Redacteur geestelijk leven van de Leeuwarder Courant

.

zaterdag 28 maart 2009

Processie


Voor het eerst sinds mensenheugenis trekt morgen weer een rooms-katholieke processie door Soest. En dat is nieuws. De aanleiding is overigens triest: de allerlaatste eucharistieviering in de Mariakerk aldaar. De tocht is symbolisch, legt de pastoor uit: de parochie wil zo demonstreren dat zij gelooft dat God mee trekt naar een nieuwe plek.
Het komt de laatste jaren vaker voor dat katholieken voor het eerst sinds jaren weer een processie organiseren op de openbare weg. De Bonifatiusdag in juni 2007 in Dokkum werd bijvoorbeeld aangegrepen voor een plechtige processie (zie foto). Wierook, wapperende vlaggen en kazuifels, blinkend koper - prachtig.

Er is sprake van hernieuwd zelfvertrouwen onder de Nederlandse katholieken, zegt Peter Jan Magry, onderzoeker religieuze cultuur. Hier en daar werpen roomsen de oude schuilkerkmentaliteit af. Maar die mentaliteit zit diep, zeker in het Noorden, constateerde vicaris Johan te Velde in 2005 in een lezing in Leeuwarden.
Dat is ook de schuld van de protestanten. Katholieken móchten lang de straat niet op. Er was een processieverbod. En dat is katholieken haast in de genen gaan zitten. Toen de processie in Dokkum in 2007 werd voorbereid, was er even nog de vrees dat dat gebod nog geldig was. Onnodig, want dat was al in 1972 uit de wet geschrapt.

Dat processieverbod was bedenkelijk, zeker voor een land dat er prat op gaat al eeuwen tolerant te zijn. Van de Reformatie van de Lage Landen tot 1853 werden de ‘paepsche stoutigheden’ slechts gedoogd, mits katholieken geen aanstoot gaven. Dankzij Thorbecke kwamen ze weer officieel bovengronds. Maar dat koste hem wel zijn premierschap.
Er ontstond namelijk een storm van protest, of een ,,antipapistische brand’’ zoals katholieke commentatoren toen schreven. Het verbod op processies moest de zorg wat wegnemen dat katholieken al te nadrukkelijk aanwezig zouden zijn. Plaatselijke overheden hadden het recht om processies te verhinderen, wanneer er niet sprake was van een eeuwenlange (gedoogde) praktijk. En dat heeft er diep en lang ingehakt. Zie bijvoorbeeld Soest.

dinsdag 24 maart 2009

Apologetiek


Soms vormen de antwoorden op vragen die helemaal niets met het onderwerp van een lezing te maken hadden, het grootste nieuws. Dat was bijvoorbeeld vorige week het geval met een spreekbeurt van Andries Knevel in Surhuisterveen. Onze krant besteedde ruim aandacht zijn optreden, maar dan louter aan wat hij zei over de rel rond zijn persoon.
Intussen had hij zonder meer een boeiend verhaal verteld. Knevel had uiteengezet dat gelovigen ook ,,harde bewijzen’’ hebben dat de bijbel waar is. Bijvoorbeeld, heel kort: onderzoek heeft aangetoond dat alle feiten als plaatsnamen die Lucas in het bijbelboek Handelingen noemt, kloppen. Gevolgtrekking: dan zal ook zijn evangelie betrouwbaar zijn.

Ander voorbeeld: aan de Korintiërs, onder wie twijfels waren gerezen over Jezus’ opstanding, schrijft Paulus dat Jezus na zijn opwekking uit de doden aan allerlei mensen is verschenen. Onder meer aan een gezelschap van vijfhonderd mensen, aldus de apostel, van wie de meesten nu nog leven (I Korintiërs 15 vers 6).
Dat laatste was makkelijk te controleren door de geadresseerden, aldus Knevel. Zou Paulus zoiets uit zijn duim gezogen hebben, het risico lopend dat via contacten met mensen in Jeruzalem al snel het verhaal in de wereld zou komen: nee hoor, het is niet waar, Paulus roept maar wat?

,,U gelooft niet omdat u simpel bent, maar omdat u met uw hart gelooft en omdat uw verstand meedoet’’, aldus Knevel. Dergelijke bewijsvoering, zo vertelde Knevel, stond lang bekend als apologetiek, de verdediging van het christelijk geloof. Een vak dat tot zijn tevredenheid op Britse universiteiten weer opgang maakt.
,,Het debat over het geloof mag weer en christenen moeten heel goed beslagen ten ijs komen.’’ Als illustratie noemde Knevel voor de vooral oudere bezoekers het gesprek met kinderen of kleinkinderen. ,,En’’, zei hij, ,,ook bij Pauw en Witteman heb ik het ontzettend nodig.’’ Dat laatste, daar heb ik grote vraagtekens bij.

Dat je met je nageslacht als gelovige wel eens een stevig gesprek wil over de redelijkheid van het geloof, daar kan ik goed inkomen. Maar argumenten als hierboven aandragen voor Pauw en Witteman of vergelijkbare praatprogramma’s? Volgens mij heeft Jezus van dergelijke situaties gezegd dat je geen paarlen voor de zwijnen moet gooien. Ik ben sowieso geen fan van apologetiek, maar aan de postmoderne stamtafel krijgt het helemaal iets triests.

zaterdag 21 maart 2009

Bekende gezichten


De Leeuwarder wethouder van sociale zaken, Marco Florijn, keek vanmorgen eens rond in de Bonifatiuskerk en zag allemaal bekende gezichten. Hij was als spreker te gast bij de jubilerende katholieke parochie, die Make a Difference Day had aangegrepen om het vele diaconale werk voor het voetlicht te halen.
,,Ik zie allemaal mensen die ik ken van allerlei projecten’’, stelde Florijn tevreden vast. En dat klopte. Er waren vrijwilligers uit het Aanloophuis, de nachtopvang van daklozen, de Wereldwinkel, de Arme Kant van Leeuwarden en nog een reeks andere initiatieven.

Even later werd het boekje ‘Pareltjes van de diaconie’ gepresenteerd over de uiteenlopende diaconale activiteiten. Achterin zit een ‘Parelkaart’. Degenen die ook vrijwilligerswerk willen gaan doen, kunnen kiezen uit ruim 25 activiteiten.
Voor wie het wil zien, is het duidelijk: de kerken leveren nog altijd een forse bijdrage aan de samenleving. Een ,,onmisbare bijdrage’’, werd zaterdag benadrukt. En dat klopt. Het is een beetje jammer dat de kerken zelf dit zo nu en dan moeten voorrekenen, maar anders zou het niet worden opgemerkt. Het is nog maar een paar jaar geleden dat in een Haags overheidsrapport over vrijwilligerswerk de kerken helemaal vergeten waren.

Gelukkig verandert het klimaat. En Florijn is daar een mooi voorbeeld van. De tijd is voorbij, zo zei hij, dat de overheid of een PvdA-wethouder de kerken kan negeren. En hij stelde een partnerschap voor tussen gemeente en parochie. ,,We kunnen samen veel voor elkaar krijgen.’’ Kijk, Florijn heeft het begrepen.
Bisschop Gerard de Korte van Groningen-Leeuwarden sprak ook en legde uit dat omzien naar de ander vanzelfsprekend hoort bij het christenleven. Hoe zwaar de naastenliefde weegt, bleek uit een parallel die hij trok met de eucharistie, het heiligste sacrament: ,,Christus is te ontmoeten in de eucharistie, maar evenzeer in de armen.’’

donderdag 19 maart 2009

Knevel spreekt

Sinds de rel rond zijn persoon betracht EO-coryfee Andries Knevel het stilzwijgen. Maar hij had al een half jaar geleden een afspraak voor een spreekbeurt gisteravond in Surhuisterveen gemaakt en wilde die nakomen. En hij wilde geen stommetje spelen, dus hij beantwoordde ook de onvermijdelijke vragen over de kwestie.
De zaal zat overigens niet zo vol als was gehoopt door de organisatie, de regionale afdelingen van de drie orthodoxe organisaties binnen de Protestantse Kerk in Nederland (Evangelisch Werkverband, Confessioneel Beraad en Confessionele Vereniging). Misschien lag het er aan dat Ajax speelde. Maar de controverse rond Knevel, zo gaf de leiding toe, was de meer waarschijnlijke oorzaak van de lege plaatsen.

En ja hoor, ze kwamen: de vragen over de verklaring die Knevel in de documentaire ‘’t Zal je maar gebeuren’ van 3 februari tekende, waarin hij afstand nam van zijn oude, creationistische denkbeelden. Knevel was eerlijk en stelde zich kwetsbaar op. De storm die ontstond heeft hem bijzonder aangegrepen. Vooral omdat het blazoen van de EO is geschaad. ,,Dat doet mij het meeste pijn.’’
,,Ik kan wel een stootje hebben. Ik deel er ook wel eens eentje uit, dan moet je ook kunnen incasseren. Maar het feit dat het in het achterland van de EO zulke onrust heeft gebracht, dat doet mij pijn. Ik heb vele slapeloze nachten gehad. Ik heb de onrust veroorzaakt. Ik ben dom geweest. Ik heb al zes weken buikpijn.’’

Knevel gaf ruiterlijk toe dat hij het zelf ook flink moeilijk heeft gehad. ,,Poeh, wat is dat zwaar. Wat is dat zwaar. Er is ook nogal wat modder over me heen gekomen hè.’’ Hoe het nu met hem gaat? ,,Ik ben aan het opkrabbelen, maar het is heel slecht geweest.’’
Waarom hij niet is afgetreden? ,,Ook ministers zeggen tegenwoordig ‘sorry' en treden niet af. En ik dacht: hoe kan ik het vertrouwen terugwinnen? Door te laten zien wat ik wel geloof. Wel geloof? Man, ik ben zo gelovig als wat. En natuurlijk is het evangelie waar, hou nou toch op! Maar als ik straks terugrij naar Bussum, dan zie ik net als iedere avond die beelden weer op mijn netvlies en dan zeg ik weer: ohhh, sufferd, sukkel, stom!’’

maandag 16 maart 2009

Kanselruil


De vrijgemaakt-gereformeerden van de Morgenster (zie foto) en christelijk-gereformeerden van de Bethelkerk in Leeuwarden beleven zondagmorgen een historisch moment: de beide predikanten verruilen van kansel. Na jaren van uiterst voorzichtige toenadering is er dan nu sprake van ‘verkering’, zo mag je kanselruil toch wel noemen.
‘De langzame haast des Heren’, typeerde een van de predikanten het. Inderdaad, erg snel is het niet gegaan. De vorige historische stap was immers al begin jaren negentig: toen hadden in Leeuwarden de Gereformeerde Kerk (vrijgemaakt) en de Christelijke Gereformeerde Kerk elkaar herkend en erkend als kerk van Christus.

