januari 2011

Kerkbalans

Gelukkig, andere collega’s hebben het ook. Je zoekt in het archief naar een onderwerp en je komt een artikel tegen waar jouw naam bij staat vermeld als auteur, maar je hebt werkelijk geen idee meer dat je het hebt gemaakt.
Het overkomt me steeds vaker. Zoals ik ook steeds vaker dingen niet meer scherp boven water kan krijgen. Zo herinner ik me dat er een Amerikaanse schrijver was - maar wie was het? - die tijdens een interview gevraagd werd naar een boek dat hij had geschreven, maar dat hij volledig was vergeten. Met zo’n verhaal troost ik me weer.

Vandaag had ik een soortgelijke ervaring. Met een collega sprak ik over de start van Kerkbalans, de jaarlijkse financiële actie van een aantal kerken, die donderdag met een persconferentie van start gaat. Ik vertelde hem over de gemiddelde hoogte van de bedragen die kerkleden geven.
Voor de katholieken zit de bijdrage van de katholieken die geven op ruim €30 en van de leden van de Protestantse Kerk in Nederland die geven op zo’n €220 gemiddeld. Ik heb de jongste cijfers nog niet gezien, maar het beeld zal dit keer niet heel erg anders zijn.
En ik vertelde mijn collega dat er kerken zijn waarvan de leden beduidend meer geven. Dat evangelischen het bijbelse gegeven van tienden vaak letterlijk nemen: een tiende van het netto salaris gaat naar de kerk.

Ik zette mij naar aanleiding van Kerkbalans aan het schrijven van een weblogje - dat werd immers weer hoog tijd - en terwijl ik al een paar regels ver was, begon er ergens in mijn achterhoofd te schemeren dat ik wel eens eerder zoiets op deze plaats geschreven heb. Het kostte mij enige moeite om de bewuste bijdrage weer boven water te krijgen maar het ging om dit stukje. En ja - inderdaad! - blijkbaar ook dit stukje.
Dat is iets wat je ook krijgt bij het ouder worden: sommige zaken komen geregeld voorbij. Maar ook dat vergeet je vaak weer en de gemiddelde krantenlezer doet dat al helemaal.
Hoe zij Prediker het ook al weer zo mooi? (Ook dit zoek ik zekerheidshalve maar op.) ‘Er is niets nieuws onder de zon. Wanneer men van iets zegt: ‘Kijk, iets nieuws’, dan is het altijd iets dat er sinds lang vervlogen tijden is geweest.’
Goeie tekst, ook voor journalisten.

donderdag 30 december 2010

Trending

Op de redactie van de LC hebben we gisteren wat gebrainstormd over wat volgend jaar ‘in’ en ‘uit’ is. Voor de laatste podiumpagina van 2010. Dat viel nog niet mee. Uiteindelijk maakte een collega een overzicht met een kwinkslag. Wel zo leuk om te lezen.
Sinds Twitter in de wereld is, is er een nieuwe term voor wat op dat moment ‘in’ is: trending. Gisteren kon ik met geen mogelijkheid bedenken wat er op het religieuze erf echt trending is. Maar vanmorgen bedacht ik zo twee onderwerpen.

De eerste is: vrijuit praten over geloof en religie. Daarbij werd ik geïnspireerd door twee krantenberichten die op Twitter voorbij kwamen. Trouw: ‘Godsdienst mag weer in literatuur’. En in het AD vertelt zanger Thomas Berge vandaag ongegeneerd dat hij weer dagelijks bidt.
Praten over je geloofsovertuiging was al een trend, maar die zet zonder meer door. Gisteravond was op Ned. 1 de veelbekeken terugblik op het WK voetbal met Wesley Sneijder. En iedereen weet van die jongen dat hij eerder dit jaar katholiek is geworden. Bijvoorbeeld.

Zeker, ze zijn er nog, de mensen die zuur en zeurderig doen over het geloof. Maar dat zijn in de regel vervelende vijftigplussers die niet zien dat dit zooooo jaren negentig is. Helaas zitten die nog wel vaak bij de media, zoals Kluun eind 2009 al fijntjes heeft vastgesteld.
Jongeren hebben van dat Maarten ’t Hart-syndroom geen last. En dat is een verademing, hoewel je daarbij wel op de koop toe moet nemen dat velen ook niet gehinderd worden door enige vorm van religieuze kennis. Maar daar hadden veel ouderen ook al ernstig last van.

Een tweede onderwerp dat trending is, is kerksluiting. De komende jaren zullen honderden kerken gesloten worden. Nu valt dat nog mee, maar binnen afzienbare tijd zal er sprake zijn van een soort van een Nationale dijkdoorbraak.
Collega Daniël Gillissen van het Nederlands Dagblad meldde net op Twitter een kerksluiting in Bedum. En een paar dagen terug noemde hij ook al een andere kerksluiting in Amersfoort. Ik reageerde zojuist dat we als kranten straks een apart rubriekje moeten hebben: ‘Kerksluiting’. En dat is geen grap.

Nee, beide trends zijn niet in tegenspraak. Veel mensen belijden hun geloof publiek, maar veelal ook buiten de bestaande kerkelijke structuren. En degenen die wel actief kerkelijk zijn, zitten bij kerkelijke gemeenten die wel groeien - meestal van stevige/evangelische snit.
Het komend jaar zullen zich op beide terreinen geen schokkende zaken voordoen. De trends zetten gestaag door. Maar aan het einde van het nieuwe decennium zal de kerkelijke en - breder - de levensbeschouwelijke kaart van Nederland ingrijpend zijn gewijzigd.

donderdag 23 december 2010

Rottigheid

Als iemand je iets naars over een ander vertelt, dan zit je daar mooi mee. Het vervuilt de manier waarop je in het vervolg naar die persoon kijkt, ook al weet je niet 100 procent zeker dat de vervuilende informatie waar is.
Je stapt immers niet zo maar naar iemand toe en vraagt of die roddel klopt. Tenminste, ik doe dat niet. Mijn schoonmoeder zou zeggen: ‘Een kroon is zo maar van iemands hoofd gestoten.’ En ze heeft gelijk.

Geregeld word je als journalist via telefoon of mail op de hoogte gesteld van zaken die anderen liever niet naar buiten gebracht zien. Kerkleden doen dat ook. Zoals iemand mij laatst twitterde: ‘Kerkmensen zijn net gewone mensen.’ Waarop ik iets terugschreef van: ‘Meestal is dat een excuus om het ‘gij geheel anders’ te kunnen verwaarlozen.’
Mensen hebben altijd een belang om iets te lekken. Bij kerkmensen intrigeert mij dat extra. Heb je nu echt zo’n hekel aan die kerk of de persoon waarover je dit naar buiten brengt? Weet je dan niet dat dit soort informatie het blazoen van de kerk besmeurt en de dominee in kwestie - want daar gaat het meestal over - voor het leven beschadigt?

