Ook als rubriek op de zaterdagse pagina Spiritualteit in de Leeuwarder Courant

.

donderdag 23 december 2010

Rottigheid

Als iemand je iets naars over een ander vertelt, dan zit je daar mooi mee. Het vervuilt de manier waarop je in het vervolg naar die persoon kijkt, ook al weet je niet 100 procent zeker dat de vervuilende informatie waar is.
Je stapt immers niet zo maar naar iemand toe en vraagt of die roddel klopt. Tenminste, ik doe dat niet. Mijn schoonmoeder zou zeggen: ‘Een kroon is zo maar van iemands hoofd gestoten.’ En ze heeft gelijk.

Geregeld word je als journalist via telefoon of mail op de hoogte gesteld van zaken die anderen liever niet naar buiten gebracht zien. Kerkleden doen dat ook. Zoals iemand mij laatst twitterde: ‘Kerkmensen zijn net gewone mensen.’ Waarop ik iets terugschreef van: ‘Meestal is dat een excuus om het ‘gij geheel anders’ te kunnen verwaarlozen.’
Mensen hebben altijd een belang om iets te lekken. Bij kerkmensen intrigeert mij dat extra. Heb je nu echt zo’n hekel aan die kerk of de persoon waarover je dit naar buiten brengt? Weet je dan niet dat dit soort informatie het blazoen van de kerk besmeurt en de dominee in kwestie - want daar gaat het meestal over - voor het leven beschadigt?

Wat er zoal aan achterklap in mijn oor gefluisterd wordt? Weet u… dat onze dominee een ziekte met een korte naam heeft, dat onze dominee met iemand in de gemeente een relatie heeft, dat de dominee het met de organist op de orgelbank gedaan heeft, dat onze dominee zijn computer bij een kerklid ter reparatie inleverde en dat daar pornografisch materiaal op stond, dat onze dominee grote gokschulden heeft, dat onze dominee met te veel op door de politie aangehouden is?
Misschien deug ik niet als journalist, maar ik ben nooit blij met dit soort rottigheid. En ik ben ook niet blij met kerkleden die dit aan mij doorgeven. ‘U mag natuurlijk nooit zeggen dat het bij mij vandaan komt.’ De laatste jaren gebeurt het vooral anoniem: met een voor de gelegenheid aangemaakt mailaccount.

Dat ik vervolgens met die vuiligheid zit opgescheept - jammer dan. Een keer hoorde ik hoe in een kerk feest werd gevierd dat de dominee vertrok. Hij had in al zijn gemeenten buitenechtelijke relaties gehad. De man stapte over naar een ander kerkverband, waar hij heel enthousiast werd ontvangen. Iemand in zijn aanstaande gemeente sprak over de dominee als een lot in de loterij, hoewel de degelijk gereformeerde man in kwestie nooit die term zou gebruiken.
Moest ik zijn vreugde temperen? Moest ik zeggen dat dat kerkverband en die gemeente een kat in de zak hadden gekregen? Ik heb het niet gedaan. Nauwelijks een jaar later was het in de nieuwe gemeente ook weer raak. En de kerk wist niet hoe snel ze van de man af moesten. De dominee sprak tegen een collega van een andere krant over de onbarmhartigheid die hij had ondervonden. En de kerkenraad moest zwijgen over wat er echt was voorgevallen.