Voor buitenstaanders is nauwelijks aan te voelen hoe ingrijpend het moment zondag is. Vele tientallen jaren waren er al op landelijk niveau zogenaamde samensprekingen, maar dat leverde bitter weinig op. Dat gold ook voor het contact met de Nederlands Gereformeerde Kerken - het derde orthodox-gereformeerde kerkgenootschap. Er bleken allerlei hete hangijzers als ‘de toe-eigening des heils’ (dat kan ik hier helaas niet eventjes uitleggen).
Op lokaal niveau gebeurde er lang niets. Het is nog maar enige jaren geleden dat je op een vrijgemaakte kansel een gebed kon horen voor iemand die de kerk had verlaten. Als niets vermoedende passant had je de indruk dat de jongen in kwestie God de rug had toegekeerd. Wat bleek later bij navraag: hij ging met zijn verloofde mee naar de christelijk-gereformeerde kerk.

Op landelijk niveau is er nog steeds weinig beweging, maar plaatselijk kan op het terrein van de ‘kleine oecumene’ op eens heel veel. In Sneek zijn vrijgemaakten en christelijk-gereformeerden zelfs al gefuseerd. En in Deventer is helemaal iets bijzonders gebeurd: daar vormen vrijgemaakten, christelijk-gereformeerden en Nederlands-gereformeerden gedrieën sinds kort een samenwerkingsgemeente.
Een van de opvallende veranderingen is de openheid van de vrijgemaakten. Daar gaan de deuren en ramen op eens ver open. Misschien ontgaat het me, maar ik hoor bij al het voortschrijdend inzicht zelden de gedachte dat er misschien ook eens iets gezegd moet worden over het gebrek aan oecumenische gezindheid in het recente verleden. Het woord ‘excuses’ hoor je in dat verband al helemaal spaarzaam vallen.

vrijdag 13 maart 2009

Broeder X

Vrijwel iedere kerkelijke gemeente heeft wel één broeder X. En soms wel twee. Of drie. En dan ben je helemaal in de aap gelogeerd. Broeder X is zo’n man die overal goed van op de hoogte is. Die meeleeft - dat moet gezegd worden - maar dat doet met een nogal onheilig doel: continu dwarsliggen.
Broeder X doet niet alleen bijdehand tijdens een gemeentevergadering, hij doet ook ronduit vervelend. De kerkenraadsleden en gemeenteleden kunnen op hun vingers natellen dat broeder X op een gegeven moment zal opstaan, en toch valt het iedere keer weer zwaar om het ook echt mee te maken. Er wordt vaak hoorbaar gezucht als de man in de benen gaat.

Gek genoeg zijn het altijd broeders die een hele kerkelijke gemeente kunnen gijzelen en geselen met hun ‘heilige’ verontwaardiging. Er is zelden een zuster X. En als broeder X niet voldoende gelijk krijgt naar zijn eigen zin, dan zoekt hij het hoger op. In de protestantse kerken betekent dat: bij de classis, de regionale kerkvergadering.
Omdat broeder X nooit helemaal ongelijk heeft, altijd wel ergens een punt heeft, wordt hij al dan niet met verholen tegenzin aangehoord. En soms worden zijn bezwaren gehonoreerd. Ongetwijfeld gebeurt dat met de beste motieven, maar daarmee wordt het desastreuze gedrag van broeder X continu beloont.

Tegelijkertijd voelt de ‘rest’ van de gemeente zich behoorlijk gefrustreerd over de gang van zaken. Geregeld hoor ik van zulke kwesties en op dit moment speelt er weer zo’n zaak in mijn nabije omgeving. Anders altijd loyale kerkleden zijn nu graag bereid om hun verhaal te doen, om stoom af te blazen, om met dingen te gaan gooien, om…
Dat moeten kerkenraden en classisbesturen zich ook realiseren: broeder X is een probleemgeval dat veel schade aanricht. Met broeder X moet eens een hartig woordje gesproken worden. Of hij wel begrepen heeft waar het in het Evangelie om draait. Broeder X moet worden gestopt. Tot zijn eigen heil en tot heil van de gemeente.

woensdag 11 maart 2009

Verdrietige paus


Opmerkelijk openhartig is de brief die paus Benedictus XVI aan de bisschoppen overal ter wereld heeft gestuurd, waarin hij reageert op alle kritiek die hij heeft gekregen door de kwestie rond de Britse bisschop Richard Williamson. De man die de Holocaust ontkent en van wie de excommunicatie door de paus is opgeheven.
,,Er is op mij ingehakt’’, stelt de paus treurig vast. Hij is geschrokken van de heftigheid. En het tempo waarmee deze veenbrand zich, dankzij internet, over de wereld verspreidde. De paus realiseert zich dat het Vaticaan nog zorgvuldiger te werk zal moeten gaan. Rome was niet op de hoogte van Williamsons verwerpelijke opvattingen.

Benedictus blijkt vooral te zijn getroffen door de graagte waarmee katholieken zich op hem hebben gestort. Ze waren van harte tot de aanval bereid en deden dat met enthousiasme, zo constateert de kerkvorst. En daar heeft de paus beslist een punt: er zijn heel wat katholieke schapen die constant blaten als het over de herder en diens onderherders gaat.
Ik ken katholieken die zich behoorlijk kunnen storen over dingen die door buitenstaanders over hun kerk worden gezegd. Dat kan ik mij voorstellen. Hoewel, soms wordt er al te snel aan een complot gedacht. Daar hebben katholieken overigens geen alleenrecht op. Ook leden van andere kerken zien net iets te vaak schimmen achter het struikgewas.

Maar waar de Rooms-Katholieke Kerk zich volgens mij wel sterk in onderscheidt, is het feit dat er helemaal geen criticasters van buiten nodig zijn. Nogal wat katholieken zijn van nature geneigd het slechtste te denken en te zeggen van de eigen kerkleiding. Misschien is dat de prijs die je moet betalen als je een wereldkerk bent.
Maar dan nog. Voor buitenstaanders is het soms onbegrijpelijk hoe er onder roomsen gemord wordt. Als je lid bent van een club, ben je loyaal lid van de club. Dat geldt voor een tennisvereniging en zeker voor een kerk. Bevalt het je niet, schrijf je dan uit. Je moet katholiek zijn om dat continue opstandige geblaat te begrijpen.

zaterdag 7 maart 2009

Protestantse actiegroep


De protestanten als een actiegroep die zichzelf vergeten is op te heffen toen het doel was bereikt. Deze vergelijking van de katholieke pater Eduard Kimman, vorig jaar, deed nogal wat stof op waaien. Zeker omdat Kimman op dat moment secretaris van de Nederlandse bisschoppenconferentie was, een katholieke topman dus.
Deze week was er een aardige discussie in Groningen: tussen Kimman en dominee Arjan Plaisier, secretaris van de Protestantse Kerk in Nederland. Kimman legde nog eens uit wat hij met zijn prikkelende uitspraak bedoelde: de kerkhervormers Luther en Calvijn zouden bijzonder tevreden zijn met de RK Kerk na de hervormingen van het Tweede Vaticaanse Concilie uit de jaren zestig.

Ongetwijfeld zal dat waar zijn. De bijbel, in de zestiende eeuw onbereikbaar voor modale gelovigen, wordt door de kerk van Rome ook als leidraad in het leven van alle gelovigen gezien. Bovendien worden de kerkdiensten nu ook in de volkstaal gehouden en niet in een onbegrijpelijke geheimtaal. Luther en Calvijn zouden dolblij zijn geweest wanneer dat in hun dagen gerealiseerd had kunnen worden.
Maar wat tijdens zo’n ontmoeting tussen een katholiek en protestant blijkt, is dat er nog altijd zeer grote hindernissen zijn tussen beide stromingen. De positie van de paus als plaatsvervanger van Petrus en uiteindelijk van Christus, de Mariaverering, de vele sacramenten in de RK Kerk, en wat Plaisier benadrukte: de visie op de kerk als bemiddelaar tussen de gelovige en God.

Het voornaamste struikelblok is waarschijnlijk iets wat door de kerk van Kimman wordt opgeworpen. En dat is de manier waarop in het Vaticaan tegen de protestantse kerken wordt aangekeken. Kimman gaf volmondig toe dat dat een zeer lastig punt is. De kerk van Rome wordt als de moederkerk gezien, de oosters-orthodoxe kerken als zusterkerken, maar de protestantse kerken? Dat zijn ,,kerkachtige genootschappen’’.
Kimman sprak overigens van ,,kerkgenootschappen’’. Dat is een lastige term, omdat voor veel mensen er een isgelijkteken staat tussen ‘kerk’ en ‘kerkgenootschappen’. Maar in het taalgebruik van de traditie waarin Kimman staat is een ‘kerkgenootschap’ bepaald niet gelijk aan de Kerk, die in die traditie met een hoofdletter wordt geschreven.

In het befaamde document ‘Dominus Iesus’ van paus Johannes Paulus II werd dat verschil sterk benadrukt. Katholieken kunnen niet volmondig zeggen dat de protestantse kerken dezelfde status hebben. Daar zijn diverse redenen voor: het ontbreken van de bisschoppelijke successie (opeenvolging), van wijdingen en de eucharistie. In dat opzicht was de uitdagende uitspraak van Kimman over die actiegroep, veelzeggend en glashelder: protestanten moeten uiteindelijk terugkeren in de moederschoot der kerk. Van Rome.
Ik betwijfel ten zeerste of Luther en Calvijn de protestanten vandaag zouden aanmoedigen op dat ‘aanbod’ in te gaan.

dinsdag 3 maart 2009

Bruto maandsalaris


In mijn omgeving wordt verbaasd gereageerd op de berichtgeving rond de Christelijke Gereformeerde Kerk in Zwolle die van de leden een bruto maandsalaris vraagt voor het aankopen van een gebouw. Zoiets extreems hebben ze nog nooit gehoord. Nou, dan heb ik ‘nieuws’: offeren in deze mate is niet uitzonderlijk.
Het gebeurt vaker dat kerken zo’n bijdrage vragen. Let wel: boven op de maandelijkse ‘vaste vrijwillige bijdrage’. Ja, beste mensen, het kan nog gekker. Zo uit mijn hoofd: de vrijgemaakt-gereformeerde Morgenster in Leeuwarden is enige jaren geleden op die manier deels bekostigd. En geregeld lopen die vaste maandbedragen in de honderden euro’s. Daar komen dan nog de collectes in de kerkdiensten bovenop.