Wat er zoal aan achterklap in mijn oor gefluisterd wordt? Weet u… dat onze dominee een ziekte met een korte naam heeft, dat onze dominee met iemand in de gemeente een relatie heeft, dat de dominee het met de organist op de orgelbank gedaan heeft, dat onze dominee zijn computer bij een kerklid ter reparatie inleverde en dat daar pornografisch materiaal op stond, dat onze dominee grote gokschulden heeft, dat onze dominee met te veel op door de politie aangehouden is?
Misschien deug ik niet als journalist, maar ik ben nooit blij met dit soort rottigheid. En ik ben ook niet blij met kerkleden die dit aan mij doorgeven. ‘U mag natuurlijk nooit zeggen dat het bij mij vandaan komt.’ De laatste jaren gebeurt het vooral anoniem: met een voor de gelegenheid aangemaakt mailaccount.

Dat ik vervolgens met die vuiligheid zit opgescheept - jammer dan. Een keer hoorde ik hoe in een kerk feest werd gevierd dat de dominee vertrok. Hij had in al zijn gemeenten buitenechtelijke relaties gehad. De man stapte over naar een ander kerkverband, waar hij heel enthousiast werd ontvangen. Iemand in zijn aanstaande gemeente sprak over de dominee als een lot in de loterij, hoewel de degelijk gereformeerde man in kwestie nooit die term zou gebruiken.
Moest ik zijn vreugde temperen? Moest ik zeggen dat dat kerkverband en die gemeente een kat in de zak hadden gekregen? Ik heb het niet gedaan. Nauwelijks een jaar later was het in de nieuwe gemeente ook weer raak. En de kerk wist niet hoe snel ze van de man af moesten. De dominee sprak tegen een collega van een andere krant over de onbarmhartigheid die hij had ondervonden. En de kerkenraad moest zwijgen over wat er echt was voorgevallen.

woensdag 15 december 2010

Het nieuws

Kent u dat - ik hoop het - dat uw wapenrusting soms niet genoeg sluit en dat het dagelijkse nieuws je niet onberoerd laat? Ik had vanmorgen weer zo’n moment. En het NOS Journaal van negen uur - leuk op mijn iPhone bekeken - kwam keihard bij mij binnen.
Een boot, afgeladen met asielzoekers, slaat in zeer slecht weer te pletter op de rotskust van het Australische Christmas Island (what’s in a name). Reddingwerkers moeten toezien hoe de bootvluchtelingen verdrinken, ook kinderen en baby’s.

Steeds meer kinderen in Nederland leven in armoede. Het zijn er inmiddels ruim driehonderdduizend. En er is weer een internationaal kinderpornonetwerk opgerold. Wie weet hoeveel leed die *PIEP* hebben veroorzaakt.
En ja, er was ook fijn nieuws. Hoe een dief met 1,5 miljoen dollar aan fiches een casino uit kon komen. En zeker, het was hartstikke leuk om te zien hoe Nicolien Sauerbrij op afstand, onder de voet van de Rocky Mountains, hoorde dat ze sportvrouw van het jaar was geworden.

Maar toch. Waarom word ik letterlijk beroerd van de gedachte aan onder anderen die vluchtelingen die al allerlei ontberingen achter de rug hadden, om tenslotte op de kust van de vrijheid om te komen of hun geliefden een vreselijke dood te zien sterven?
Hoe kan ik in Godsnaam toch meestal met droge ogen het nieuws bekijken of meewerken aan alweer een krant vol leed? En dan ook alleen maar dat leed dat in het nieuws komt. Dat iedere drie seconden een kind onnodig dood gaat, omdat we met elkaar de boel niet eerlijk verdelen - ach, dat is geen nieuws.

Ik verbaas me altijd over christenen die pas in een geloofscrisis komen als henzelf of iemand in hun directe omgeving iets vreselijks overkomt. Begrijp me goed, vaak gaat het echt om afschuwelijke dingen en mensen zijn terecht tot in hun botten geraakt.
Maar hoe hebben ze voor die tijd dan de krant gelezen en naar het nieuws zitten kijken? Er is toch iedere dag reden om in een enorme geloofscrisis terecht te komen? ‘Als er echt een God is…’ En mensen die geloven dat deze wereld niet onder de vloek leeft, die begrijp ik al helemaal niet.

maandag 6 december 2010

Verwachting

Het is weer advent. De tijd van verwachting, van uitzien naar de geboorte van Jezus, naar de komst van het Licht. En blijde verwachting is een van de belangrijkste dingen in het leven, weet de Zweedse econoom en hoogleraar Micael Dahlén.
Dahlén, die er uit ziet als een jonge hippie, heeft het boek ‘Nextopia’ geschreven. Hij beschrijft de zogenaamde ‘Expectations Society’. Mensen zijn het gelukkigst, zegt hij, wanneer ze iets hebben om naar uit te kijken. Daar, daar om de hoek, voor ons - daar bevindt zich iets beters.

Wil je iets bereiken bij de mensen, dan moet je daarop inspelen. En dat had het promotieteam van president Barack Obama net zo goed begrepen als degenen die de iPhone 4 in de markt zetten. De verwachtingen waren in beide gevallen enorm.
Dahlén wijst bijvoorbeeld op een Amerikaans consumentenonderzoek dat gehouden werd twee maanden voor de nieuwe telefoon van Apple op de markt moest komen. De meerderheid van de ondervraagden wist het zeker, zonder het ding in handen gehad te hebben: de iPhone!

Sprekender nog, vindt Dahlén, is Obama die de Nobelprijs voor de Vrede ontving. Wat hij had gedaan voor de vrede? ,,Helemaal niets, maar mensen verwachtten dat hij vrede gaat brengen.’’ Dat Obama bij veel Amerikanen zo van zijn voetstuk kon vallen, is de keerzijde van dat succes.
Het hebben van de zaak, mijn moeder zei het vroeger geregeld, is het einde van het vermaak. De les die consumenten hier uit kunnen trekken is volgens Dahlén: ,,Er is geen eeuwig geluk. Je kunt niet voor eeuwig gelukkig zijn en dat is, denk ik, een opluchting.’’

Dahlén heeft de ‘Expectations Society’ goed in beeld, maar op dit laatste punt gaat hij de mist in, weten degenen die leven in advent.

zaterdag 27 november 2010

Kortjakje

Het is vandaag bekendgemaakt, begrijp ik, want het was zonet zelfs nieuws op het NOS Journaal: voor het eerst staat ‘Hotel California’ van de Eagles op nummer 1 van de top 2000 die op Radio 2 weer aan het einde van het jaar wordt uitgezonden.
Je kunt er vergif op innemen dat er in evangelische kring over gesproken zal worden dat het toch wel een teken van de tijd is dat dit lied, dat een verkapte lofzang op de satanskerk is, nu op de eerste plaats staat. Dat is overigens niet mijn mening, zie hier een eerdere blog.

