Redacteur geestelijk leven van de Leeuwarder Courant

.

vrijdag 14 augustus 2009

Financiële garantie


Soms zijn er van die onderzoeken met heel aardige resultaten. Deze week kwam de studie in het nieuws van de Tilburgse economen Luc Renneboog en Christophe Spaenjers naar de omgang met geld door christenen van verschillende snit. Daarvoor verrichtten ze jarenlang onderzoek onder Nederlandse gelovigen.
Er bestaan al diverse onderzoeken over het religieuze geldgedrag op macroniveau. Zo bleek uit cijfers uit 2003 dat landen met een overwegend protestantse bevolking financieel gezonder zijn dan landen waar vooral katholieken wonen. Maar nu is er dus ook een studie naar de omgang met geld op microniveau.

Christenen, zo blijkt, zijn spaarzamer dan niet-christenen. Ze hebben de boodschap uit diverse gelijkenissen van Jezus goed in hun oren geknoopt. Een mens moet zijn gekregen ‘talenten’ (kapitaal) goed gebruiken. Liever het geld naar de bank brengen, dan het in de grond stoppen, zo is boodschap van een van de gelijkenissen.
Christenen nemen over het algemeen minder risico met beleggen dan andere mensen. Onderling zijn er grote verschillen, zeker ook op het terrein van beleggen. In vergelijk met katholieken en protestanten zijn evangelischen veel meer geneigd om risico te nemen met hun geld. De andere groepen zijn een stuk terughoudender.

Bedrijven die consumenten willen overhalen om te beleggen, moeten melden dat resultaten uit het verleden geen garantie bieden voor de toekomst. Maar evangelischen hebben hun eigen Financiële Bijsluiter: Gods Woord. Wie zijn stappen zet in geloof, ook op financieel gebied, zal mogen ervaren dat God voorziet.
Die opvatting leidt er ook toe dat er nogal wat evangelischen zijn die bijvoorbeeld de roeping voelen om in het buitenland goed te doen, om vervolgens hun vriendenkring te vragen om hen te onderhouden. Calvinisten kunnen hier vaak slecht aan wennen: zelfs de apostel Paulus maakte immers tenten om inkomen te hebben.

donderdag 13 augustus 2009

Gelovig getwitter

Twee avonden geleden, een uur of acht. Ik zat mobiel te bellen, op hetzelfde moment ging de ‘vaste’ telefoon en begon iemand uitgebreid de beantwoorder in te spreken, er kwam een mailtje binnen en iemand begon korte zinnetjes via MSN te verzenden, zodat ik iedere keer dat irritante geluid van een binnenkomend bericht hoorde.
Nee, er stond niet gelijktijdig iemand voor de deur. Ik vond dit al mooi genoeg. Wat doen we elkaar allemaal aan? Mag het ietsje minder? Er zal in de toekomst groep mensen zijn die onze moderne communicatiemiddelen zal verfoeien: de historici. Nu vormen oude brieven vaak een bron van informatie. Maar wat zal er straks resten van alle sms’jes, mailtjes en msn-berichten? Helemaal niets.

En alsof het nog niet erg genoeg was met wat en hoe we elkaar allemaal digitaal kunnen toevoegen, nu is er ook Twitter. Ik ben het niet snel eens met schrijvers van ingezonden brieven in het EO-tijdschrift Visie, maar laatst kon ik me volledig vinden in iemand die vond dat het blad veel te positief over het twitteren had geschreven. Zo uit mijn hoofd was de boodschap vooral: kunnen wij onze tijd niet beter besteden? Moeten we echt overal aan meedoen?
Er is een groep gelovigen die vindt van wel. En dus zijn er nu ook kerkelijke gemeenten die leuk meedoen met het getwitter. Ik zag bijvoorbeeld dat een protestantse wijkgemeente in Drachten nu ook op Twitter zit: twitter.com/gelovenisdoen. Het is nog niet echt van de grond gekomen, maar wat ik er van zie is het de bedoeling dat daar ideeën worden uitgewisseld over hoe je een getuigend christen kan zijn.

Maar het moet vooral niet te veel diepgang hebben, het moet immers bij Twitter ophouden bij 140 tekens. Aan de andere kant, misschien is dat wel goed ook, want als je soms ziet wat voor schrikbarende meningen er ongebreideld geventileerd wordt op allerlei christelijke websites, dan zou je willen dat die onzin ook na een paar woorden wordt afgebroken.

