Ook als rubriek op de zaterdagse pagina Spiritualteit in de Leeuwarder Courant

.

dinsdag 9 december 2008

Racende nonnen


Sinterklaas vindt blijkbaar dat aandacht voor geestelijk leven op z’n tijd enige relativering behoeft. Van hem ontving ik een alternatieve aanvulling op onze collectie heiligenbeelden: twee kleine ‘racing nuns’.
Waar ze voor op de loop zijn, is niet duidelijk, maar ze zien er nogal verschrikt uit. Je kunt er wedstrijdjes mee houden. De goedheiligman was er zelf nogal mee in zijn sas en hij had zich er, begreep ik, nogal wat moeite voor moeten getroosten.

De man heeft natuurlijk gelijk. Enige relativering kan nooit enig kwaad. Niet van het heilige, maar wel van het eigen heilig ideaal. Dat die vaak geen scherts verdraagt, is niet alleen voorbehouden aan mensen met een religieuze overtuiging.
Misschien houdt het mij bij de les, om die blik van stomme verbazing op de gezichtjes van die twee nonnetjes te zien, wanneer ik achter mijn beeldscherm weer iets schrijf wat volgens mij toch de enig juiste zienswijze of uitleg kan zijn.

Op het kerkelijk erf heerst vaak een dodelijke ernst en daar krijg je vanzelf iets van mee. Een orthodox-gereformeerde dominee vertelde eens dat aan het begin van een moeilijke kerkenraadsvergadering, als gebruikelijk eerst de notulen goedgekeurd moesten worden.
De drukke scriba (secretaris) had zijn aantekeningen gedicteerd aan zijn secretaresse en die had ze op de automatische piloot uitgetikt. De scriba had geen tijd gehad het resultaat te lezen en zo kwamen de notulen op de kerkenraadstafel.

De secretaresse had haar baas een paar keer ‘de sectie ouderlingen’ en ‘de sectie diakenen’ horen zeggen. Ze had dat woord ‘sectie’ consequent van een alternatieve, meer wereldse spelling voorzien die wel hetzelfde klinkt, maar toch iets anders betekent.
Dit leverde de nodige hilariteit en ontspanning op. En de vergadering werd niet zo erg als men gevreesd had, vertelde de dominee. En: ,,Toen ik de volgende zondag achter de broeders de kerk in liep, dacht ik: ja, ze hebben inderdaad wel wat.’’