Toegegeven, ik heb zelf ook een liedje waarover ik een uitgesproken mening heb om de vaak niet gekende achtergrond ervan, en dat is ‘Kortjakje’. Ik werd daar gisteren weer bij bepaald toen ik in het Reformatorisch Dagblad een commentaar las over christelijke Kortjakjes.
De aanleiding was onder meer het congres ‘Gans anders’, vrijdag in Amersfoort, waarop de matheid van christenen ter sprake kwam. Door de weeks merk je heel weinig van ze, maar ’s zondags gaan ze wel braaf ter kerke, zo was de invulling van het RD van de hedendaagse Kortjakjes.

Wat mij betreft is het een ongelukkige vergelijking. Ik weet dat er meer exegeses bestaan van het lied ‘Kortjakje’, maar volgens mij is er slechts één juiste: Kortjakje is een prostituee die ’s zondags even braaf als huichelachtig naar de kerk gaat.
Het korte jakje spreekt al voor zich. ‘Ziek’ is een eufemisme voor de manier waarop deze vrouw haar geld verdient. Blijkbaar is ze bijzonder succesvol, want ze kan zich een bijbel met zilverbeslag veroorloven. En wie kan er wat van zeggen? Dan zou je toegeven dat je weet wat Kortjakje doet.

Ik ben benieuwd hoeveel van de mensen die met absolute zekerheid weten dat ‘Hotel California’ over de satanskerk gaat, het geen probleem vinden dat hun kinderen het uiterst bedenkelijke ‘Kortjakje’ zingen. Mijn verklaring te vergezocht? Nee, die van ‘Hotel California’ is sterk.

zaterdag 20 november 2010

Websites

Deze week verschenen de resultaten van een onderzoek naar websites van lokale kerken, uitgevoerd in opdracht van Kerknieuws.nl, de uitstekende kerknieuwssite van de IKON. Resultaat: een op de vier lokale kerken heeft nog geen eigen website.
Het aardige is dat niet alleen de ‘zware’ protestantse kerken, de zogenoemde zwartekousenkerken, vaak geen website hebben. Dat geldt ook voor kerkgenootschappen die op de linkerflank van het kerkelijk erf zitten, zoals de doopsgezinden.

Twee kerkgenootschappen hebben een dekking van maar liefst 100 procent: bij de Remonstrantse Broederschap en de Oud-Katholieke Kerk hebben alle plaatselijke gemeenten een website in de lucht. Die timmeren dus leuk aan de digitale snelweg.
Aan het einde van het bericht op de site van opdrachtgever Kerknieuws.nl staat dat het onderzoek mogelijk een aansporing kan zijn voor kerken om zich alsnog te manifesteren op het internet. ,,Want één ding is zeker: zonder site ben je als kerk onzichtbaar in deze samenleving.’’

Ik vraag me bij zo’n constatering af: hoe erg is dat eigenlijk als je als lokale kerk geen website hebt? En hoe erg is het dat als je wel een site hebt, die er niet gelikt uitziet? Ik zou wel eens willen weten hoeveel mensen van buiten de kerk nu echt iets doen met dit soort sites.
Neem nou de twee kerken met die dekking van 100 procent. Ze zijn niet vreselijk groot en ik geloof ook niet dat de gestage teruggang in ledental gestopt is doordat alle gemeenten online zijn. Ik geloof echt niet dat een kerk door een site zichtbaarder is in deze samenleving.

dinsdag 9 november 2010

Geschorst

In de LC hadden we gisteren een berichtje over een dominee die met onmiddellijke ingang is geschorst, omdat hij een buitenechtelijke relatie met een zuster der gemeente heeft. En onze krant was niet de enige. Zelfs het ANP schreef er over.
Het blijft worstelen met dit soort berichten. Wij noemden in de LC wel de zonde, maar niet de naam van de zondaar. Het Nederlands Dagblad meldde vanmorgen wel de naam en verder louter dat hij geschorst was op grond van artikel 79 en 80 van de kerkorde. Daar wordt van ,,grove zonden’’ gesproken.

Ik zeg niet dat dat slechter is. Ik merk alleen op dat ook daar geworsteld wordt met dit soort berichten. Maar met deze formulering kun je ook op je vingers natellen waar het over gaat, net zoals bij de oude formulering ,,zonde tegen het zevende gebod’’. Bovendien, als predikanten geschorst worden, dan gaat het in veruit de meeste gevallen om een vorm van misbruik in pastorale relaties.
Kranten mogen worden aangesproken op wat zij schrijven. Ik schreef vorige maand naar aanleiding van een soortgelijk geval al over deze problematiek en zei dat het ook voor kerken niet makkelijk is. Maar nu wil ik zwartepieten en het probleem leggen waar het hoort: bij de kerken. Met als grote vraag: waarom moet het eigenlijk aan de grote klok worden gehangen?

Waarom moeten gemeenteleden een brief over de zaak krijgen, waarom moet het uitgebreid worden toegelicht in een verklaring aan het begin van een kerkdienst die nog maanden op internet beluisterd kan worden? Beleg voor het trieste nieuws een gemeentevergadering, die echter wel nadrukkelijk besloten is.
Er is natuurlijk een reden voor deze handelwijze: kerken willen het graag goed doen. Er is in het verleden teveel met de mantel der liefde bedekt en nu wordt zeker in het geval van een seksuele misstap vrijwel onmiddellijk een tuchtprocedure in werking gezet waarop vaak al snel afzetting van de predikant volgt.

Maar wat een schade richt zo’n correcte kerkenraad aan. Zo’n man - of vrouw - wordt publiekelijk door de kerk aan de schandpaal genageld. Heel Nederland mag het weten. Ik begrijp niet waarom. Je zou de zondaar maar zijn. Of z’n partner, of z’n kind. Papa, en dus jij ook, als openbaar kunstbezit. Erg pastoraal.
Naar christenen die misstappen begaan, wordt kritisch gekeken. En terecht. Naar dominees die uit de bocht vliegen, wordt helemaal kritisch gekeken. En terecht. Maar enig mededogen is ook in dat geval op zijn plaats. En met alleen maar bidden voor de slachtoffers ben je er niet.

En over bidden gesproken, misschien vergiste de dienstdoende ouderling zich, maar in de afkondiging afgelopen zondag over de schorsing van de dominee werd wel gevraagd om gebed voor zijn gezin, maar niet voor de zondige dominee en de zuster in kwestie. Maar ik ben bang dat het geen vergissing was.
Als ik dit geklungel zie, vraag ik me ook ernstig af hoe zorgvuldig er gehandeld wordt vóór de zaak publiek gemaakt wordt. Is wel het uiterste geprobeerd om de situatie anders op te lossen? Ik ken een paar gevallen wat beter en dat maakt mij er niet echt gerust op.