Maar dan nog. Moet dat echt, dat getwitter? In de Statenvertaling staat het zo mooi in Leviticus 19: ‘Gij zult op geen vogelgeschrei acht geven.’ Volgens mij kan daar ook ‘getwitter’ worden gelezen.

woensdag 12 augustus 2009

Geloofsvervolging


In de tijd van het IJzeren Gordijn kon je christenen nog massaal interesseren voor de geloofsvervolging in het Oostblok en China. De smokkel van bijbels langs dat Gordijn, in navolging van mensen als ‘Gods smokkelaar’ Anne van der Bijl, sprak tot de verbeelding. Boeken, verhalen over en getuigenissen van mensen die om hun geloof zwaar hadden geleden, bijvoorbeeld in werkkampen, deden het goed.

Maar, de klad is er in gekomen. In die betrokkenheid dan, niet in de geloofsvervolging. Die gaat volgens hulporganisaties in binnen- en buitenland onverminderd door. En ze proberen dat ook steeds weer over het voetlicht te krijgen.
Bijvoorbeeld in de afgelopen dagen: de vervolging van christenen in Iran is weer toegenomen. Zo werd in een huis een groep gearresteerd, louter en alleen omdat ze daar Bijbelstudie deden. En in Bangladesh werden christenen mishandeld door de politie. Naar verluid op verzoek van moslimleiders.

Volgens Open Doors is er vooral sprake van geloofsvervolging in enkele communistische landen - Noord-Korea voert al jaren de ranglijst van foute landen aan - maar vooral ‘gesloten’ moslimlanden. Er zouden zeker honderdduizenden wereldwijd worden gediscrimineerd, mishandeld, opgesloten en soms zelfs vermoord om hun christelijke overtuiging.
Maar het lijkt het leeuwendeel van de geloofsgenoten in Nederland niet meer te raken. Aan de speciale Nacht van gebed voor geloofsvervolgden, enige weken geleden, deden een slordige tienduizend mensen mee. En daar was organisator Open Doors al heel blij mee.

Geloofshelden die in het begin van de kerkgeschiedenis om hun overtuiging voor de leeuwen werden geworpen, doen het beter dan de martelaren van vandaag.

dinsdag 11 augustus 2009

EO en achterban

Je kunt je slechts verbazen over de manier waarop de Evangelische Omroep de achterban inschat. Natuurlijk zou er commentaar komen op dat programma ‘Loopt een man over het water…’ dat Arie Boomsma maakte. Wat dacht je dan?
Als je voor zo’n programma het groene licht geeft - na de eerdere ellende die dit jaar rond Knevel, Boomsma en nog een paar akkefietjes ontstond - dan heb je toch extra uitgebreid de voor- en nadelen afgewogen?

Dat is niet gebeurd blijkbaar, want opnieuw heeft de EO zich door de vele opzeggingen van leden laten overvallen. Alleen al daarom zou je de leidinggevenden daar een brevet van onvermogen geven.
Maar er speelt nog een ander, meer structureel probleem: de omroep heeft een andere missie dan de achterban denkt. Dat hoorde ik van een EO-voorlichter toen ik in juni voor de krant een verhaal over het succes van de EO-Jongerendag maakte.

De EO, zei hij, richt zich primair op de samenleving en wil mensen bereiken die weinig of niets met God hebben. De leden, ging hij verder, hebben de verwachting dat de programma’s van de EO er zijn tot opbouw van hun geloof.
Tussen missie en verwachting van de achterban gaapt een enorme kloof. De EO wil eerst en vooral de buitenkerkelijke bereiken, met prikkelende programma’s. Dat heeft een groot deel van de achterban echter nooit zo begrepen.