Misschien zijn mensen zo verbaasd over dergelijke vrijgevigheid, omdat wij als kranten dat in de hand werken. Vaak is er wel jaarlijks aandacht voor de financiële actie Kerkbalans, waaraan onder meer de Rooms-Katholieke Kerk en de Protestantse Kerk in Nederland deelnemen. De gepubliceerde jaartoezeggingen zijn vaak veel lager.
Die bedragen schommelen ergens tussen de €250 tot €300. Maar, let wel, het gaat om gemiddelde bijdragen. Er zijn zeker in de grote kerken veel mensen die niets of slechts symbolisch iets geven. Dat betekent dat er ook een categorie leden in die kerken is, die flink in de buidel tast. Daar kan het ook best om duizenden euro’s per jaar gaan. Per gezin.

Maar de vrijgevigheid is, gemiddeld genomen, hoger in orthodox-protestantse kring. En dan hebben we het nog niet eens over de evangelische groepen gehad. In veel gemeenten van evangelicale snit is het niet ongewoon de bijbelse richtlijn om ‘de tienden’ te geven, nog altijd heel letterlijk te nemen.
Ja echt, een tiende van een gezinsinkomen gaat naar de kerk en andere goede doelen. Het is dus blijkbaar eens goed om het maar weer eens vast te stellen: de vrijgevigheid in christelijke kring is enorm. Bij de Belastingdienst kunnen ze dezer dagen gemakkelijk vaststellen of iemand bij een kerk hoort: aan de hoogte van de post ‘giften’.

zondag 1 maart 2009

Eng landje

De collega’s van Trouw hebben een onderzoekje laten doen naar hoe er in Nederland over schepping of evolutie wordt gedacht. Veel mensen blijken de brochure ‘Schepping of evolutie?’ niet eens gezien te hebben tussen de folders. Van verontwaardiging is nauwelijks sprake. Het vlugschrift terugsturen? Zonde van de postzegel.
Sommigen maken zich wel druk over de brochure, gemaakt door een reeks behoudende christelijke organisaties. Een aantal populaire websites als Retecool en GeenStijl zijn een terugstuuractie begonnen via terugnaarjemaker.nl. Coördinator van de brochure, Kees van Helden op Urk, heeft er de afgelopen week enige honderden teruggekregen.

Trouw constateert lauwheid rond de kwestie, maar de mensen die zich wel druk maken gaan erg ver. Ze hebben de telefoonnummers, het huisadres en het e-mailadres van Van Helden op het internet gepubliceerd. Het resultaat: schandalige reacties per post, mail en telefoon. Inclusief verwensingen en doodsbedreigingen.
Dergelijke reacties staan niet op zichzelf. Het niveau van de berichtgeving en reacties op de sites achter terugnaarjemaker.nl is vaak beneden alle peil. Het kan niet anders dan dat bij een aantal mensen, vooral jongeren, steeds meer de indruk bestaat dat alles zo’n beetje in de omgang met andersdenkenden is geoorloofd.

Van Helden stelde vorige week in een gesprekje dat ik met hem had, wat grimmig vast dat christenen niets meer mogen zeggen en dat iedereen maar alles van christenen mag zeggen. Illustratief vindt hij de voorbeeldbrief op terugnaarjemaker.nl aan zijn adres. Zou je God door Allah vervangen, aldus Van Helden, dan zou Nederland te klein zijn.
Anderen zeggen dat respectloos gedrag (helaas) niet alleen christenen treft. Het niveau waarop we elkaar bejegenen is over de hele linie gekelderd. Veel betaalde commentatoren doen intussen meesmuilend over de ‘vertrutting’ door dit kabinet. Zijn ze wel fris? Nederland wordt wel een heel eng landje - en niet door mensen als Van Helden.

vrijdag 27 februari 2009

Janenhylkje@

Mijn grootouders Korfker
met de klok op de achtergrond.

Soms krijg ik mailtjes van koppels. ‘Jan en Hylkje’, ‘Mork en Mindy’, jaapengerdientje@vertelhetvoort.nl. Ik begrijp dat nooit zo goed. Het zal wel heel gezellig zijn, maar heeft de ene helft van het stel geen eigen vrienden die ook wel eens iets te melden hebben dat alleen maar een hartsvriend of -vriendin aangaat? Bijvoorbeeld.
Kwalijker wordt het wanneer de helft van zo’n stel die gezamenlijke mail gebruikt voor zaken waarvoor een zekere vertrouwelijkheid geldt. Zo kan volgens mij een kerkenraadslid geen gecombineerd mailadres hebben, tenzij het stel bijvoorbeeld samen ouderling is. De reden lijkt voor de hand te liggen, maar dat blijkt in de praktijk toch niet het geval te zijn.

‘Beste Janny, hierbij het conceptvoorstel over de te sluiten kerkgebouwen.’
‘Geachte medebroeder, hierbij een noodkreet die ik in vertrouwen van een zuster ontving.’
‘Dag Kees, hierbij een klacht van broeder De Vries over de talstelling van broeder Van Dijk.’


Gaat dat de partner niet aan? Staat er niet reeds in Genesis geschreven dat zij elkaar zullen aanhangen en dat man en vrouw één vlees zullen zijn? Ja, en? Op sommige zaken heeft ook een wederhelft geen recht. Er staat ook geschreven: leid ons niet in verzoeking. Je hoeft echt geen verschrikkelijk mens te zijn om een kerkenraadsgeheim dat je niet aangaat, met een vriend of vriendin te delen - ‘Dan kun je ook voor X bidden’ (om met Larry Norman te spreken).
Er is, ook toen er nog lang geen mail was, heel wat onheil in kerkelijke gemeenten geschied omdat ambtsdragers thuis hun mond niet konden houden. En vervolgens hun eega’s niet. En dat terwijl er in de bijbel toch nogal wat waarschuwingen staan over wat de tong allemaal voor schade kan veroorzaken. 'Zet een wacht voor mijn lippen.' En mail dus.

Mijn grootvader Wim Korfker werd om de haverklap tot ouderling verkozen. Hij ging als ambtsdrager uiterst discreet te werk. Wanneer hij ’s avonds op huisbezoek ging, schreef hij de te bezoeken adressen op een papiertje, plakte dat dicht, schoof het onder de klok en echtgenote Jo Korfker-Smouter (wat hadden die mensen unieke achternamen!) en de oudste kinderen wisten dat dit papiertje slechts bij een noodsituatie geopend mocht worden.
Waarom? Als mijn grootvader ’s avonds thuiskwam en de triestheid straalde van hem af, en dat wilde na een avond ploegen op rotsen en ernstig vermaan het geval zijn, dan kon door de rest van het gezin gedacht worden: ‘Zo, dat gesprek bij broeder en zuster Jansen was blijkbaar bijzonder zwaar. Wat zou daar aan de hand zijn?’ Over discreet gesproken.

Zouden ze nog bestaan, zulke ambtsdragers?

dinsdag 24 februari 2009

Larry Norman



Het is vandaag al weer een jaar geleden dat een van de grootste zangers en tekschrijvers overleed. De Amerikaan Larry Norman stierf op 24 februari 2008 op zestigjarige leeftijd. Vaak lees je bij iemands overlijden dingen als: ‘De veel te vroeg overleden…’ Maar Norman, die al jaren worstelde met onder meer een zwak hart, was er klaar voor. Hij stond zo’n beetje te popelen.
Geen idee meer wanneer ik voor het eerst de muziek van Larry Norman leerde kennen. Ik weet nog wel dat ik wel wat raar stond te kijken van die christelijke rocker, die de man bleek te zijn achter de hit van Cliff Richard met de uitdagende titel: ‘Why should the devil have all the good music?’

De rauwe kop en het foute, lange haar van Norman paste overigens beter bij de uitdagende tekst van dit waarschijnlijke bekendste christelijke rocknummer. ‘They say to cut my hair, they’re driving me insane / I grew it out long to make room for my brain. / But sometimes people don’t understand, / What’s a good boy doing in a rock ‘n’ roll band?’
De eerste plaat die ik ooit van de ‘vader van de christelijke rockmuziek’ kreeg, was een recensie-exemplaar van het live-album ‘Stop this flight’ halverwege de jaren tachtig en ik was meteen verkocht. Ook door zijn introducties van de nummers. ,,Als je een vriend met problemen hebt, dan moet je iedereen opbellen en vertellen wat er mis is met je vriend. Zodat je allemaal voor hem kunt bidden.’’

In de loop der jaren ontdekte ik dat die vreemde en, volgens mensen die het konden weten, moeilijke man veel rommelige, maar ook fantastische albums heeft gemaakt. Helaas had hij niet de bekendheid die hij verdiende. Voor de gewone muziekzaken was hij te christelijk en voor de evangelische winkels was hij veel te ruig en gewaagd. En internet kwam voor hem te laat. Echt zonde.
Verschillende keren zag ik hem optreden. Bijvoorbeeld voor een handjevol mensen in een sporthal in Leeuwarden. Na een concert daarna in Drachten, belandde hij in het ziekenhuis met ernstige hartklachten. Ruim een jaar geleden had de opgebrande zanger zijn laatste ziekenhuisopname. Daarvan staat een confronterend clipje op You Tube: Norman ontluisterd, zonder zijn lange haar. Gewoon een oude man. Dan liever een filmpje van het prachtige ‘I wish we’d all been ready’, dat ik hier als eerbetoon bij zet.

maandag 23 februari 2009

Snelle Ichtusvis

Zaterdagmorgen was ik bijtijds onderweg naar Drachten. Ik ging daar voor de krant naar het scheppingscongres ‘ R-evolutie op het christelijke erf’ in de mammoetkerk Bethel bijwonen. Het is rond die tijd prima rijden, helemaal nu de weg tussen Leeuwarden en Drachten volledig vierbaans is.
De maximumsnelheid is op het nieuwe asfalt 100 km per uur, maar ach, dat is een stuk beter dan de oude situatie: de hele tijd op een tweebaansweg met een sukkelgangetje achter een vrachtwagen hangen met in het midden van de weg de dikste ononderbroken streep die er in wegenland te krijgen is.

Maar de nieuwe situatie is veel automobilisten nog niet snel genoeg en wie zich wel (redelijk) aan de maximumsnelheid houdt, wordt continu ingehaald. Ook op die zaterdagmorgen. Toen ik bij het grote parkeerterrein van de Bethelkerk - de snelst groeiende kerk van het land - aankwam, parkeerde ik vlak naast een aantal van die snelle jongens die me even eerder hadden ingehaald.
Ik had weinig zin om zo vroeg op zaterdag bijdehand te gaan lopen doen, dus ik vroeg me slechts stil af wat de verdediging zou zijn van al die (te) snelle christenen. Dat menselijke inzettingen ondergeschikt zijn wanneer je je naar Gods huis beweegt? Dat aardse wetten, in tegenstelling tot de Tien Geboden, slechts een richtlijn zijn?