Want, hebben kerkenraden en ook de dominees die de fout ingaan, wel enig besef van wat de consequenties zijn als je uit het ambt raakt? Het is natuurlijk heel goed dat je je zonde erkent en de consequenties aanvaardt, maar overzie je ook de gevolgen?
Ik ken zo een paar ex-predikanten die aan lager wal zijn geraakt. Want wat kan een dominee buiten de kerk worden? Taxichauffeur. Of dakloos. Dat zijn geen academische voorbeelden. Zodra de zondige ex-dominee uit het blikveld is verdwenen, wordt er opgelucht adem gehaald. Dat de man verkommert, tja. Het wordt hoog tijd voor een onderzoek naar hoe het ex-dominees vergaat.

En dan nog eens iets. Hoe komt het dat in veel gevallen de omgeving niet zag dat een dominee soms jaren bezig is geweest te verongelukken? Natuurlijk doet zo’n man of vrouw stiekem. Maar zegt het ook niet iets van het ontbreken van geestelijke fijngevoeligheid bij bijvoorbeeld kerkenraadsleden of collega’s die geregeld met hem of haar te maken hadden? Wordt er na het pijnlijke vertrek wel door de achterblijvers aan zelfonderzoek gedaan?

zaterdag 6 november 2010

Relikwieën

In de Karmel in Drachten, het oude klooster van de ongeschoeide karmelietessen, staat dit weekeinde in het licht van Allerzielen. Aan het einde van de middag was er een viering van Allerzielen in de kapel, die uitliep op een lichtprocessie naar de graven van de zusters in de slottuin.
Voor de onvolprezen rubriek De Samenkomst in de LC had ik al eens die allerzielenviering beschreven en ik heb besloten om dit keer de studiemiddag met emeritus hoogleraar Jan den Boeft mee te maken. Hij sprak voor een select gezelschap over het mede door hem vertaalde traktaat van Augustinus’ ‘Wat kunnen wij voor de doden doen?’

Ik heb weer een paar dingen bijgeleerd. In het boekje behandelt de kerkvader (354-430), die van enorme invloed is geweest op de kerk, de vraag of overledenen per se naast geloofsmartelaren begraven moeten worden. Martelaren werden gezien als vanzelfsprekende heiligen, die linea recta naar het paradijs gaan.
Boeiende materie. Vooral omdat reeds in de vroege kerk al de gewoonte onder christenen bestond om voorbede voor de zielen van overledenen te doen. Dat is zinvol zolang het laatste oordeel niet is geweest. Augustinus bevestigt ook die praktijk. Ik heb altijd gedacht dat deze praktijk, waar de Reformatie mee afrekende, pas later in de kerkgeschiedenis is ontstaan.

En er was nog een tweede eyeopener. Augustinus moest weinig hebben van de wonderen die werden toegeschreven aan relikwieën, stoffelijke resten van heiligen. Wonderen, zo vond hij, waren slechts de startmotor van de kerk. Na de tijd van de ‘Handelingen der apostelen’ bestonden die niet meer, omdat ze niet meer nodig waren.
In de voetsporen van de grote kerkvader werd en wordt dit nagezegd in orthodox-protestantse kring. Maar nu vertelde Den Boeft iets wat ik nooit heb meegekregen, namelijk dat Augustinus die mening op later leeftijd heeft herzien. Dat blijkt uit Boek 22, hoofdstuk 8 van zijn ‘Civitate Dei’. Dat heb ik niet op de plank staan, maar ik geloof de hoogleraar onmiddellijk.

Augustinus is tot ander inzicht gekomen, zegt Den Boeft, doordat hij met eigen ogen zag wat voor wonderen werden bewerkstelligd door het gebeente van Stefanus, de oermartelaar (zie illustratie van Rembrandt). Boeiend, ook nu zie je onder aanvankelijk weigerachtige christenen hoe het geloof in wonderen door wat zich voor hun ogen voltrekt, uiteindelijk alsnog wordt omarmd.

woensdag 3 november 2010

Bajes

Vanmiddag was ik slechts op bezoek in De Marwei. In Leeuwarden weten ze dan direct waar het over gaat: de gevangenis. Daar hebben ze liever dat je spreekt van PI Leeuwarden, en die afkorting staat natuurlijk voor Penitentiaire Inrichting.
We zijn dol op eufemismen. Tbc in plaats van tering of suïcide in plaats van zelfmoord. In justitiële kringen is dat natuurlijk niet anders. Dus liever PI in plaats van gevangenis, en gedetineerden - of, ook een mooie die ik vanmiddag hoorde: bewoners - in plaats van gevangenen.

In de PI was de landelijke presentatie van het ‘Bajesbrevier’, een katholiek dagtekstenboek dat de zondagen volgt van het liturgisch jaar. Het moet de gedetineerden woorden geven voor de momenten dat ze op zichzelf teruggeworpen zijn, zonder dat ze zich groot moeten houden in de groep. Met hun vragen en hun twijfels.
Ik had het me even niet gerealiseerd, ik was met mijn hoofd bij andere dingen, maar op eens liep de tot kerkzaal omgebouwde sportruimte vol met de doelgroep. En wat direct opviel was dat er zoveel jonge mannen waren. En wat vrijwel daarna opviel was dat ze zich allemaal keurig en gedisciplineerd gedroegen.

Het werd een mooie viering. Met regelmatig momenten waarop volgens de liturgie ‘allen’ moesten antwoorden en moesten bidden: ‘Onze Vader…’ Een van de jongens deed ook de schriftlezing. En er werd gezongen. Niet alleen met begeleiding van het onvermijdelijke elektronische orgel, maar ook op gitaar, gespeeld door gedetineerden zelf. En een van hen zong, zeker niet onverdienstelijk, een paar keer solo. Onder meer de ‘Redemption Song’: ‘Won’t you help to sing - these songs of freedom?’ Achter mij hadden medegedetineerden louter waardering: ,,Knap hoor, je moet maar durven.’’

Geen idee wat die mannen en jongens allemaal op hun kerfstok hebben, maar petje af. En zeker ook voor de pastores en de vele vrijwilligers die de bajesdiensten mogelijk maken.

dinsdag 26 oktober 2010

Kerk en moskee

De relatie tussen kerk en moskee is gevoelig. Dat is een open deur natuurlijk. In voorbije eeuwen hebben christenen niet altijd even prettige ervaringen gehad met moslims en andersom. Met zo’n voorgeschiedenis is het eieren lopen.
De afgelopen jaren kozen de kerken vooral voor de dialoog als het ging om de relatie met het groeiend aantal moslims in ons land. Zo stelt de landelijke Raad van Kerken altijd een vriendelijke groet op ter gelegenheid van de Ramadan, die lokale kerken kunnen bestellen en bezorgen bij een moskee in de buurt.