Het wordt tijd dat de EO dat eens goed gaat communiceren. Nee, zuster en broeder, u steunt ons wel en daar zijn we heel blij mee, maar we zijn er niet voor u. We doen wel eens iets leuks voor u, maar uiteindelijk gaat het ons daar niet om.
Als je dat als omroep over het voetlicht kunt krijgen, is er naar mijn idee al veel kou uit de lucht. Dan denkt een achterbanner: de EO is als iedere hulporganisatie, een club deskundigen die het beste weten waar en hoe hulp te bieden.

maandag 10 augustus 2009

Ontkerkelijking (2)


Voor de eigenzinnigheid van de Friezen als het over religie gaat - zie mijn vorige bijdrage - zijn meer aanwijzingen in de provinciale kerkgeschiedenis. Te beginnen natuurlijk met de manier waarop in 754 bij Dokkum de uitdrager van een vreemde godsdienst - Bonifatius en zijn 52 gezellen - het zwijgen werd opgelegd. Een beeld herinnert daar nog aan (zie foto).
Een aardige illustratie wordt gevormd door een van de jubilea die de Leeuwarder Titus Brandsmaparochie dit jaar uitgebreid viert: de instelling van een Fries bisdom 450 jaar geleden. De paus in Rome vond dat ze in deze landstreken wel erg hun eigen gang gingen en wilde met zo’n bisschop in 1559 directere controle.

De paus kon dat wel willen, maar de Friezen stelden zich zo agressief op dat de eerste, beoogde bisschop eieren voor zijn geld koos en besloot maar niet zijn zetel in de Vituskerk naast de Oldehove in Leeuwarden in bezit te nemen. Pas tien jaar later kwam er een tweede kandidaat die daadwerkelijk bisschop werd: Cuneris Petri.
Onlangs schreef ik hier al over ‘Van Vitus naar Titus’, het mooie boekje met een stadswandeling langs het katholieke verleden in Leeuwarden. Dat begint helaas met een foutje. Die eerste, geweerde bisschop is blijkbaar zo in de vergetelheid geraakt dat de samenstellers schrijven dat Cuneris in 1559 kwam.

Cuneris Petri werd in februari 1570 met veel vertoon binnengehaald. Vlaggen, klokgelui, kanonschoten, feestelijke optocht. Waren de Friezen op eens zo Romegezind geworden? Nee, maar Alva had als bevelhebber van de Spaanse troepen een inspecteur gestuurd. De Friezen moesten toen wel leuk meedoen, wilden ze zich geen strafexpeditie op de hals halen.
Nog geen tien jaar later werd Cuneris af- en gevangen gezet en in 1580, toen Friesland voor Oranje en het protestantisme kozen, werd hardhandig met alles wat paaps was, afgerekend. De losbandigheid en macht van de kloosters (ze hadden een derde van het land in bezit) was de Friezen al lang een doorn in het oog.

De Amelander Jan de Jong, van 1936 tot 1951 aartsbisschop van Utrecht, zei eens dat de katholieke kerk het aan zichzelf te wijten heeft dat het katholicisme hier zo weggevaagd is. Wie een kaartje bekijkt van het aantal katholieken in Nederland, ziet dat die het minste voorkomen in de noordelijke provincies.

zaterdag 8 augustus 2009

Ontkerkelijking


Het ledental van de Protestantse Kerk in Nederland (PKN) - nu zo’n 1,8 miljoen - kromp vorig jaar gemiddeld met 2,6 procent, meldde de krant gisteren. De afkalving van de PKN was het minst in Friesland. In die provincie, die als kerkelijk - zelfs gereformeerd - te boek staat, was de teruggang volgens cijfers van de kerk in 2008 niet meer dan 1,9 procent.
Ik hoorde al schamperen: ze lopen hier in Friesland net een pas achter de rest aan. Maar dat is, in ieder geval als het gaat om ontkerkelijking, een onjuiste constatering. De kerkverlating is namelijk in Friesland begonnen. Eind negentiende eeuw was er geen provincie waar de ontkerkelijking zo groot was als in Friesland.

Op bijgaand kaartje uit ‘Nederland in verandering’ is de ontkerkelijking in Nederland anno 1889 goed te zien. Hoe gekleurder een gebied, hoe minder kerks. Terwijl de ontkerkelijking in grote delen van het land pas in de jaren zestig van de twintigste eeuw goed op gang kwam, had die in Friesland al uitgebreid plaatsgevonden.
Onder de Friezen was er indertijd sprake van een andere, meer principiële kerkverlating. De ontkerkelijking van de afgelopen halve eeuw is in de regel het gevolg van verflauwing, van het verbleken van oude mores. Maar de negentiende-eeuwse Friezen braken met de kerk uit protest tegen de gevestigde orde, tegen de misstanden van hun tijd.