Van een pakweg 20 km te snelle broeder had ik op de bewuste weg al gedacht dat die dezelfde bestemming als ik had. Achterop de auto zat een fraaie Ichtusvis, ook wel Jezusvisje. Zo’n ding heb ik ook een tijdje gehad. Hij zat al op de tweedehands auto die ik bij een evangelische garage had aangeschaft.
Ik vond het niet echt prettig. Met zo’n vis ben je het aan je stand verplicht altijd een heer te zijn in het verkeer. Dat had die snelle Ichtusvis op de parkeerplaats van Bethel ook moeten weten: wil je als christen in de fout gaan, doe het dan zonder gelovigen zo demonstratief in diskrediet te brengen. Dan maar liever de kat in het donker knijpen.

Om bij het thema van het congres te blijven: het valt me op dat het debat over schepping of evolutie, nu weer even springlevend door de scheppingsbrochure die dezer dagen door heel Nederland wordt verspreid, ook op de weg wordt uitgevochten. De Ichtusvis heeft al heel wat varianten gekregen. En dan bedoel ik niet de haai die achter het Jesusvisje aanzit - die is zooooo jaren negentig.

Het is overigens, realiseerde ik me zaterdag weer, een moeizaam debat. Zaterdag werden in Drachten christenen nog eens overtuigd van het eigen gelijk:
je hebt voor de evolutie een groter geloof nodig dan voor de idee dat er een God is. En aanhangers van de evolutieleer zijn tegelijkertijd ook nauwelijks op andere gedachten te brengen.
Een loopgravenoorlog dus, die dus ook onderweg wordt uitgevochten. Er is een Darwinvariant van het Ichtusvisje, dus een visje dat pootjes krijgt. Er is weer een andere sticker waarop de Ichtusvis de Darwinvis opslokt en, ja hoor, er is ook weer een exemplaar waarop een die etende Ichtusvis weer te pakken wordt genomen. Gelukkig zie je dit soort autostickers nog niet veel. Het wordt zo wel erg kinderachtig.

donderdag 19 februari 2009

Kader Abdolah


De uit Iran afkomstige schrijver Kader Abdolah trok eerder deze week in Leeuwarden een volle kerk. Rond aanvangstijd stonden mensen nog tot buiten in de rij om hem te horen. Sinds de verschijning van zijn bestsellerbox met ‘De boodschapper’ en zijn koranvertaling trekt hij al zeven maanden volle zalen.
Volgens Kader Abdolah heeft al die aandacht niet zo zeer met zijn schrijftalent te maken, maar meer met het feit dat de koran en de islam nu eindelijk eens serieuze aandacht krijgen. En dat is volgens hem ook hoog nodig. Laat de islam niet over aan geïmporteerde imams, vond hij. ,,We hebben een eigen islam en een eigen poldermodelkoran nodig. Kader Abdolah heeft daartoe de eerste stap gezet.’’ De schrijver sprak vaak over zichzelf in de derde persoon enkelvoud.

Zijn verklaring voor de grote belangstelling voor zijn spreekbeurten is bescheiden en het zou ook fijn zijn als die klopte. Maar is er echt interesse voor de koran, ook in de versie van Kader Abdolah, die het boek toegankelijker wilde maken door onder meer alle ,,dodelijk saaie’’ herhalingen te schrappen? Veel bezoekers lieten desgevraagd weten ‘De boodschapper’ wel gelezen te hebben, maar de koran, nee, nauwelijks.
Onder hoogopgeleide Nederlanders zal ongetwijfeld de angst en zorg voor de islam minder zijn dan in, zeg maar, volkswijken. Maar of het kopen en lezen van de box van Kader Abdolah echt bijdraagt aan de multiculturele droom? Ik kan me ook voorstellen dat nogal wat moslims graag zouden zien dat Kader Abdolah minder verkocht. Hij geeft, hoe mild ook geformuleerd, tijdens zo’n avond toch weinig bleek van eerbied voor de koran en de profeet. ,,Mohammed was een meester in het plagiaat’’, is slechts een onschuldig voorbeeld.

Nee, de mensen komen voor Kader Abdolah zelf. En daar is niets mis mee. De man spreekt tot de verbeelding. Hij moest vluchten om zijn overtuiging, om van de grond af te beginnen in een nieuw land waar hij de taal in hoog tempo en volgens de legende met hulp van Jip en Janneke perfect onder de knie kreeg. Hij schrijft prachtig en kan daar met smaak over vertellen. Hij vermaakt, ontroert, daagt uit. Zonder dat alles, zou de koran niet al die huiskamers binnenkomen.

woensdag 18 februari 2009

Grün in Leeuwarden


De Titus Brandsmaparochie in Leeuwarden heeft dit jaar groot feest. De vorig jaar vertrokken pater Peter Bosma bedacht enige jaren geleden dat de Friese hoofdstedelijke katholieken in 2009 een reeks jubilea hebben te vieren en dat wordt groots herdacht.
‘Terug naar de bron’ is het thema van de festiviteiten, met als voornaamste traktatie voor parochianen en anderen: de Duitse benedictijn Anselm Grün, auteur van spirituele bestsellers, op 29 mei als spreker.

Die Bonifatiuskerk werd 125 jaar geleden ingewijd (op de foto: het beeld voor de kerk). Maar er is meer. De parochie, met zesduizend zielen de grootste van het noordelijk bisdom, herdenkt ook dat in 1559 het bisdom Leeuwarden werd gesticht.
Dat feit is onder het stof van de geschiedenis verdwenen, net als de door Alva afgedwongen grootse ontvangst van de Friese bisschop Cuneris Petri in 1570. Tien jaar later al werd alles wat paaps was door het Oranjegezinde Friesland weggevaagd.

De katholieken verdwenen niet uit het Friese land, maar gingen ondergronds. En dat wordt ook herdacht. Precies vier eeuwen geleden vestigden zich een pater en priester in Leeuwarden en daarmee ontstond weer georganiseerd katholiek leven.
Het zou tot het herstel van de bisschoppelijke hiërarchie in 1853 duren voor de katholieken weer een officiële status kregen. Die lange periode staat centraal in een expositie, vanaf eind april te zien in het Historisch Centrum Leeuwarden.

Een gouden vondst is ook een spirituele stadswandeling die in juni wordt gepresenteerd. Voor wie het wil zien, is er immers nog veel terug te vinden van het rijke roomsche leven. Zo was de Grote Kerk in Leeuwarden deel van een dominicanerklooster. En bij de scheve Oldehove stond de kathedrale kerk van Petri, gewijd aan Vitus, nog altijd patroonheilige van de stad.
Er staat nog veel meer op het programma als een congres, een concert en de presentatie van een jubileumboek. De liefhebbers buiten de provincie moeten de website van de Titus Brandsmaparochie maar goed in de gaten houden.

Dinsdag 24 februari is de eerste activiteit: Paul Nouwen, oud-directeur van de ANWB, spreekt over zijn broer Henri, die vele prachtige spirituele boeken schreef. In de Bonifatiuskerk, aanvang 19.30 uur.

dinsdag 17 februari 2009

De EO tot inkeer

Het leek er aanvankelijk op dat ze er bij de Evangelische Omroep niets van begrepen hadden. Neem nou de reactie van directeur Arjan Lock in het omroepblad Visie van deze week op brieven naar aanleiding van de omstreden uitzending ‘’t Zal je maar gebeuren’. Daarin tekende Andries Knevel een verklaring waarin hij demonstratief afstand nam van zijn uitgesproken creationistische ideeën uit het verleden.
,,De EO is ervoor om het gesprek daarover (over de vraag of je de schepping letterlijk moet nemen, WS) op een geloofwaardige manier te voeren. Daarvoor zijn we een mediabedrijf binnen de publieke omroep’’, aldus Lock in zijn reactie. Hij schoot met die reactie helemaal mis: de verontwaardiging in de achterban is juist ontstaan, omdat dat gesprek met zo’n uitzending niet echt prettig wordt gevoerd.

Een heel andere toon sloeg Lock eind vorige week in het Reformatorisch Dagblad aan. De verklaring van Knevel getuigde van een hoogmoedige houding, zei hij in een interview. ,,We hadden dat nooit zo mogen uitzending.’’ En Knevel zelf heeft weer spijt van de manier waarop hij spijt heeft betuigd over zijn vroegere creationisme. In een open brief in de nieuwe Visie biedt hij niet alleen zijn excuses aan, maar vraagt hij ook vergeving.
‘’t Zal je maar gebeuren’ was een mislukte uitzending, zei Knevel zaterdag in het radioprogramma EO.nl. „Het doel van de tv-uitzending was het gesprek over schepping of evolutie op gang te houden. Dat simpele doel is compleet mislukt, met name door het slot, toen ik mijn verklaring ondertekende. De verklaring kreeg de uitstraling van een Maarten Luther, die vertelt hoe het nu werkelijk zit.’’

Er zullen wel pittige gesprekken gevoerd worden achter de gevel van het EO-kantoor in Hilversum. ,,O, dus nu is de uitzending mislukt. Bedankt Andries.’’ Misschien gaat Knevel nog een keer door het stof. Daar is hij nu toch al druk mee bezig. Hij mag ook geen dagvoorzitter meer zijn van het Darwincongres halverwege mei, dat mede door de EO wordt georganiseerd.
De nederige excuses van Knevel en Lock zullen een belangrijk deel van de achterban tevreden stellen. Maar, de geest is intussen wel uit de fles. Er zullen stemmen blijven op gaan om een alternatieve EO in het leven te roepen. In de jaren negentig wilde de Leeuwarder zakenman Bert Panhuise een charismatische omroep naast de EO. Die had toen geen schijn van kans. De situatie ligt nu beduidend anders en dat heeft de EO aan zichzelf te danken.

zondag 15 februari 2009

Lied bij kerksluiting


In de protestantse wijkgemeente de Schakel in de Leeuwarder wijk Camminghaburen klonk vanmorgen voor het eerst in een kerkdienst ‘Liet fan treast / Lied tot troost’. Gemaakt voor mensen die noodgedwongen afscheid moeten nemen van een kerkgebouw.
Het is een mooi lied geworden dat, als het gevreesde moment eenmaal daar is, beslist met dichtgeknepen kelen gezongen zal worden. De Friese tekst werd geschreven door Willem Abma, kerkmusicus Marcus Veenstra zette het op muziek en Atze Bosch maakte de Nederlandse vertaling.