In het kader van een fijne dialoog werd in de grote kerken bijvoorbeeld niet al te veel gepraat over bijvoorbeeld de vervolging van christenen in een reeks moslimlanden. Dat werd overgelaten aan organisaties als Open Doors, die een jaarlijks ranglijst van landen bijhoudt waar christen het slecht tot zeer slecht hebben. Islamitische landen zijn daarop sterk vertegenwoordigd.
Maar er is iets aan het veranderen. Dat bleek vorig jaar al toen tientallen predikanten, van links tot rechts in de Protestantse Kerk in Nederland (PKN), in een open brief kritische vragen stelde bij de dialoog met de islam. Die was volgens hen niet echt geloofwaardig, zolang op veel andere plaatsen in de wereld moslims christenen verdrukken.

Vandaag is de langverwachte en uitgestelde islamnota ‘Integriteit en respect’ van de PKN verschenen die ook deze onrustgevoelens benoemt. Net als de principiële bezwaren die in met name het stevige deel van de kerk leven. Moslims geloven immers niet dat Jezus als Gods enige zoon de verlosser is en het idee dat hij is gekruisigd vinden ze een gruwel.
Het stuk is zeer goed geformuleerd. Geregeld denk je als lezer: wat zegt de kerk nu in dit visiestuk? Maar hier en daar staat het er wat duidelijker. Zoals: ,,De kerk bidt wel ‘naast’, maar niet samen met moslims.’’ En de kerk is geroepen om van Jezus Christus te getuigen, mits het maar respectvol gebeurt. Maar natuurlijk ook: de kerk is geroepen om stereotypen en vooroordelen te bestrijden.

Wie goed leest, ziet dat er langzaamaan wat aan het verschuiven is in het denken over de islam.

maandag 18 oktober 2010

RD app

De zondag als rustdag. Er zijn nog altijd mensen die hun best doen om daar aan vast te houden. In een kerkblad las ik een paar weken geleden een stukje van een dominee, die aan zijn nieuwe gemeente zijn nieuwe emailadres doorgaf. Maar hij had daarbij een aantekening. Op zondag stuurde hij in principe geen email en checkte hij die ook niet. Of de gemeente dat in het achterhoofd wilde houden. Of, nog beter, dat goede voorbeeld wilde volgen. ,,Misschien is het ook een idee voor u juist deze dag vrij te houden.’’

Het Reformatorisch Dagblad, ik schreef er hier al eens over, wil een modern medium zijn, maar tegelijkertijd de zondag heiligen. Als u op zondag RefDag.nl aanklikt, komt u niet verder dan het startscherm. En daar staat een verklaring van de hoofdredactie te lezen.
,,Vandaag is het zondag. Wij wijden deze dag in het bijzonder aan de dienst van God. Wij beschouwen de zondag als een rustdag, een opdracht van God en een geschenk, waar we dankbaar voor mogen zijn. Om die reden actualiseren we onze site vandaag niet.’’
Het is een heel principiële keuze en het RD is de enige krant die die keuze maakt.

Vorige week presenteerde het RD een app voor de iPhone, die ik als nieuwe iPhone-gebruiker natuurlijk meteen heb gedownload. Het is een mooie applicatie en volgens Jacco, een collega die op dit terrein zeer deskundig is, is het ook een uitstekende. Jacco is ook goed op de hoogte van het kerkelijk erf en hij stelde vorige week dan ook de vraag of het RD met de app niet de principiële zondagsheiliging loslaat. Want in tegenstelling tot een website kun je een app niet stilleggen. Zo kan een gebruiker op zijn mobieltje een andere kalenderdag kiezen. Niemand doet dat natuurlijk, maar het kan. En dan weet die app niet dat het zondag is.

Ik heb gisteren eens gecheckt en op de RD-app was net als de andere dagen volop nieuws te lezen. Echter, de berichten waren sinds zaterdagavond niet meer ververst. Dat is ook de keuze van het Nederlands Dagblad dat op zondag wel de website in de lucht houdt, maar daarop dan geen nieuwe berichten plaatst.
Het is niet wereldschokkend, maar het is toch een verandering in het consequente beleid van het RD. Er is gekozen om ook gebruik te maken van dit moderne platform en dan is die verandering technisch gezien onontkoombaar. Voor een deel van de achterban van het RD is dit toch wel een flinke stap. En sommigen zullen deze app en de bijbehorende consequentie beslist een stap te ver vinden.

zondag 17 oktober 2010

Onwaarheden

Wat te doen als iemand je iets naar je hoofd slingert? Er zijn twee mogelijke reacties, ik heb het hier al eens opgemerkt: die van Spreuken 26 vers 4 of die van Spreuken 26 vers 5. (Nee, ik zet er dit keer geen link bij. Als u beide verzen opzoekt, doe het dan in dit geval bij voorkeur in de oude NBG-vertaling.)
In de stroom reacties op het LC-forum over de toekomstverwachting van dominee Orlando Bottenbley - hij gelooft dat hij de wederkomst van Jezus Christus bij gezondheid zal meemaken - trof ik ook diverse reacties aan van Ochhea. Ochhea manifesteert zich geregeld op de site en dat is prima, maar dit keer speelt hij of zij op de man.

Ochhea’s reactie van 19.11 uur vanavond begint nog eens met de - in mijn ogen misplaatste - constatering dat de LC-journalist die het internetstukje maakte er niets van heeft begrepen. Hij of zij besluit met deze alinea:
,,Ik kan u meteen meedelen dat ik ook weinig geloof meer kan hechten aan Wim Schrijver zijn blog, want ook hij verzuimt feiten te onderzoeken en schrijft onwaarheden op zijn "korte metten".
Heer Schrijver als u dit leest: bel betrokken eens op en doe een fatsoenlijk interview alvorens (foutive) dingen over een groepering op uw blog te vermelden. Een rondje Google had u overigens ook al beter kunnen informeren dan u uw lezers nu meent te moeten informeren.’’

Ik heb werkelijk geen idee waarover het gaat - en dat is waarschijnlijk voor Ochhea al genoeg bewijs voor zijn of haar stelling. Maar ik wil de goede raad van Ochhea ter harte nemen en ik bel in dit geval dus de betrokkene graag eens op en het lijkt me geweldig om voor de variatie eens een fatsoenlijk interview te doen.
Dus Ochhea, wees zo goed, en stuur me een mail (wim.schrijver@lc.nl) en zet daarin je/uw telefoonnummer. Ik neem contact op voor een goed gesprek en ik laat me graag bijpraten en zo nodig corrigeren.

vrijdag 15 oktober 2010

Nu nog beter

De reclamekreten voor producten zijn wel bekend. ‘Nu nog beter’, ‘nog voller van smaak’, ‘zonder kunstmatige toevoegingen’. Of, een gouwe ouwe: ‘Sinds 1850’. Alsof een respectabele leeftijd een garantie is voor kwaliteit.
In de kerken is het niet anders. Met name in de hoek van de pinkstergemeenten. Je kreeg op een bepaald moment de ‘volle evangelie gemeenten’. De boodschap was duidelijk: in de andere kerken wordt de blijde boodschap niet echt goed verkondigd. Een aardige is ook de naam van een groep christenen die zich enige jaren geleden in het Friese vestigde: ‘bijbelgelovende baptisten’. Oftewel: er waren al baptisten, maar die geloven dus niet in de bijbel.