Met name in de straatarme Zuidoosthoek van Friesland kregen mannen als Ferdinand Domela Nieuwenhuis veel navolging. Nieuwenhuis, aanvankelijk predikant, groeide als sociaal-anarchist uit tot de ‘apostel der Friese arbeiders’. Massaal verbraken velen hun ketenen, te beginnen met de kerk, die de armen had laten stikken en klein had gehouden.
Wanneer naar een wetenschappelijke verklaring wordt gezocht voor die vroege Friese ontkerkelijking, wordt hooguit voorzichtig gewezen op de Friese volksaard. De eigenzinnigheid en onafhankelijkheid van de Friezen zou hen in de voorhoede van de kerkverlaters hebben geplaatst. Het lijkt me een heel plausibele verklaring.

maandag 3 augustus 2009

Brood voor de eendjes

Als kind heb ik wel eens de koster geholpen, in de tijd dat mijn klas les had in een kerkgebouw. ,,Geef dat maar aan de eendjes’’, kon hij op de maandag na avondmaal zeggen. Het ging dan om het in reepjes gesneden avondmaalsbrood. Als ik wilde, mocht ik het ook zelf opeten. Dat deed ik graag. Lekker, wit brood.
Dat voeren van het avondmaalsbrood aan de eenden noemt bisschop Gerard de Korte van Groningen-Leeuwarden in een column die hij op verzoek schreef voor de website van de Raad van Kerken. Onder de kop ‘De pijn van een grens’ schrijft hij over de onmogelijkheid om als protestanten en katholieken samen de eucharistie te vieren.

Wat de bisschop maar wilde zeggen: protestanten gedenken tijdens het avondmaal het lijden en sterven van Christus. De wijn blijft gewoon wijn en het brood gewoon brood. Dat het brood naar de eendjes kan is voor katholieken onvoorstelbaar. Christus is voor hen werkelijk tegenwoordig in brood en wijn.
Het is niet de eerste keer dat De Korte glashelder is over de enorme kloof in de avondmaalspraktijk tussen Rome en Reformatie. En terecht. Ik zal het als protestant, gevoed met de catechismus die leerde dat de mis een ‘vervloekte afgoderij’ is, niet in mijn hoofd halen aan de eucharistie deel te nemen. Daar zit de pijn van de grens.

Maar de boodschap wordt de bisschop niet in dank afgenomen. Mensen vinden het maar naar. Iemand struikelt in een reactie bijvoorbeeld ook over dat brood voor de eendjes, alsof De Korte denigrerend zou spreken over het avondmaal. Dat doet hij niet, hij constateert een feit. Maar het illustreert wel mooi de gevoeligheid in het huidig oecumenisch klimaat.
De Korte had het zelf al geschreven: wanneer je over het leergezag begint, reageren mensen ,,veelal boos en verdrietig’’. Het is ook pijnlijk. Wie zich echt verdiept in de eucharistie, merkt dat die niet los is te verkrijgen van bijvoorbeeld het bisschopsambt of het primaat van Rome of de leer dat er uiteindelijk maar één kerk is, de Katholieke.

dinsdag 28 juli 2009

God op het veld


Niet alleen in menig kerk zijn de regels heilig, in de sport is dat ook zo. En als het over voetbal gaat, dan is de wereldvoetbalbond Fifa zoiets als de Vaticaanse congregatie voor de geloofsleer voor de Rooms-Katholieke Kerk. Daar worden de dogma’s van het spel opgesteld, bewaakt en - in uitzonderlijke gevallen - bijgesteld.
Nu heeft Fifa onlangs laten weten strenger te zullen optreden tegen spelers die hun geloof belijden door hun voetbalshirt uit te trekken, waardoor vervolgens een ander shirt is te zien met daarop een korte en krachtige geloofsbelijdenis. Zoals: ‘Ik behoor Jezus toe.’ Of: ‘Ik hou van God.’ Braziliaanse spelers hebben daar een handje van.

Tijdens een wedstrijd, zo luidt het voetbaldogma van Fifa, mogen geen religieuze, politieke of persoonlijke boodschappen worden uitgedragen. Geen reclameslogans voor een partij of een product, en ook geen geloofsbelijdenis tussen de lijnen van het spel. Velen vinden dat een goed idee. Je beledigt dan ook geen mensen met een andere godsdienst.
Anderen reageerden kritischer. De vrijheid van godsdienst, zo is de zorg, mag niet in het geding komen. Dreigt er een heksenjacht die past in het verbieden van boerka’s, hoofddoekjes en wat al niet meer? En kun je het geloof in God wel gelijkschakelen met een reclame-uiting van een frisdrank- of elektronicamerk?

