Ook als rubriek op de zaterdagse pagina Spiritualteit in de Leeuwarder Courant

.

maandag 26 april 2010

Kinderdoop


Soms voltrekken zich stille revoluties op het kerkelijk erf. Een fraai voorbeeld daarvan deed zich voor in de Gereformeerde Kerk (vrijgemaakt) van Leeuwarden, gisteren. Daar werd het kinderdoopformulier op verzoek van de jonge vader aangepast.
De baby was al twee maanden oud, want de kerkenraad had er wel even voor nodig om een juiste weg te vinden. De vader is afkomstig uit een baptistengemeente, waar ze louter de doop van bewust tot geloof gekomen volwassenen kennen, en had moeite met de formulering waarin het exclusieve van de kinderdoop is vastgelegd.

De doopouders krijgen normaal uit het formulier de zinsnede ,,de kinderen der gemeente behoren gedoopt te zijn’’ voorgelegd. De kerkenraad na ampel beraad en extern advies ingewonnen te hebben, daar van gemaakt ,,mogen gedoopt worden’’.
Het is een subtiel, maar groot verschil. Beetje te vergelijken met wat ouders tegen een kind kunnen zeggen: ,,Je mág naar de kerk en daarom móet je.’’ De traditionele kerken geloven dat een kind tot het verbond mág horen, en móet daarom gedoopt worden.

In een grijs verleden leidde dit besef tot vroegdoop: de moeder lag vaak nog in het kraambed als haar kind het ‘teken en zegel van het verbond’ op het voorhoofd kreeg. Dit gebruik is ook in orthodox-gereformeerde kring verdwenen, maar over de plicht je kind te dopen, wordt nog altijd niet lichtvaardig gedacht.
Er zullen in de rechtzinnige hoek genoeg kerkenraden zijn die de stap die in Leeuwarden is gezet, niet zullen zetten. Overigens, in baptistenkring zie ik ook niet snel gebeuren dat een gemeente besluit om per uitzondering een zuigeling te dopen. Daar is de volwassenendoop evenzeer een principieel punt.

In Leeuwarden snapt men ook wel dat dit iets uitzonderlijks is. De kerkenraad benadrukt tegenover de gemeente dat met de doopouders nog verder zal worden doorgesproken over ,,de diepe betekenis van de kinderdoop’’.