Zondag begint een nieuwe pinksterkerk in Leeuwarden: de Christ Embassy. Het is de eerste dependance in Noord-
Nederland van deze internationale kerk, die al een bloeiende gemeente heeft in Amsterdam. Christ Embassy is een kwart eeuw geleden begonnen door de Nigeriaan pastor Chris. Achternaam: Oyakhilome (zie foto). De man trekt in Afrika enorme menigtes en weet nog meer mensen te bereiken via een eigen zender.
Er zijn al tientallen pinkstergemeenten in Friesland, maar de komst van Christ Embassy is beslist nodig, vindt de nieuwe voorganger. Pastor Sander (de Heus) zegt dat lang nog niet iedereen met het evangelie wordt bereikt. En, Christ Embassy laat de leden zien hoe ze een bevredigend leven uit de heilige Geest kunnen leiden. Die boodschap, pastor Sander zegt het voorzichtig, wordt ,,niet overal’’ verkondigd.

Voor een redacteur geestelijk leven is het natuurlijk erg aardig dat er zich geregeld iets nieuws voordoet op het kerkelijk erf. Op het evangelische stuk worden ook geregeld nieuwe gemeenten gesticht, nadat zich in een bestaande kerk een scheuring heeft voorgedaan. Met een zekere regelmaat beginnen een paar leden voor zichzelf, omdat de kwaliteit van de bestaande gemeente in hun ogen te wensen overlaat.
Enige tijd geleden trof ik iemand die tot zo’n nieuw ontstane gemeente hoort. Ik informeerde meelevend naar de situatie. ,,Ach, het was helemaal niet erg om uit elkaar te gaan, de gemeente dreigde te groot te worden.’’ Ik zit niet snel om woorden verlegen, maar in dat geval wist ik werkelijk even niet wat ik moest zeggen.

dinsdag 5 oktober 2010

Zevende gebod

Wat moet je als kerkenraad als de dominee zich misgaat? Het is al erg genoeg als de kwestie nog niet tot anderen is doorgedrongen, maar wat te doen als het langzaam maar zeker bekend wordt in de kerkelijke gemeente? Dan moet je wel een stap zetten om geloofwaardig te blijven.
Goed, je vraagt de dominee om zich ziek te melden. En als dat niet ‘spontaan’ gebeurt, dan zet je de man of vrouw op non-actief. Daar zijn kerkordelijke spelregels voor. Maar dan moet je ook nog de gemeente officieel op de hoogte stellen. En dat is een probleem.

Hoe formuleer je de verklaring voor de gemeenteleden zo, dat je de boel niet nog meer op straat gooit? Kerkenraden hebben daar de eeuwen door mee geworsteld. Je zegt al snel te veel. Maar als je te weinig zegt, dan kan de suggestie misschien nog wel erger zijn dan de feitelijke, zogenaamde openbare zonde.
Soms kon en kan de dominee niet goed met drank omgaan, of met geld. Maar vaak ging en gaat het om wat in het verleden werd geformuleerd als ,,zonde tegen het zevende gebod’’. Dat klonk eufemistisch, maar een beetje protestants kerklid wist hoe dat luidde: ‘Gij zult niet echtbreken.’ (Voor de goede orde, bij katholieken is dat het negende gebod: ‘Gij zult geen onkuisheid begeren.’ Dat is breder en daardoor vager geformuleerd dan in de protestantse versie.)

Dezer dagen speelt er weer een pijnlijke kwestie met een voorganger in een Leeuwarder kerk. De kerkenraad heeft zondag een verklaring voorgelezen aan het einde van de dienst, die nog geruime tijd eenvoudig via internet te beluisteren is. Daarin was sprake van langdurig ,,grensoverschrijdend gedrag’’ die ,,de zorgvuldigheid van het ambt van predikanten te buiten gaat’’.
Meer kon de raad niet zeggen met het oog op het ambtsgeheim en de plicht tot zorgvuldigheid, aldus diezelfde verklaring. En: ,,Het is nadrukkelijk niet de bedoeling om wie dan ook verder te beschadigen. Wel willen we voorkomen dat door een geruchtenstroom onrust in de gemeente ontstaat.’’

Ik weet niet of dit soort formuleringen in bestaande protocollen staat. Als dat zo is, lijkt het me niet verkeerd die nog eens tegen het licht te houden. Want deze woorden zijn meer dan voldoende om een geruchtenstroom te voeden. Ook al sluit je je verklaring af met de oproep te bidden ,,om ons te bewaren voor de verleiding al te gemakkelijk te oordelen en te veroordelen’’.
Natuurlijk kun je het in zo’n situatie als kerkenraad eigenlijk niet goed doen. Niet alleen de betrokkenen lopen schade op, ook veel kerkleden die hun herder wijzer hadden geacht. En uiteindelijk krijgt het kerkelijk blazoen ook butsen. Het is een natuurlijke reactie om de pers daarvan de schuld te geven, maar ik neem aan dat die ook is ingesloten in het genoemde gebedspunt.

vrijdag 1 oktober 2010

Zielenvisserij

Begin deze week schreef ik een verhaal naar aanleiding van de nieuwe plaat van de brede en de smalle weg, gemaakt door een paar Urker mannen (hier als postertje te koop en groter aan te klikken). Met collega Fedde Dijkstra raakte ik daarover in gesprek en hij wees me op een schilderij waarvan ik het bestaan nog niet wist.
Het gaat om het prachtige ‘Zielenvisserij’ dat Adriaen Pietersz. van de Venne maakte in 1614. Het schilderij, in bezit van het Rijksmuseum, is bijna 2 meter lang en is in feite een fors uitgevallen cartoon. Van de Venne moet lang met zijn olieverf in de weer zijn geweest, want op het schilderij zijn honderden mensen te onderscheiden.

Het schilderij slaat op de bekende evangelietekst, waarin Jezus een paar vissers tot zijn discipelen maakt. ,,Kom, ik zal u vissers van mensen maken.’’ Net als nu werd de tekst in de zeventiende eeuw als een algemene aansporing van gelovigen gezien om zielen te winnen voor Christus. Vandaar dus de titel van het kunstwerk van Van de Venne.
De schilder heeft echter niet louter een vrome boodschap. Hij nam met zijn kunstwerk de kerkelijke situatie van dat moment op de hak. Er zijn twee groepen bezig met de zielenvisserij: protestanten en katholieken. Van de Venne maakte dit schilderij tijdens het Twaalfjarig bestand in de Tachtigjarige Oorlog. Beide groepen staan dan ook op het werk recht tegenover elkaar.