Wat de beweegredenen van Fifa ook zijn, het is goed dat voetballende gelovigen als die pinksterchristenen uit Zuid-Amerika aan het denken worden gezet. Ik kijk nauwelijks voetbal, maar voor zover ik begrepen heb, komen de belijdende T-shirts komen alleen tevoorschijn wanneer er sprake is van een doelpunt of overwinning.
Maar wat is dat dan voor getuigenis? Is God dan niet in de nederlaag? Zou God daarmee ook niet iets willen zeggen? Moet je dan niet een shirt bij de hand hebben waarmee je belijdt dat God je laat inzien dat het najagen van de bal het najagen van wind is en dat je je hebt laten verblinden door de mammon, de God van het geld?

woensdag 15 juli 2009

Mijd de kerk

Enige weken geleden schreef ik in de krant over het mogelijke besmettingsgevaar via de ene avondmaalsbeker. Aanleiding was een advies van de GGD Amsterdam om die maar aan je voorbij te laten gaan.
En nu is het weer raak. De Britse bisschop John Gladwin heeft parochies opgeroepen de wijwaterbakjes voorlopig maar leeg te laten. Ook weer met het oog op de verspreiding van de Mexicaanse griep; je weet nooit wie er nog meer met zijn vingers in zat.

Ik schreef in de krant dat angst voor mogelijke besmetting via de gezamenlijke avondmaalsbeker al zeker een eeuw een onderwerp is. Vooral Noord-Amerikanen zijn er gek op. Sinds de komst van aids is daar het individuele avondmaalsglaasje al heel gewoon.
Er zijn diverse onderzoeken gedaan en de conclusie is: kerkmensen zijn niet vaker ziek en hebben ook geen lagere levensverwachting dan gewone mensen. Die gedeelde beker is net als dat wijwater niet bepaald fris, maar ook geen bedreiging voor de volksgezondheid.

Veel riskanter is het gehoest en geproest van een medegelovige, ook al zit die tien rijen achter je. Zo’n advies om niet uit de avondmaalsbeker te drinken of om niet het wijwater te beroeren, is dan ook maar halfbakken, een bisschop onwaardig.
Veel wijzer zou het zijn om gelovigen te adviseren zich verre te houden van hun naasten. Ieder besmet medemens is een potentiële bedreiging. Sterker nog, het kunnen wandelende tijdbommen zijn. ‘Mijd de kerk’, zou pas een waarlijk pastoraal advies zijn.

Overigens, voor wie toch schijnzekerheid wil bieden: er zijn allang wijwaterautomaten in de handel, waaruit je je eigen dosis gewijd water krijgt. Made in, natuurlijk, Amerika.

dinsdag 14 juli 2009

Gans en zwaan

Veel berichten halen de krant niet. Bijvoorbeeld omdat de strekking de meeste lezers niets meer zal zeggen. Of omdat er te veel moet worden uitgelegd. In deze komkommertijd van het jaar wil daar overigens wel eens iets genuanceerder over gedacht worden.
Zo’n bericht dat op veel lezers van in ieder geval een algemene krant weinig indruk zal maken, is het nieuws dat vorige week in de Duitse stad Konstanz kransen zijn gelegd op de plek waar Johannes Hus stierf. Een gedenksteen herinnert aan die droeve dag in 1415.

Het Reformatorisch Dagblad had het bericht wel, omdat Hus veel van de RD-lezers wel iets zal zeggen. Hus geldt namelijk als een van de eerste hervormers. De Reformatie begint volgens de geschiedenis op 31 oktober 1517, toen Maarten Luther zijn 95 stellingen tegen de kerk van Rome spijkerde op de deur van de slotkapel in Wittenberg. Luther was echter niet de eerste die de kerk opriep terug te keren van haar dwalingen. De Tsjech Hus (zijn naam betekent in zijn eigen taal simpelweg ‘Gans’) ging hem al een eeuw eerder voor.