Directe aanleiding voor het lied is de dreigende kerksluiting in de Protestantse Gemeente te Leeuwarden en de emoties die dit losmaakt. Maar het probleem speelt in veel meer plaatsen. Zo is de verwachting dat de komende tien jaar honderden protestantse godshuizen moeten worden afgestoten. Om die reden is een Nederlandse vertaling van het lied gemaakt. Iedere kerkgemeenschap mag het lied van de makers vrij gebruiken.

Hier is de muziek te beluisteren en de bladmuziek te vinden.
De tekst en muziek komt dezer dagen ook op de website van de Schakel.

Liet fan treast

Hoe pynlik it ferlies fan wat sa dierber wie,
foar elk dy’t jimmer trou nei eigen tsjerke gie.
Dêr wie de doop it segel, teken fan ’t ferbûn.
Dêr waard it hillich nachtmiel fierd fan God ús jûn.

Refrein:
Ha wy gjin wente mear
Wês, Hear, ús hinnekommen.
Wol sa ús taflecht wêze.
Wol yn ús wenje, Hear.

Dêr waard fan dy’t him nei wie ‘t lêste ôfskie naam,
soe mannichien belyd’nis dwaan, syn jawurd jaan.
Jou, God, it leauwe: wy binne yn Kristus mien;
skink ús Jo treast: de tsjerke is mear as hout en stien.


Lied tot troost

Hoe pijnlijk het verlies van wat niet blijven mocht,
Voor ieder die zo trouw de eigen kerk bezocht.
Hier werd gedoopt, het zegel, teken van ’t verbond.
Hier klonk bij brood en wijn de dank uit hart en mond.

Refrein:
Is dit ons huis niet meer,
wees, Heer, ons onderkomen,
een toevlucht zonder schromen.
Wil in ons wonen, Heer.

Hier vond het afscheid plaats van liefsten, jong of oud.
Hier klonk het ‘ja’ van mensen aan U toevertrouwd.
Geef, Heer, geloof: wij staan in Christus niet alleen.
Schenk ons uw troost: de kerk is meer dan hout en steen.

vrijdag 13 februari 2009

Noach van de ark


Terwijl gisteren op allerlei plaatsen in de wereld uitgebreid de tweehonderdste geboortedag van Charles Darwin werd gevierd, werd aan de Loswal in Drachten druk gewerkt op en aan de ark van Noach, oftewel aannemer Johan Huibers. Het enorme gevaarte, dat hij eigenhandig en op eigen kosten bouwde, is voor het eerst in Friesland. Morgen gaat de ark open voor publiek.
Sinds Huibers in het voorjaar van 2007 zijn ark openstelde, hebben een kleine driehonderdduizend mensen zijn bouwwerk bezocht. ,,Neeee’’, zei hij eerder deze week op mijn vraag of al die mensen zich in zijn manier van bijbellezen kunnen vinden: de wereld in zes dagen geschapen en een echte zondvloed. Bijvoorbeeld.

Slechts 10 procent van de bezoekers, zo denkt hij, vinden zich in zijn ideeën. Nog eens 10 procent - ,,oppasmoeders bijvoorbeeld, die zeggen dat ze met de kinderen mee móeten’’ - is het faliekant met hem oneens en de resterende 80 procent is vooral geïnteresseerd. Alleen al de woordjes ‘replica van de ark van Noach’ vormen genoeg stof voor hoongelag of flinke discussies.
Wie met Huibers zelf in gesprek raakt, zal in ieder geval moeten constateren dat je met een oprecht en onbevangen mens van doen hebt. De man die ongegeneerd zijn geloof beleed bij onder meer Pauw en Witteman en tegenover Midas Dekkers, is ook de man die je ‘in het wild’ kunt treffen: enthousiast, overtuigd, vriendelijk, een toonbeeld van een man die uitstraalt wat hij gelooft: te mogen leven door en uit een genadig God.

Ik was voor het eerst op de ark en was onder de indruk van het bouwwerk, dat nog maar de helft van de grootte heeft van de afmetingen die in Genesis worden genoemd. Maar ik was vooral onder de indruk van Huibers. Ik denk bij sommige interviews wel eens stiekem: ‘Dat zeg je nu wel…’ Bij hem had ik daar geen last van. Het is een warm mens op een overigens verder steenkoude boot (voor wie wil gaan: warme kleding aanbevolen).
Huibers is al weer bezig met een ark op ware grootte. De huidige ark kan qua afmetingen net door de binnenwateren, met de nieuwe wil hij na Sail Amsterdam in 2010 de zee bevaren en Europese landen aandoen. Tot zijn verdriet krijgt ook die nieuwe ark een metalen ‘ruggengraat’, anders mag het ding de zee niet op. Maar daarna, zo vertelde hij, wil hij de ark echt gaan bouwen. Dus een derde ark, alleen van hout. Hij wil aantonen dat het goddelijke ontwerp uit Genesis wel degelijk zeewaardig is. Wat heet, zondvloedwaardig!

De ark ligt tot 4 april in Drachten. Alle dagen (behalve zondagen) van 9.30 tot 17 uur te bezoeken.

woensdag 11 februari 2009

'PKN'

Vanaf het moment dat de naam ‘Protestantse Kerk in Nederland’ werd aanvaard voor de fusiekerk van hervormden, gereformeerden en lutheranen, heeft het synodebestuur getracht het gebruik van de afkorting ‘PKN’ te keren. Zonder succes.
Voor wie het niet meer weet: in de jaren negentig werd de naam ‘Verenigde Protestantse Kerk in Nederland’ geïntroduceerd, maar nu zes jaar geleden koos de zogenaamde triosynode ‘Protestantse Kerk in Nederland’ als naam voor de kerk die in mei 2004 formeel ontstond.
Secretaris dominee Bas Plaisier liet in 2002 direct weten dat de afkorting ‘PKN’ niet gebruikt moest worden. Hij vond het te kil, te bedrijfsmatig. En het woord protestants te mooi. Hij herinnerde aan de betekenis van het Latijnse ‘protestari’: getuigen.

Toen leek het pleidooi nog haalbare kaart. Iedereen had het immers over de ‘Nederlandse Hervormde Kerk’ of ‘Hervormde Kerk’ in plaats van ‘NHK’ en over ‘Gereformeerde Kerken’ - voluit hoort daar nog ‘in Nederland’ achter - in plaats van ‘GKN’.
Maar het gebruik van ‘PKN’ sloop er al snel in, zelfs op de synode, hoewel afgevaardigden die dat deden wel regelmatig gecorrigeerd werden. Dat heeft het synodebestuur lang volgehouden, maar het verzet is allengs opgegeven.
Hoewel, ik meende op een recente PKN-synode in Lunteren de huidige PKN-secretaris dominee Arjan Plaisier zichzelf tegen de voorzitter excuseren voor het gebruik van de vermaledijde afkorting.

De afkorting ‘PKN’ voor de ene landelijke kerk is inmiddels zo gewoon, dat lokale kerken die ook gebruiken om zichzelf aan te duiden. Ik kwam het bijvoorbeeld tegen op de overigens uitstekende website van de Protestantse Gemeente te Buitenpost.
Op de site stelt de kerk zich voor als de ‘PKN i.w. te Buitenpost’. Dat ‘i.w.’ betekent ‘in wording’, wat de formele aanduiding is voor het feit dat na de lokale federatie van hervormden en gereformeerden de fusie op handen is.
Maar lokale PKN-gemeenten heten officieel toch echt ‘Protestantse Gemeente te…’ Dat ‘te’ wordt ook vaak fout gedaan, in correspondentie of op websites staat vaak ‘in’.
Er is maar één kerk, die is landelijk en die wordt gevormd door de lokale gemeenten.

In Buitenpost zijn ze niet de enigen die zich vergissen in de naam. Zo zat de Protestantse Gemeente in Koudum met briefpapier waarop 'Protestantse Kerk in Koudum' stond. Maar goed, het is inmiddels toch tijd dat de kerk de eigen naam goed leert schrijven.

zaterdag 7 februari 2009

Pausjepesten

Mgr. Lefebvre met de door
hem gewijde bisschoppen in 1988.

Ik stel me voor dat het ongeveer zo is gegaan. In de loop van het vorig jaar was er een beraad van de broederschap Pius X, de behoudzuchtige club van katholieken die indertijd werd opgericht door de opstandige ultraorthodoxe bisschop Marcel Lefebvre.
Enige agendapunt: ‘Hoe zorgen we dat we dat we weer wat media-aandacht genereren?’ En daarbij de korte toelichting: ‘Na de dood van onze gewaardeerde broeder Lefebvre in 1991 is het te lang stil gebleven rond onze beweging en onze doelstellingen. Wat doen we daar aan?’

Er wordt ernstig nagedacht en allerlei suggesties komen op tafel. ,,Het zou mooi zijn als we twee vliegen in één klap slaan: én weer de aandacht op ons vestigen, én tegelijkertijd de paus en het Vaticaan in ernstige verlegenheid brengen.’’
,,Voor dat laatste is weinig nodig’’, roept een van de broeders. Er klinkt gelach. Het is in de broederschap een gegeven dat de communicatie in het Vaticaan te wensen overlaat en dat de huidige paus een wat schuwe studeerkamergeleerde is.

,,Ik heb een suggestie’’, zegt een van de broeders, bekend om zijn sluwheid. De anderen buigen zich naar voren. En in de minuten daarna ontvouwt zich een briljant plan. Pius X zal nederig in Rome aankloppen en beweren in de moederschoot der kerk terug te willen keren. De paus kan daar, als geestelijke vader van de kerk, geen nee tegen zeggen.
,,Er zal wel onmiddellijk schorsing door Rome volgen, maar dat is niet erg. Dat is maar voor even. Want rond die tijd’’, en de broerder richt zijn vinger op de Brit Richard Williamson, ,,regelen we een interview waarin jij nog eens je opvattingen over de Holocaust afstoft en aanscherpt. We zorgen dat het interview volop in het nieuws komt, maar pas nadát Benedictus ons heeft binnengehaald. Hij zal geen idee hebben wat hem overkomt.’’