Links zie je de protestanten, met in het centrum de Oranjes, en rechts staan de roomsen, met de landvoogden Albert en Isabella van Oostenrijk. Aan de linkerkant, ergens vooraan, is de schilder zelf te vinden. Net zo strak in het pak als de rest van de gereformeerden. Kenners zien allerlei subtiele details waaruit blijkt dat de schilder het linkerkamp superieur maakte.
Of hij echt een stevige protestant was, is maar de vraag. Bij het Rijksmuseum geloven ze dat Van de Venne het schilderij vervaardigde als meesterstuk, een groot uitgevallen visitekaartje, waarmee hij als beginnend schilder opdrachten probeerde binnen te krijgen. En het was in die fase van de Tachtigjarige Oorlog allang glashelder: de protestanten zaten vast in het zadel.

zaterdag 25 september 2010

Rehoboth etc


In de kerk kunnen lijstjes ook heel leuk zijn: de Top 10 van meest gezongen gezangen. Of: de meest voorkomende kerknamen. Daarover heeft het Reformatorisch Dagblad deze week geschreven. Het RD heeft in de eigen orthodox-protestantse kring de kerknamen geïnventariseerd en kwam met een Top 5.
Voor de goede orde: de aanduiding ‘dorpskerk’ is in dit overzichtje niet meegerekend. Die had anders met stip op 1 gestaan. Op 1 staat nu Rehoboth. Daarna volgen Eben-Haëzer, Bethel, Maranatha en Hoeksteen. Het zijn namen die je ook op minder ‘zware’ kerken kunt aantreffen, en ook op scholen, instellingen en vergaderlokaaltjes. Ook in het buitenland.

De resultaten van een klein, niet representatief onderzoekje van mij, bevestigden wat ik reeds vermoedde. Ook mensen die geregeld ter kerke gaan, hebben niet of nauwelijks een idee wat die namen eigenlijk betekenen. Daarom een kleine toelichting bij deze Top 5. Niet uitputtend, want dat zou bij in ieder geval een paar van de namen echt het geval kunnen zijn.
‘Rehoboth’ is de naam die Abrahams zoon Isaak (zoals de Nieuwe Bijbelvertaling hem noemt) aan een nieuw geslagen put gaf. Daarbij zei hij, aldus Genesis 26 vers 22 (nu in de Statenvertaling): Want nu heeft ons de HEERE ruimte gemaakt, en wij zijn toegenomen in dit land. De naam is dus toepasselijk voor een kerk: ‘Nu heeft de Heer ons ruimte gegeven.’

‘Eben-Haëzer’ is de naam die de profeet Samuël gaf aan een gedenksteen - ‘steen der hulp’ - op de plek waar de Filistijnen werden verslagen. I Samuël 7 vers 12 meldt: ,,Want’’, verklaarde hij, ,,tot hier toe heeft de Heer ons geholpen.’’ Die laatste woorden vormen de diepere betekenis van menig gevelsteen. Met de aantekening dus dat het ging om het verslaan van tegenstanders.
‘Bethel’ komt uit het mooie verhaal over Jakob (Genesis 28), die op de vlucht voor zijn broer (minder mooi) onderweg met zijn hoofd op een steen sliep en een droom kreeg waarin engelen op die plek naar beneden afdaalden. Toen Jakob wakker werd, wijdde hij de steen en noemde de plaats Bethel. Want: Dit is niets anders dan het huis van God, dit moet de poort van de hemel zijn!

‘Maranatha’ is een lastige. Het woord wordt vaak gebruikt in de betekenis van de proclamatie ‘Hij komt!’ ‘Hij’ is natuurlijk Jezus, die zal terugkeren. Anderen wijzen erop dat het een gebed is: ‘Onze Heer, kom!’ Het lastige is de plek waar Paulus het woord gebruikt: aan het einde van zijn eerste brief aan de Korintiërs. Het staat er zo: ‘Als iemand de Heer niet liefheeft - hij zij vervloekt! Maranata!’ Die inleidende woorden hoor je zelden als iemand een toelichting op de naam op de gevel geeft.
‘Hoeksteen’ betreft een uitspraak van Jezus over zichzelf, waarbij hij teruggreep op Psalm 118. De steen die de bouwlieden afkeurden, is door toedoen van God tot een hoeksteen geworden. En de hoeksteen was in Jezus’ dagen een essentiële sleutelsteen, die werd gebruikt om de hoek van een bouwwerk te verstevigen. Mooi beeld.

woensdag 22 september 2010

Christelijk gamen

Hoe lang zal het wel niet geleden zijn dat we Doom speelden? Het was een ongekende sensatie. Dat je thuis het soort actiespelletjes kon doen waarvoor je in een speelhal steeds nieuwe munten nodig had. Bij Doom werden soms wel vraagtekens gezet. Zeker als visite zag hoe de kinderen tegenstanders ongenadig afmaakten. Maar ja, in Doom had je geen keus.
Een bevriende predikant, die ons overigens ook had leren kennismaken met Doom, kwam met een alternatief: Heretic (Ketter). Het spel leek sprekend op Doom, maar dit keer was je geen stoere soldaat, maar een monnik die allerlei duivels en demonen te lijf ging. Gek genoeg kon dat spel niet zo boeien als dat andere spel.

Gamen heeft zeker in christelijke kring een slechte ontvangst gehad. Net als ooit de popmuziek of strips - bijvoorbeeld. En nog altijd zijn er in ‘bijbelgetrouwe’ kring veel bedenkingen - en niet altijd onterecht. Tegelijkertijd is er het besef dat je wel een alternatief moet bieden. En dat doet de nieuwe website ChristGaming.com. Daar kun je onbeperkt gratis christelijke games spelen.
Het lijken op het eerste gezicht gewone - weliswaar simpele - spelletjes. Een koe in een wei, een mannetje op een klif. Maar schijn bedriegt. Ik heb net bijvoorbeeld dat mannetje aangeklikt, oftewel het spelletje ‘The Edge’ (het is grotendeels in het Engels, maar er wordt druk aan Nederlandse vertalingen gewerkt). En al snel blijkt: het zijn spelletjes met een boodschap.

Het bewuste mannetje stelt de mensheid voor. Met stemmige (bijna dreigende) muziek wordt verteld dat die zich van God afkeerde en allerlei verkeerde dingen deed. Daardoor ontstond er een kloof. Je moet proberen daarover heen te komen. Dat lukt met geen mogelijkheid en dat is ook de bedoeling. De boodschap: in eigen kracht kan het niet, wil je zien hoe wel? ‘Press spacebar.’
Er zakt, het is niet echt een verrassing, een kruis in de kloof en het mannetje kan nu weer aan de goede kant komen door over de dwarsbalk te huppelen. Vervolgens staan er een paar vragen: wie denk je dat Jezus was en wat doet Hij? Bij alle spelletjes staan ook bijbelteksten en wie wil kan ook doorpraten over wat via de spelletjes aan de orde wordt gesteld.