Onder het stof van de geschiedenis verdween Konstanz als de plaats waar koning Sigismund in 1414 een belangrijk concilie bijeenriep. Die kerkelijke vergadering zou maar liefst vier jaar duren. Een van de agendapunten was de ‘ketter’ Hus. Hij was door de paus in de ban gedaan, maar Sigismund gaf hem een vrijgeleide naar het concilie, waar hij zich zou mogen verdedigen. Hus kwam, maakte geen schijn van kans en stierf op de brandstapel en Sigismund stond erbij en keek ernaar. Hoezo niet interessant - waarom heeft nog niemand de filmrechten gekocht?

Het tragische is dat Hus vooral bekendheid geniet om zijn verwijzing naar een ander. Vlak voor zijn dood zou hij beeldend geprofeteerd hebben: ,,Gij zult nu een gans braden, maar over honderd jaar zult gij een zwaan horen zingen, die gij zult moeten verdragen.’’ Alom wordt dat gezien als een verwijzing naar Luther, die immers voor de echte doorbraak zorgde. De reden waarom op menig luthers godshuis een zwaan is te zien, is dus een gebraden gans.

dinsdag 7 juli 2009

Pabo in de kerk

Dagelijks krijgt de redactie honderden mailtjes. Ze worden aan de hand van het onderwerp snel verspreid over de deelredacties en specialisten. Zo krijgt de onderwijsspecialist vanzelfsprekend mailtjes over de pabo.
Vorig jaar kwam hij een opmerkelijk initiatief tegen: de verkiezing van Miss Pabo. Wat scholen al niet doen om de marktwaarde te verhogen! Echter, er was sprake van een misverstand. Het mailtje kwam van Pabo bv.

Voor wie dat niks zegt: bij Pabo bv kun je van alles op het gebied van seks bestellen. Een enkele keer krijg je er ook een ‘discreet’ foldertje van in de bus. De laatste mail van dit bedrijf kwam niet bij mijn onderwijscollega, maar bij mij terecht.
De titel van het mailtje luidde: ‘Pabo gaat de kerk in!’ De missverkiezing, zo is de strekking van het persbericht, van vorig jaar wordt herhaald. Met nóg meer glamour. ,,En tegelijk wordt het allerlaatste taboe doorbroken: kerk en erotiek gaan wel degelijk samen!’’

Wat blijkt? Voor de nieuwe Miss Pabo-verkiezing is als locatie de Orangerie in Den Bosch gekozen. Het is op zich een ‘ordinair’ partycentrum, maar wel eentje met een verleden. Voorheen was het de prachtige katholieke St. Josephkerk.
Het vorig najaar benadrukten de katholieke bisschoppen nog eens dat er een richtlijn is voor hergebruik van een overtollige kerk: een gewijd godshuis moet worden afgebroken wanneer geen waardige herbestemming kan worden gevonden.

Niet-katholieken hebben nogal wat kritiek op dat bisschoppelijke standpunt. Profaan gebruik van een kerk kan het gebouw immers wel redden als cultuurgoed. Wanneer je zo’n Pabo-mailtje ziet, krijg je vanzelf steeds meer sympathie voor die katholieke richtlijn.

donderdag 25 juni 2009

Stadswandeling


De rooms-katholieken zijn een minderheid in Friesland. In het hele Noorden trouwens. Niet voor niets staan de katholieken van het bisdom Groningen-Leeuwarden bekend als de gelovigen in de diaspora, de verstrooiing. Maar de laatste tijd timmeren ze leuk aan de weg.
Neem de afgelopen weken: op 14 juni werd in Dokkum de bisdom- of Bonifatiusdag gevierd met onder meer een processie van de parochiekerk naar de kapel in het Bonifatiuspark; afgelopen weekend opende het Archief- en Documentatiecentrum voor RK Friesland in Bolsward het nieuwe onderkomen en zondag heeft de Titus Brandsmaparochie in Leeuwarden weer iets aardigs: een meditatieve stadswandeling.

Ik schreef het hier al eerder: de Leeuwarder parochie viert dit jaar uitgebreid drie jubilea. Kortweg: 450 jaar geleden werd het bisdom Leeuwarden gesticht, 400 jaar terug begon het katholieke leven weer nadat dit oranjegezinde landsdeel met de papen had afgerekend en 125 jaar geleden werd de Bonifatiuskerk gewijd.
Bij de meditatieve wandeling door het centrum van Leeuwarden hoort een fraai boekje: ‘Van Vitus naar Titus’. Veel Leeuwarders weten het niet, maar Sint Vitus - die als 14-jarige de marteldood stierf - is de beschermheilige van de stad. En zo heette ook de kathedraal op het Oldehoofsterkerkhof waar in 1570 bisschop Cuneris Petri werd gewijd: de nieuwe fonteintjes geven de contouren aan van die kerk.

