Ook als rubriek op de zaterdagse pagina Spiritualteit in de Leeuwarder Courant

.

woensdag 17 maart 2010

Onder de maat


Het komt qua timing nogal slecht uit. Na het gedoe over homo’s en de eucharistie en midden in de rel rond het seksueel misbruik door geestelijken, komt nu ook in het nieuws dat het katholieke bisdom Den Bosch een aantal kerkliederen schrapt.
Cor Mennen, de bisschoppelijke censor, heeft zo’n honderdvijftig liederen voor gebruik in de liturgie beoordeeld en heeft er zeventien in de ban gedaan die hij theologisch onder de maat vindt. Onder de liederen zitten ook teksten van de theoloog en dichter Huub Oosterhuis.

Er wordt natuurlijk weer moord en brand geschreeuwd. De Rooms-Katholieke Kerk zou zich van de slechtste en behoudendste kant laten zien. De kerkleiding in Rome en in Nederland is aan het verrechtsen, klinkt het.
Je hoeft niet behoudend katholiek te zijn om eens de bezem door de kerkliederen te willen halen. Er wordt gewerkt aan een nieuw Liedboek voor de Kerken en persoonlijk hoop ik dat veel gezangen uit het huidige Liedboek zullen sneuvelen.

Onlangs zat ik bij een avond met Oosterhuis en de kerkzaal zat vol. Maar Oosterhuis heeft niet alleen fans. Er zijn ook nogal wat kerkgangers die zich geregeld in de kerk ‘geoosterhuisd’ voelen: gemangeld door slecht te zingen en te begrijpen liederen.
Een van de liederen die Mennen heeft gewogen en te licht bevonden is Oosterhuis’ ‘Zo maar een dak boven wat hoofden’. Het eerste couplet: ‘Zomaar een dak boven wat hoofden, deur die naar stilte openstaat. / Muren van huid, ramen als ogen, speurend naar hoop en dageraad. / Huis dat een levend lichaam wordt als wij er binnengaan / om recht voor God te staan.’

Ik heb dat nooit mee kunnen zingen. Ik dacht altijd dat het aan mij lag, dat mijn geestelijk denkraam te klein was, maar door Mennen voel ik me nu een stuk beter. Wat mij betreft laat hij zien wat de keizer echt aan heeft.