De sluwe broeder kijkt naar Bernard Fellay. ,,U als generaal-overste neemt natuurlijk afstand van Williamson. Intussen is dan de hel al losgebarsten en Rome zal ons er uiteindelijk wel weer moeten uitknikkeren. Ons treft dan geen blaam, wij waren van goede wil.’’ Het is stil, de broeders zwijgen bewonderend en staren in de verte. Zo moet het gaan, zo zal het gaan.

vrijdag 6 februari 2009

Paradijselijk


Prachtige stranden, wuivende palmen, strakblauwe zee. De Malediven - een stukje paradijs op aarde. Het is maar hoe je het bekijkt. Als je christen bent en je kunt geen vliegtuig pakken om de archipel te verlaten, dan heb je een probleem. Een groot probleem.
De organisatie Open Doors, die verdrukte christenen probeert te steunen, houdt een boeiende Top 50 bij: de Ranglijst Christenvervolging. Al jaren staat Noord-Korea met stip bovenaan. En in de Top Tien, nu op nr. 6, staan ook al jaren de Malediven.

Ach ja, Noord-Korea, wat wil je. Communistisch in het kwadraat. Onder dat regime verwacht je werkkampen en celstraffen voor mensen die zo nodig een bijbel in huis moeten hebben. En die verwachting komt ook volledig uit.
Maar de Malediven? Op de archipel is de islam de staatsreligie. Iedere andere religie is bij wet verboden. Geloof je toch iets anders, dan wordt het je heel moeilijk gemaakt. De gelovigen die er zijn, moeten in het geniep samenkomen.

Het is eigenlijk niet politiek correct, maar een groot deel van de ranglijst wordt gevormd door zogenaamde gesloten islamitische landen. Haal je het in je hoofd om van moslim christen te worden, dan heb je op veel plaatsen in de wereld een levensgroot probleem.
Volgens Open Doors was 2008 een ongekend bloedig jaar voor christenen. En dat wordt vooral veroorzaakt door de moslimlanden. Afghanistan steeg op de lijst van 7 naar 4. Reden? De Taliban en andere extremisten winnen steeds meer terrein.

donderdag 5 februari 2009

Foutparkeren

De bezoekers van diverse kerken in Barneveld, hadden na afloop van de kerkdienst zondag een onplezierige verrassing: een geel briefje onder de voorruit. Ook degenen die wel in, maar niet van de wereld zijn, weten wat dat betekent.
Het ging, begrijp ik, om een speciale actie van boa’s (buitengewone opsporingsambtenaren). Met de bekeuringen wil de gemeente een signaal afgeven. Er zouden geregeld auto’s zo worden geparkeerd, dat omwonenden en hulpdiensten er niet meer langs kunnen.

Als dat het geval is, heeft een gemeente groot gelijk om bekeuringen te schrijven. Maar dat lost het probleem niet op dat rond veel kerken bestaat. Is er sprake van een wijk- of dorpskerk, dan is er zelden sprake van parkeeroverlast. Veel leden wonen immers om de hoek. Maar bij een kerkelijke gemeente met een groter gebied, is het iedere dienst weer een gedoe.
Mijn collega Wiebe van der Hout en ik bezoeken voor de rubriek ‘De samenkomst’, waarin we een kerkdienst beschrijven, ambtshalve veel kerkgebouwen. En ik heb geregeld moeite mijn auto kwijt te raken. Neem bijvoorbeeld de Dominicuskerk in Leeuwarden. Parkeren is in de nauwe straatjes er om heen nagenoeg onmogelijk. Frustratie bij omwonenden en bezoekers is het gevolg.

Wanneer kerken nieuwbouw willen plegen, zullen burgerlijke gemeenten om het verkeersleed nooit meer een locatie in een stadscentrum kiezen. Kerkelijke gemeenten die gebouwen moeten afstoten, zouden ook dit probleem moeten laten meewegen.
De oplossing voor kerken die worstelen met het parkeerprobleem, ligt voor de hand. Zet, net als burgerlijke gemeenten dit doen, pendelbusjes in van een grote parkeerplaats naar het kerkgebouw. Dan kun je direct ook folderen in de wijde omgeving: bent u slecht ter been, geen probleem, wij halen en brengen u met onze kerkbus. Zet op de zijkanten leuke kerkreclame: ‘Natuurlijk bestaat er een God - wij gaan Hem zo ontmoeten’. Misschien zit er voor zo’n geestelijke pendeldienst wel een gemeentelijke subsidie in. In ieder geval, dat beloof ik (mits in Friesland), een krantenfoto.

woensdag 4 februari 2009

Bekeerde Knevel


Hoe zal ik het netjes formuleren? Ik heb gisteravond met gemengde gevoelens gekeken naar het EO-programma ‘’t Zal je maar gebeuren’, dat aan het begin van dit Darwinjaar geheel in het kader stond van schepping en evolutie. Een onderwerp dat de EO al sinds de oprichting na aan het hart ligt.
Het siert de EO dat open en eerlijk naar het verleden werd gekeken. Zo kwamen fragmenten uit EO-uitzendingen uit de jaren zeventig voorbij, waarin met overtuiging het creationisme werd uitgedragen, het geloof dat God de wereld letterlijk in zes dagen heeft geschapen en dat vanuit dat gezichtspunt wetenschap moet worden beoefend. En er werden fragmenten getoond uit een reeks BBC-documentaires, die recent door de EO waren geschrapt, omdat daarin de evolutieleer werd verkondigd.

EO-voorman Andries Knevel getuigde dat hij geen creationist meer is en ook geen aanhanger meer van het ‘intelligent design’, net als de wetenschapper Cees Dekker, die deze theorie enige jaren geleden in Nederland introduceerde. Volgens die opvatting kom je als wetenschapper vanzelf tot de conclusie dat de ingenieuze structuur van de wereld niet bij toeval kan zijn ontstaan. Beiden geloven, zo legden ze uit, nu simpelweg in de evolutieleer, zonder daarbij God uit het oog te verliezen.
Ook de christelijke wetenschapper Willem Ouweneel legde uit dat Genesis 1 natuuuuuurlijk niet bedoeld is om letterlijk gelezen te worden. Het idee alleen al! Ja ja. Misschien is het er uit geknipt, maar je zag hem niet hoofdschudden over de manier waarop ook hij indertijd voor de EO en op bijvoorbeeld de Evangelische Hogeschool jarenlang het creationisme erin ramde en dramde.
De opvatting dat de evolutieleer idioterie was, is lang uiterst dogmatisch uitgedragen door de EO-coryfeeën. De boodschap is veranderd, maar de stelligheid en arrogantie is gebleven. Nieuwe wijn in oude zakken.

Knevel erkende wel ruiterlijk dat hij was veranderd, ondertekende zelfs een verklaring waarin hij toegaf nageslacht en EO-achterban in het verleden anders te zijn voorgegaan. Hij wilde echter daarin niet het woordje ‘dwaalspoor’ gebruiken. Geweldig hoor, zo’n eerlijke bekeerling. Maar waar blijven de excuses? Waar blijft de bereidheidverklaring om nazorg te bieden aan al diegenen uit de EO-achterban die zwaar in verwarring zijn door hun voormannen die hen met al hun voortschrijdend inzicht in de kou laten staan?
Johan Huibers, de man die de ark van Noach nabouwde (en daarmee volgende week van Amsterdam naar Drachten komt), getuigde in het programma blijmoedig dat hij nog altijd in zes letterlijke scheppingsdagen gelooft. En dat in ieder geval een belangrijk deel van de EO-achterban dat ook nog doet. Zo werd zijn ark de afgelopen jaren door een slordige driehonderdduizend mensen bezocht. Knevel en Ouweneel hebben aan al die mensen niet alleen wat uit te leggen, maar ook heel wat goed te maken.

maandag 2 februari 2009

Dominee ? Jansen

We hebben al jaren in de Leeuwarder Courant de gewoonte om bij iedereen de voornaam af te drukken en uiterst spaarzaam te zijn met titulatuur. Als we het hebben over ‘koningin Beatrix’ dan is het niet ‘prof. dr. mr. J.C. de Vries’, maar gewoon ‘Jan de Vries’. Gelijke monniken, gelijke kappen.
Daarmee hebben we het onszelf niet makkelijk gemaakt. Van veel mensen in ons eigen verspreidingsgebied weten we vaak wel de voornamen, maar natuurlijk niet van al degenen die in allerlei nieuwsberichten van onder meer het ANP opduiken. Ook wat dat betreft is internet een geweldige uitvinding. Een stagiaire vroeg laatst: hoe hebben jullie het eigenlijk altijd gered zonder internet? Ja, goede vraag.

Maar als het om voornamen gaat, red je het als redacteur geestelijk leven ook niet altijd met internet. Er zijn dominees die nooit hun voornaam willen vertellen, zelfs verontwaardigd zijn als we er naar vragen. Ze doen alsof het een staatsgeheim betreft. En dat is het vaak ook. Het gaat altijd om ‘zware’ predikanten. De algemene regel is: hoe zwarter het pak, hoe lastiger het is om een voornaam te bemachtigen.
Ik begrijp wel wat er achter zit. Het gaat om de status van het ambt. Ze zijn geen timmerman of bakker, maar Verbi Divini Minister: dienaar van het Goddelijke Woord. Niet de persoon, maar het ambt verdient achting. Vergelijk het maar met de president van Amerika. Als je series als ‘The west wing’ moet geloven, dan wordt ook door mensen die ooit gewoon Barack mochten zeggen, nu op de werkvloer consequent ‘mister president’ gezegd.

Het gaat dus om het ambt, niet de persoon. Vandaar dat een predikant bijvoorbeeld vaak nog wordt gegroet met ‘Dag dominee’. En daar is niks mis mee. Maar verandert dit wanneer zo nu en dan de voornaam van een predikant voorbijkomt? Is de voornamencultuur, zoals wel wordt aangevoerd, echt bedreigend voor respect en eerbied? Iedereen weet ook hoe de koningin van voren heet, maar dat is toch geen beletsel om haar bij een mogelijk ontmoeting de juiste eer te geven?
Ik heb geleerd om dit soort dingen niet meer aan te voeren als een dominee weigert zijn voornaam te noemen. Het helpt niet. Het maakt de uitdaging om dan toch de roepnaam boven water te krijgen overigens alleen maar groter. Meestal weten we die toch te melden, soms met de niet geringe boosheid van de betrokken predikant tot gevolg. De gemiddelde krantenlezer leest over die naam heen, maar in de eigen kerkelijke gemeente is het vaak groot nieuws.

vrijdag 30 januari 2009

Serpent

Mijn hele omgeving, en als ik Trouw mag geloven nog veel meer mensen, hebben hun C-factor getest. De Vrije Universiteit wil nu met een wetenschappelijk vervolg op deze toets komen.
Dit soort korte tests doet het goed. Het is een van de aardige kanten van internet dat je snel en makkelijk aan zoiets kunt meedoen - vaak in de baas zijn tijd, valt me op - waarna je even vlug de uitslag te horen krijgt.