Ik zeg er verder niets over. Ga maar eens kijken en laat je verrassen.

maandag 20 september 2010

Twitter

Ik durf het bijna niet toe te geven, maar ook ik zit sinds dit weekeinde op Twitter. En voor iemand anders het opduikelt, zet ik hier de link naar een eerdere bijdrage op dit blog, ‘Gelovig getwitter’, waarin ik me nogal kritisch over Twitter uitliet. Dat was in augustus vorig jaar - wat vliegt de tijd.
Ben ik bekeerd? Niet echt. Ik heb grote vraagtekens bij de manier waarop alles binnen hooguit 140 tekens gecommuniceerd moet worden. Dat gebeurt niet alleen op Twitter, dat zie je overal. Op de televisie, maar ook in de gedrukte media.

Ik heb toegegeven aan de zachte drang op mijn werk om me ook via Twitter te manifesteren. Vooruit, ik geef het een kans. Maar alleen als extraatje. Als ik daarnaast ook nog maar elders de ruimte krijg om zaken en mensen beter en uitgebreider neer te zetten.
Gisteren werden tegenover mij in de pauze van een interreligieuze conferentie in Drachten, de media op de korrel genomen. Dat we teveel ruimte geven aan extremisme en wat daar tegenaan hangt en dat we zo een verwrongen, verkeerd beeld van de werkelijkheid helpen creëren.

Na de pauze kwam rabbijn Awraham Soetendorp aan het woord, die die eenzijdigheid in de media ook signaleerde, maar tegelijk een kanttekening maakte. Het kan haast niet anders, zei hij. ,,Het goede fluistert, gaat in stilte te werk.’’
Toch voel ik me aangesproken door de kritiek en wil ik ook aanspreekbaar blijven. En ik hoop ook anderen. En met het oprukken van de nieuwe ‘sociale media’ ligt de verantwoordelijkheid voor de ruimte die de schreeuwerigheid krijgt, allang niet meer alleen bij journalisten en programmamakers.

Wilt u zien wat ik op Twitter doe? Klik op de knop rechtsboven op deze site.

dinsdag 14 september 2010

Demonisch

Eens in de zoveel tijd komt er iets voorbij waardoor er zulke alarmbellen gaan rinkelen bij evangelische christenen, dat protest- en gebedsacties op touw worden gezet. Dat was bijvoorbeeld het geval bij My Little Pony, bij Pokémon en bij Harry Potter. En nu vormt de nieuwste spaaractie van C1000 reden voor grote verontrusting.
De zorg draait om een paar kernwoorden: occult en duivels. De nieuwerwetse ‘Flippo’s’ die je nu bij de supermarktketen kunt krijgen, heten Dungans (spreek uit als: ‘Doenkans’). Op de schijfjes zie je magische figuurtjes, die over bijzondere krachten beschikken en ook de elementen water, vuur en aarde gebruiken.

Kinderen kunnen er mee spelen, door met in een gesloten vuist een Dungan te houden en de ander uit te dagen. Ook als je niet direct vindt dat er duistere krachten aan het werk zijn, kun je je wenkbrauwen fronsen bij de tv-reclame, die op deze Dungansite is te vinden. De wezentjes blijken kwaadaardige monsters die bezit nemen van de spelende jongens. Hoezo reclame?
Gisteren hadden wij in de krant een berichtje over een vrouw in Drachten die een lokale actie is begonnen naar het voorbeeld van gelovigen in Veenendaal, waarop twee C1000-filialen daar besloten de Dungans niet uit te delen. En de Telegraaf pakte vanmorgen onderop de voorpagina uit: ‘Christenen verketteren actie super’.

De Telegraaf zit er naast. Tot verdriet van nogal wat evangelische christenen, zijn er in de traditionele kerken (ook in orthodox-protestantse kring) erg weinig mensen die net zo helder demonen en duivels aan het werk zien. Sterker nog, er zijn in de kerken behoorlijk wat mensen die balen van dat soort berichten als in de Telegraaf. ,,Daar staan we weer met z’n allen te kijk.’’
Voor de door de C1000-actie verontrusten is die houding onbegrijpelijk. ,,Voor wie zijn christelijk geloof serieus neemt, is het overduidelijk dat de duivel, die heel geniepig te werk gaat, hier achter zit’’, zei een dame vanmorgen tegen me. Dat veel christenen dat niet zo zien, is voor zulke mensen een bewijs hoeveel mensen de satan al in slaap heeft gesust.

zaterdag 11 september 2010

Friese kerken

De markante kerken in dorp en buurt blijven bestaan als ú dat wilt. Niet alleen de overheden zijn verantwoordelijk, ook de kerk- en lokale gemeenschappen en het bedrijfsleven. Dat is de boodschap die de provincie Friesland uitdraagt.
Cultuurgedeputeerde Jannewietske de Vries herhaalt die boodschap graag. Het was de strekking van de inleiding die zij schreef in de gids van Tsjerkepaad (de zomerse openstelling van Friese kerken - vandaag is de laatste Tsjerkepaaddag van dit seizoen) en precies dezelfde inleiding stond in de gids voor dit jaar.

En deze boodschap had ze donderdag ook op de feestavond waarmee de stichting Alde Fryske Tsjerken met vrijwilligers het veertigjarig bestaan vierde, in de Sint Willibrorduskerk in Holwerd, een van de 38 kerken die de stichting in beheer heeft.
Eerder dit jaar kwam de stichting op verzoek van de provincie met een inventarisatierapport over de 770 kerken in Friesland. De situatie is bijzonder ernstig. In de komende tien jaar zullen zo’n honderd kerken worden afgestoten en kerkbestuurders gaven aan dat ze in die periode van nog eens 250 kerken het onderhoud niet meer kunnen betalen.

De provincie, vertelde De Vries donderdagavond ook nog eens, is met een Deltaplan voor de kerken bezig. En daarin staat die samenwerking met kerken en lokale gemeenschappen weer centraal. Wim Eggenkamp, rijksadviseur voor het Cultureel Erfgoed, wees er donderdagavond fijntjes op dat vooral overheden, de provincie voorop, een rol zullen moeten spelen.
Het is de provincie die prioriteiten moet gaan stellen en snel: welke kerken die overtollig zullen worden moeten er per se openblijven? En als die moeten blijven, dan zal er naarstig gezocht moeten worden naar een goede herbestemming voor die gebouwen die worden afgestoten. En het zullen de overheden moeten zijn die daar ook geld voor moeten uittrekken, zei hij.

Het is een mooie gedachte om de verantwoordelijkheid voor de redding van kerken ook bij lokale gemeenschappen te leggen. Maar het is echter maar zeer de vraag of die daar echt allemaal zin in hebben. En als ze er wel zin in hebben, zal in een aantal gevallen toch gezegd moeten worden dat die bewuste kerk beter kan sneuvelen, ten gunste van belangwekkender gebouwen elders.
Het rapport van de stichting maakt een welhaast onmogelijke, want onbetaalbare, situatie duidelijk. Het zal de komende jaren hard en pijnlijk (moeten) worden in het kerkenlandschap.