Ook als rubriek op de zaterdagse pagina Spiritualteit in de Leeuwarder Courant

.

dinsdag 3 mei 2011

Scharniermomenten

Onze taal is voortdurend in beweging. Neem uitdrukkingen als iets ‘een plekje geven’ of ‘kunnen afsluiten’. Een jaar of vijftien geleden hadden de meeste mensen je verbaasd aangekeken: waar heb je het over? Nu, hoor je het voortdurend op de televisie uit de mond van mensen die betrokken waren bij een ernstig of ingrijpend voorval.
Voor dat soort gebeurtenissen is de afgelopen jaren ook een fraai woord toegevoegd aan onze vocabulaire: ‘scharniermomenten’. Dat zijn de grote momenten in het leven, te beginnen met de geboorte en met als einde de dood. Hoewel, het kan nog eerder. Onlangs vertelde een bekende Nederlander hoe zijn vrouw een pretecho had ondergaan en dat de halve familie daarvan getuige was geweest.

Nederlanders hebben, gelovig of niet, vooral als het om de dood gaat grote behoefte aan rituelen. Dat kun je nu veilig schrijven, maar een kwart eeuw geleden zou je zijn weggehoond. ‘Rituelen? Ach joh, dat is zoooo jaren vijftig!’ Na de vliegtuigramp van Tenerife in 1977 bijvoorbeeld, kwam niemand op het idee om een gedenkplek in te richten. Vier jaar geleden, dertig jaar na dato, kwam die er alsnog. ,,Nu zijn ze niet voor niets gestorven’’, zei een dankbare nabestaande op tv.
Bij die nieuwe behoefte aan rituelen hadden de kerken vaak het nakijken. De spirituele markt werd al snel bevolkt door allerlei nieuwe aanbieders van zingeving. Het is maar gedeeltelijk waar dat de kerken onvoldoende inspeelden op die zinbehoefte. Velen hadden met de kerk gebroken of waren langzaam daarvan weggegleden en wilden bijvoorbeeld bij een overlijden geen pastoor of dominee inschakelen.

Ook de overheden hebben meegedaan aan het marginaliseren van de rol van de kerken bij crisismomenten. Een rol voor de kerken bij rampen? Wat een onzin. Mensen hebben behoefte aan professionele hulpdiensten, niet aan iemand met een bijbeltje op zak. Ook al bleek bijvoorbeeld in de nasleep van de Bijlmerramp van 1992 dat pastores onmisbaar waren gebleken.
Toen in 2001 zich in Volendam de nieuwjaarsbrand voltrok, werd de katholieke pastoor Jan Berkhout niet ingeschakeld. Sterker nog, hij werd door de hulpdiensten op afstand gehouden. Maar, concludeerde Berkhout later ook, ,,de kerk was absoluut niet ingesteld op pastorale zorg bij een ramp’’. Kerken en gemeenten, zo was zijn advies, moesten aan de slag om de kerken een volwaardige rol in een rampenplan te geven.

Dat hebben de kerken in hun oren geknoopt. Onder meer de Friese Raad van Kerken heeft zich beijverd om lokale kerken op te wekken wel toegerust te zijn en bij gemeenten aan te kloppen voor een plek in het rampenplan. En niet zonder resultaat. Twee jaar geleden bleek uit een enquête onder Nederlandse gemeenten dat 60 procent in het rampenplan de kerken een rol had gegeven.
Vrijwel direct na de schietpartij in Alphen aan den Rijn op zaterdag 9 april, dromden mensen in het nabijgelegen kerkelijk centrum de Bron bijeen om troost te vinden. Dat werd ook als vanzelfsprekend bericht door de tv-verslaggevers. En zo hoort het ook.