Op het religieuze vlak zijn veel meer tests te vinden en een site die een hele reeks aanbiedt, is KatholiekNederland.nl. Dat is sowieso een interessante site, voor rooms-katholieken, maar ook voor degenen die meer willen weten over iets typisch katholiek, al dan niet actueel. Zo zijn er verschillende goede naslagwerken te raadplegen.
Voor wie zich verveelt, er staan maar liefst enige tientallen tests op de website. Een angsttest, een liefhebbentest, een normentest, een zelfkennistest… Een van de laatste toegevoegde toetsen is de Religieus Erfgoed Quiz. Die gaat over het Rijke Roomsche Leven en is behoorlijk pittig. Weet u wat een agraaf is, of een lunula of een palla?

‘Wat is een serpent?’, luidt een van de vragen? a) Een blaasinstrument in de vorm van een slang, b) een stuk touw voor liturgisch gebruik, c) een slangvormige stok voor een ritueel baldakijn of d) een ‘pastoraal werkster die de baas speelt over de pastoor’. Tip: hoe waar antwoord d) ook kan zijn, het is niet het juiste.

donderdag 29 januari 2009

Nooit echt happy


Een blik op de teller van deze weblog leert dat het onderwerp ‘Ziek van de kerk’ beduidend meer bezoekers trekt dan gemiddeld. Het verbaast me niet, maar het maakt me ook nieuwsgierig. Waarschijnlijk lopen er toch heel wat mensen rond die butsen hebben van de kerk en/of door hun geloof.
Ik wil nog even doorgaan op het thema, maar het nu over een andere boeg gooien. Voor de christelijke gelovigen die zich zelden of nooit echt 100 procent happy voelen is er goed nieuws: dat hoort ook zo. Zij die louter zingen ‘Blij, blij, mijn hartje is zo blij’ en dat als dé christelijke levenshouding zien, hebben het bij het verkeerde eind.

Die gedachte heb ik dan wel omarmd, maar is niet van mijzelf. Ik kwam het in 2000 tegen in een boek en wat ik las was voor mij een eyeopener. Het ging om het boek ‘Gespannen liefde’ over de relatie van God en mens, geschreven door de theoloog Bram van de Beek, hoogleraar aan de Vrije Universiteit, die prachtige boeken op zijn naam heeft staan.
Christenen zitten volgens hem, als het goed is, in een spagaat. Ze staan midden in de wereld die God geschapen heeft. Die is goed en daar mag je van genieten. Tegelijkertijd: ,,Het leven is niet zoals het moet zijn.’’ Het is een gebroken wereld, waarin mensen elkaar en de schepping pijn doen. Alle dagen van de week, 24 uur per etmaal.

Je hoeft niet naar alle ellende in de wereld te kijken, een kritische blik op eigen feilen en falen is ruim voldoende. Wat moet Jezus in zijn tijd op aarde hebben afgeleden om die gebrokenheid des levens om hem heen. Ruzie, moedwil, misverstand. En hoe zit het met zijn navolgers? Het kan volgens Van de Beek niet anders zijn dan dat die ,,een ongelukkig bewustzijn’’ hebben.
Van de Beek concludeert: ,,Christenen zitten nooit in een goed vel.’’ Kijk, daar heb je wat aan. Wie lijdt aan de gebrokenheid, is niet gek. De christenen die luchtig over eigen tekortkomingen en het leed in de wereld heenstappen, die een krant met droge ogen kunnen lezen (en pas ruw wakker worden als henzelf iets ergs overkomt), díe zijn rijp voor een pastoraal of therapeutisch gesprek!

woensdag 28 januari 2009

Ziek van de kerk (2)

Je moest je echt naar binnen wurmen, in het Leeuwarder café De Blauwe Druif, op die vrijdagavond in mei 1987. Aleid Schilder gaf daar de eerste spreekbeurt over haar net verschenen boek ‘Hulpeloos maar schuldig’, over het verband tussen de gereformeerde leer en depressiviteit. De uitspanning was te klein voor alle belangstellenden. Het was een van de weinige keren dat ik mijn perskaart nodig had om ergens te kunnen binnendringen.
Schilder had een onderwerp aangesneden dat blijkbaar velen - het café was overigens afgeladen met vooral vrouwen - aansprak. In orthodox-gereformeerde kring werd helaas in eerste instantie vooral defensief op haar boek gereageerd. Het onderwerp geloof en depressie was toen nog taboe. Het klimaat is inmiddels, gelukkig, veranderd.

Hoewel, nog altijd zijn er mensen die slecht gehoor vinden bij zowel de pastor als de hulpverlener - vooral in die laatste beroepsgroep is nog veel zendingswerk te verrichten. Het wordt therapeuten en pastores sinds kort overigens makkelijk gemaakt door criteria waarmee snel getoetst kan worden of er sprake is van al dan niet gezond geloof. De criteria werden ontwikkeld door de psychiater en theoloog Margreet de Vries die daarop in 2006 promoveerde.
Uit het boek ‘Ziek van de kerk?’ van de predikant Jan Belder, waarover ik hier zaterdag al schreef, valt goed op te maken hoe geloof en kerk mensen soms kunnen nekken. Ze vormen samen het belangrijkste element in menig leven. En je kunt snel lijden aan de kerk. Het is een plek waar hoge normen gelden voor bijvoorbeeld de omgang tussen mensen. Dat kan in de praktijk echter bitter tegenvallen.

Geloof kán samenhangen met depressie. Maar vaak speelt er meer, zo blijkt ook uit Belders relaas. Genen, afkomst, aanleg. Zo kan het ene kind uit een ‘zwaar’ gereformeerd gezin fluitend en gelovig door het leven gaan, terwijl een broer of zus gebukt gaat onder een laag zelfbeeld. Het ligt dus genuanceerd en het mooie van de sinds 1987 bereikte openheid is, dat er ook ruimte is gekomen voor die nuance.
Therapeuten en pastores weten ook te melden dat geloof, ook van zware snit, mensen er juist weer bovenop kan helpen. Margreet de Vries schreef ‘Geloven is gezond’. Een ander mooi boek over dit thema is ‘Geloven als antidepressivum’ van predikant Sytze Ypma. Naast gewone medicatie vormen gebed en meditatie volgens hem een probaat middel tegen zwaarmoedigheid. Ypma: ,,De kans op bijwerkingen is minimaal.’’

dinsdag 27 januari 2009

Foute bisschop



Je kunt het haast niet geloven dat een weldenkend mens zulke onzin kan uitkramen. De Britse katholieke bisschop Richard Williamson moet verkeerd geciteerd zijn, hoop je. Maar helaas, de filmpjes op You Tube zijn overduidelijk. Williamson is een foute man.
In het interviewfragment dat bij deze bijdrage staat, legt de bisschop desgevraagd en in alle ‘redelijkheid’ nog eens uit dat er echt geen zes miljoen joden zijn omgebracht. Systematische uitroeiing in gaskamers? Er waren geen gaskamers!

Williamson is een van de vier bisschoppen van de omstreden priesterbroederschap Pius X waarvan paus Benedictus XVI de excommunicatie heeft opgeheven. De mannen werden indertijd bisschop gewijd door de behoudzuchtige en afgescheiden bisschop Marcel Lefebvre.
De paus wilde een gebaar van vrede maken naar Williamson en de zijnen in de hoop dat de kerkelijke eenheid hersteld kan worden. Dat betekent niet, wordt nu van alle kanten benadrukt, de zegen van Benedictus over de extreme ideeën van Williamson.

,,Respectloos en idioot’’, haast de woordvoerder van de Nederlandse bisschoppenconferentie zich te zeggen over de opvattingen van Williamson. Van rehabilitatie is volgens hem ook geen sprake. De paus heeft alleen maar een stap willen zetten.
Dat zal waar zijn, maar Benedictus had zo wijs moeten zijn in te zien dat zijn gebaar slecht zou vallen bij onder meer de Joodse gemeenschap. Hoe heilig het ideaal van kerkelijke eenheid ook is, met sommige elementen moet je juist geen binding willen hebben.

maandag 26 januari 2009

Macintosh

Het is, las ik, 25 jaar geleden dat Apple de Macintosh introduceerde. Een kwart eeuw! Ik weet het nog precies. Ik had toen mijn eerste baantje bij een automatiseringsvakblad en was bij de Nederlandse presentatie. Het apparaat was een sensatie. Het ding was draagbaar. Een computer die compleet in een rugzak kon! Je sjouwde je een breuk, maar toch.
Ik zat toen voor het eerst met een muis - vreemde naam, dacht ik - in mijn handen. Ik herinner me hoe ik ruimtegebrek had op het echte bureaublad en de muis van tafel trok. Andere journalisten hadden hetzelfde probleem. Wat een tijden waren dat.

Het kan niet veel later zijn geweest, dat ik gebeld werd door een importeur die mij een nieuw apparaat wilde demonstreren. Waar gaat het om, wilde ik weten. ,,Het is een fax’’, zei de man. Ik hoor het mezelf nog zeggen: ,,Hoe schrijf je dat?’’ Ok, en wat doet dat ding dan? ,,Het is, zeg maar, een kopieermachine op afstand.’’ De wondere wereld der techniek.
Wat in 1984 revolutionair was, is nu haast lachwekkend. De moderne snufjes van toen, roepen hoofdschuddende herkenning op bij de bezoekers van bijvoorbeeld het Museum van de Twintigste Eeuw in Hoorn. Terzijde, als u daar nog nooit bent geweest, moet u daar echt een keertje naar toe.

Wat nu gewoon is, was in 1984 onvoorstelbaar. Iedereen, inclusief kinderen, een piepkleine telefoon op zak? Mini laptops? Kleine apparaatjes met daarin een kast vol elpees? Duhuh (dat zeiden we trouwens toen nog niet), jij bent gek. Zoals nu mensen vol ongeloof aanhoren dat er over enige jaren alleen nog maar een krant op digitaal papier is te krijgen, zoals die was te zien in de futuristische film ‘Minority report’ uit 2002.
Wie een paar jaar meeloopt in deze wereld, weet dat wat eens onvoorstelbaar was, op zekere dag heel gewoon kan zijn. Ik vermoed dat dit mede de verklaring is van het feit dat er dan wel steeds minder kerkelijken zijn, maar dat het ietsisme, het geloof dat er iets is, hoogtij viert. Je gaat, lijk me, vanzelf steeds minder hard roepen dat iets absoluut onmogelijk is en zal zijn - en dat kan ook voor een hogere werkelijkheid gelden.

zaterdag 24 januari 2009

Ziek van de kerk


De predikant Jan Belder heeft donderdag een zeer persoonlijk boek aangeboden aan het bestuur van de Protestantse Kerk in Nederland (PKN): ‘Ziek van de kerk?’. Belder beschrijft hoe hij de afgelopen jaren in een diepe depressie belandde. Hij werd definitief afgekeurd en zette op advies van zijn arts alles op papier.
Belder is onderuit gegaan na de broedertwist rond de vorming van de PKN in 2004, die leidde tot het ontstaan van de Hersteld Hervormde Kerk waar hij zich dus bij aansloot. Nu is de ziekmakende factor van de kerk beslist een boeiend onderwerp dat aparte aandacht verdient, maar Belders boodschap is, als ik het goed begrijp, een andere.