Ik kan al vast verklappen dat het boekje van Ida Jorna en Maarten van Klaveren een schat aan informatie bevat voor degenen die in de historie van de stad zijn geïnteresseerd. Zo staan er in het centrum nog diverse panden die eens deel uit maakten van een van de kloosters. De Waalse Kerk bijvoorbeeld, maar ook theater Romein of de Grote Kerk (zie foto). Maar veel meer is verdwenen. Leeuwarden is wel erg ruw met het cultureel erfgoed omgesprongen.
Voor de echte liefhebbers wordt zondag vanaf 11.30 uur de stadswandeling onder uitgebreide deskundige begeleiding gelopen. Inclusief lunch en een korte viering in de Bonifatiuskerk. En een deel van de bezoekers kan een stuk van het laatste traject per praam afleggen. Wees wel snel, want er kunnen 150 deelnemers mee en het aantal aanmeldingen zit al rond de 120!

Aanmelden via 058-2120984 of jorna2@gmail.com. Het boekje is vanaf maandag bij onder meer de VVV te koop.

maandag 15 juni 2009

Platte aarde

Het doet het altijd goed: praatjes die de achterlijkheid van de kerk door de geschiedenis heen moeten illustreren. Zo wordt vaak geroepen dat de kerk van Rome eeuwenlang heeft volgehouden dat de aarde plat is.
Vooral Nederlanders houden graag aan dat stereotype beeld vast, zegt Benno Zuiddam, hoogleraar in Tasmanië. ,,Het is een onnozel propagandapraatje. In het buitenland weet men dit allang, maar kennelijk loopt Nederland achter. De Lage Landen zijn altijd al ‘platter’ geweest dan de rest van de wereld.’’

In het Katholiek Nieuwsblad betoogt Zuiddam dat leraars van de vroeg kerk en de middeleeuwen vrij algemeen de gedachte aanhingen dat de aarde rond is. ,,Bij de meeste vroege kerkvaders speelt het onderwerp geen rol, maar zij die het wel bespreken, beschouwden de aarde gewoonlijk als rond of sferisch.’’
In de negentiende eeuw, toen de spanningen tussen kerk en wetenschap hoog opliepen, is de mythe bedacht van een kerk die geloofde in een platte aarde, zegt Zuiddam. ,,De hoogtijdagen van de mythe waren tussen 1870 en 1920, toen darwinisten deze leugen gebruikten in hun strijd tegen de kerk over de evolutietheorie. Scheppingsgeloof moest vereenzelvigd worden met een platte aarde en belachelijk gemaakt worden.’’

Zuiddam heeft gelijk dat hij met deze beeldvorming afrekent. Al dan niet expres vergeet hij echter iemand als Galileo Galilei (zie illustratie) te noemen die in navolging van Copernicus uitdroeg dat de zon in het midden van het zonnestelsel staat. Het leverde hem de status van ketter op. De inquisitie veroordeelde in 1616 zijn opvatting. Later moest hij onder druk van Rome zijn leer afzweren. Ergens moet dus toch iets fout zijn gegaan.
Pas in 1992 bood paus Johannes Paulus II zijn excuses aan voor de wijze waarop met Galilei was afgerekend. Je kunt zeggen dat het een stoere stap van deze paus was. Hij had de kwestie, net als veel van zijn voorgangers, ook gewoon kunnen negeren. Maar velen deden meesmuilend over zijn stap. Je doet het niet snel goed als kerk.

maandag 8 juni 2009

Verklaring


De discussie over schepping of evolutie gaat aan veel kerkgangers voorbij, maar in de EO-achterban bepaald niet. Het Darwinjaar heeft onder evangelische en reformatorische christenen tot heftige discussies geleid. Dat moet anders, hebben de organisatoren van het congres ‘Darwin in de tuin van Eden?’ gedacht.
Op de bijeenkomst, zaterdag in Nijkerk, waren ze er allemaal: creationistische voorlieden die geloven dat God de wereld schiep in letterlijk zes keer 24 uur, gematigde creationisten, mensen met een scheppingsgeloof dat niet vasthoudt aan letterlijke scheppingsdagen en theïstisch evolutionisten die geloven dat God de evolutie gebruikte bij de schepping.