De predikant nuanceert zelf zijn titel. Zijn depressie kwam, zegt hij, zeker ook voort uit onder meer erfelijke factoren. Waar hij van onderuit ging was het psychologisch geweld van zo’n kerkelijk conflict en bijbehorend onwaardig gedrag. En hij vraagt zich af de latere hersteld-hervormden niet al te hoogmoedig waren in hun spreken over de teloorgang van de ‘vaderlandse kerk’ (lees de Nederlandse Hervormde Kerk).
Volgende maand overhandigt Belder zijn boek ook aan de bestuurders van de hersteld-hervormden en het lijkt me dat het boek vooral in die kring aandachtig gelezen moet worden. Ik heb alle belangrijke synodezittingen bijgewoond over de vorming van de PKN, sprak daaromheen ook diverse hoofdrolspelers, en ik ben geregeld lichtelijk verbijsterd geweest over het gedrag van de bezwaarden (de latere hersteld-hervormden).

De hersteld-hervormden zeggen dat de kerkscheuring hen is aangedaan. Dat er echt alles aan gedaan is om hen binnen boord te houden, wordt vergeten. Intussen gingen anderen zwaar gebukt onder hun opstelling. Onder anderen de hervormde synodevoorzitter van toen, dominee Arie van der Plas, en de huidige PKN-voorzitter, predikant Gerrit de Fijter, hebben in de beslissende dagen eind 2003 per post en telefoon de meest afschuwelijke dingen naar hun hoofd geslingerd gekregen. Ze zouden voor eeuwig branden.
Ik was bij de hervormde synode op de beslissende dag, 12 december 2003, toen de drie PKN-partners in aparte synodes in Utrecht bijeen waren voor het finale besluit. Toen het besluit bij de hervormden eindelijk gevallen was, gaf een bezwaarde voorman doodleuk voor de tv-camera hoofdschuddend zijn commentaar, daarmee ongegeneerd de vergadering verstorend. Over hoogmoed gesproken. Als iemand als Van der Plas eens te boek zou stellen wat er allemaal in die dagen heeft plaatsgevonden, zou dat absoluut ziekmakend zijn.

vrijdag 23 januari 2009

Sluiproute

Jacques d'Auchy neemt in de gevangenis van
Leeuwarden afscheid van zijn vrouw. Illustratie Jan Luyken

Een leuk initiatief van de Protestantse Kerk in Nederland aan het begin van het Calvijnjaar: een boekje met protestantse wandelingen. Met ‘Zij lopen, maar worden niet moe’ in de hand, kunnen interessante routes door Groningen, Deventer, Dordrecht en Middelburg worden gemaakt.
Zo’n boekje smaakt naar meer. Wie gaat zich zetten aan een veel dikkere gids, met een groot aanbod aan kerkhistorische wandelingen in Nederland en eventuele grensgebieden? Een eerste aanzet is al gegeven met ‘Op zoek naar sporen’, met daarin zes wandelingen. Maar er zullen veel meer boeiende routes te verzinnen zijn.

Zo heeft de Doopsgezinde Gemeente in Leeuwarden al jaren een wandeling door het centrum van de stad, die ook virtueel - maar dat is lang niet zo leuk - via de website van de gemeente is te doen. Eigenlijk is het deels een sluiproute. Want de doperse ketters moesten in de zestiende eeuw in het geniep hun ‘vermaning’ (godshuis) bezoeken. Ze werden vervolgd en in sommige gevallen ook ter dood gebracht. De eerste was Sicke Freerks die in 1531 werd onthoofd. Later volgde onder anderen Jacques d’Auchy (ook wel: Dosie), die in 1559 stierf.
Het aardige van de route is dat de schuilkerkhistorie nog min of meer is te zien. Zo bevindt zich voor het kerkgebouw aan de Wirdumerdijk een pleintje, dat enige jaren geleden Menno Simonsplein is gedoopt. Daar stond tot aan het begin van de negentiende eeuw bebouwing en de oude kerk werd zo aan het zicht onttrokken.

Aan het einde van de route wordt op de Nieuwestad gewezen op een smal steegje tussen twee winkelpanden. Dat was indertijd de onopvallende ingang naar de kerk die op de plek staat van de huidige vermaning. Via de nooduitgang van dat godshuis kom je nog altijd in dit steegje uit.
De wandelaar leert ondermeer dat de fraaie Kanselarij, waarin het Fries Museum huist, mede werd bekostigd door geld dat van doopsgezinde ketters werd afgenomen. Bij de oude gevangenis wordt er aan herinnerd dat daar ooit het Blokhuis stond waar doopsgezinden werden vastgezet en ook geëxecuteerd.

donderdag 22 januari 2009

Tussendoortje


Soms krijg je een kaart die ver boven het gemiddelde uitstijgt. Zo’n kaart heb ik hierboven gezet als tussendoortje. Prachtig! Het ding had uitgebracht kunnen zijn in het kader van het Jaar van het Religieus Erfgoed. De titel is misschien nog wel het leukste: ‘A capella’.
Ik had nog nooit van de man gehoord, maar het blijkt om een olieverfschilderij te gaan van de kunstenaar Marius van Dokkum. Op zijn website zijn nog veel meer leuke schilderijen te vinden, die vaak ook als kaart zijn te bestellen, bijvoorbeeld die van het oude stel achter en bij het harmonium!

woensdag 21 januari 2009

Stoomcursus: red je kerk

De Sint Willibrordkerk in Utrecht.

Stoomcursus voor mensen die geen afscheid willen nemen van het prachtige kerkgebouw, dat op de nominatie staat om gesloten te worden.

Je negeert het sluitingsbesluit en begint voor jezelf.
• En/of: je zorgt dat er genoeg financiën binnenkomen speciaal voor díe kerk.
• Als je adem lang genoeg is, maak je misschien nog mee dat het kerkverband de historische vergissing inziet en jouw kerk weer omarmt.

Denkbeeldig scenario? In het geheel niet. De rooms-katholieke aartsbisschop Wim Eijk wijdt zondag de Sint Willibrordkerk in Utrecht in. Opnieuw. Elke dag zal er een Latijnse mis in de kerk worden opgedragen. En dat is bijzonder, want als het aan het aartsbisdom had gelegen, was die kerk veertig jaar geleden gesloopt.

De sluiting van de fraaie neogotische kerk was niet naar de zin van pater Winand Kotte en veel gelovigen. Dus wat deden die? Ze negeerden het besluit en een particulier kocht het gebouw. Het optreden van Kotte bracht hem in conflict met kardinaal Bernardus Alfrink, maar dat deerde de gemeenschap rond de Willibrordkerk niet.
De kerk is inmiddels al weer jaren eigendom van een speciale stichting en werd geheel gerestaureerd. De kerk is ook de meest bezochte tijdens de jaarlijkse openstelling van kerken in de Domstad. De stichting kwam wel recent in grote financiële problemen, werd failliet verklaard, maar de rechter vernietigde dit een klein jaar geleden.

En nu is er dus verzoening met de moederkerk. De moraal van dit verhaal: een kerk kan inzien dat een besluit tot kerksluiting achteraf gezien niet wijs was. Maar voor het zover is, moeten de gelovigen wel een inspanning verrichten. Vinden ze dat hun kerk moet blijven? Dan moeten ze zelf zorgen dat er geld op het kleed komt.
Zorg dat je bijvoorbeeld een paar legaten krijgt, die louter en alleen bestemd zijn voor dat specifieke kerkgebouw. Denk bijvoorbeeld aan de in 2001 overleden architect Abe Bonnema, die €18 miljoen naliet voor een nieuw Fries Museum in Leeuwarden, mits dat op het Zaailand zou komen. Heb je zo’n legaat niet, dan ga je met z’n allen zo krom liggen en offeren, dat de berekeningen van de kerkrentmeesters viel te pessimistisch bleken.
Je moet er wel wat voor over hebben.

dinsdag 20 januari 2009

IJdel gebruik

Natuurlijk doet niet iedereen in evangelische kring het. Maar het gebeurt wel heel veel. Of ik moet het steeds zo verkeerd hebben getroffen, al die keren dat ik de afgelopen bijna kwart eeuw al dan niet ambtshalve een samenkomst bijwoonde, waarin een evangelisch gebed klonk.
Ik heb een boos mailtje gekregen over mijn bijdrage ‘Spannend gebed’ van zaterdag. Daarin meldde ik dat een evangelisch gebed je pijn aan de oren kan doen, omdat het woord ‘Heer’ als stopwoord te pas en vooral te onpas wordt gebruikt.

De strekking van het mailtje: hoe ik het contact tussen gelovigen en de hemelse Vader zo op de korrel kon nemen. Is er dan niets heilig? Ik wil er geen woordspelletje van maken, maar dat laatste was juist het punt dat ik zijdelings aan de orde wilde stellen: is die Heer niet te heilig om zijn naam als leesteken in elke zin te gebruiken?
Er wordt in christelijke kring anders omgegaan met God, dan in bijvoorbeeld de joodse traditie waarbij de Godsnaam niet wordt uitgesproken. Jezus heeft ook geleerd dat je tot God als ‘onze Vader’ mag bidden. Met een vrijmoedige manier van bidden is niets mis. Maar dat is wat anders dan slordig bidden.

Ik wed dat veel mensen zich niet eens realiseren dat ze in hun gebed tientallen keren het woord ‘Heer’ gebruiken. Ik heb er wel eens naar gevraagd, nadat ik stiekem tijdens een gebed had geturfd hoe vaak het woordje voorbij kwam (nee, dat is ook niet goed), en weet dat in ieder geval sommigen beamen dat het iets met achteloosheid te maken heeft. Dat lijkt me niet de bedoeling.
Het lijkt me ook niet heilig. De bijbel leert dan wel dat je hem ‘Vader’ mag noemen, maar de bijbel maakt bijvoorbeeld in het boek Job ook pijnlijk duidelijk dat Hij van een heel andere orde en grootsheid is. En dan doe je nogal wat als je Zijn naam als stopwoord gebruikt. Scherp gesteld: dat is simpelweg ijdel gebruik van Gods naam.