Initiatiefnemers van de samenkomst waren directeur Cors Visser van ForumC, de natuurkundige Cees Dekker en uitgever Henk Medema. Zij betreurden de felle polarisatie in de afgelopen maanden en zagen een gebrek aan onderlinge verbondenheid. Op het congres moesten alle ‘bijbelgetrouwe’ neuzen weer dezelfde kant op.
Voor dat doel hadden zij een 'Verklaring van gezamenlijk geloof in God als schepper’ opgesteld, die door allen ondertekend moest worden. Dat gebeurde ook. Een ieder kon het stuk ook van harte ondertekenen. Niet omdat die zo slim of wijs was opgesteld, maar omdat die louter van enorme algemeenheden aan elkaar hing.

In de verklaring wordt uitgesproken dat de eerste hoofdstukken van de bijbel essentieel zijn om te leren ,,over het wezen van God’’. Wetenschap is ,,een waardevolle activiteit’’. En zonder voorbehoud wordt geloofd dat God alles heeft geschapen. Hoe, daarover blijft men van mening verschillen. Maar allen voelen zich van harte met elkaar verbonden.
De grote vraag is nu: wat is er met die verklaring in vredesnaam gewonnen? Het is toch vreemd dat al die open deuren in de EO-achterban blijkbaar niet meer voorondersteld mogen worden. Was het echt nodig dat er zo’n stuk kwam, waren de onderlinge verhoudingen echt zo bedorven? En is dat nu uit de wereld met zo’n vreemde creatie?

dinsdag 2 juni 2009

Pinksterfeesten


Het blijft bijzonder: de meerdaagse, christelijke pinksterfeesten in Veenklooster en Wijnjewoude hebben samen weer zo’n negenduizend bezoekers getrokken. En het evangelische festival Opwekking in Biddinghuizen, dat al jaren stevig in de lift zit, kreeg 55.000 bezoekers. Een record.
Wat de laatste jaren opvalt, is dat ook de twee Friese pinksterfeesten van traditioneel kerkelijk zijn opgeschoven naar evangelisch. Illustratief is dat de tentdienst in Wijnjewoude gistermorgen geleid werd door Feike ter Velde, lang presentator van EO’s ‘God verandert mensen’.

De vraag is of de pinksterfeesten nog echt het evangeliserende karakter hebben dat vanouds wordt nagestreefd. Het lijkt er meer op dat het toogdagen zijn waarop christenen gesterkt worden tijdens massale samenkomsten: ik zit misschien in een kleine kerk, maar ik hoor bij iets groters.
Niet voor niets werd de bezoekers van Opwekking dit weekeinde nadrukkelijk voorgehouden dat ze de blijde boodschap moeten uitdragen. De voornaamste spreker, Ajith Fernando van Sri Lanka, vond ook dat de waarschuwing voor oordeel en hel niet mag verstoffen: ,,Mensen zonder Jezus gaan verloren. Dat is ook een boodschap die gebracht moet worden.’’

Er is niets mis met de behoefte aan zulke hartversterkende bijeenkomsten. Wel als het blijft bij genoeglijk bij elkaar schuilen, terwijl het consumentisme blijft oprukken. Tekenend is dat de stichting achter het feest in Veenklooster bijna geen vrijwilliger meer kan krijgen.
Vroeger leverden jaarlijks een paar kerken uit de regio van harte tientallen vrijwilligers aan. Die tijd is echter voorbij. Daarom gooide Veenklooster het over een andere boeg: een groot aantal kerken werd aangezocht een paar vrijwilligers te leveren. Daarop kwam nauwelijks respons. Buiten het lange pinksterweekeinde valt de Geestdrift tegen.

dinsdag 26 mei 2009

Op eieren


Als journalist loop je geregeld op eieren. Een collega van de sportredactie hoorde ik vandaag uitvoerig aan de telefoon aan een Cambuurfan uitleggen dat de krant echt SC Heerenveen niet voortrekt. ,,Wij moeten tegen fans van Heerenveen geregeld verdedigen waarom we zoveel over Cambuur schrijven.’’ Ook zulke gesprekken heb ik inderdaad gehoord.
In de kerk is het niet anders. Deze week hadden we in de krant weer een bericht rond de kerkgebouwenproblematiek van de Protestantse Gemeente te Leeuwarden. Het blijft nog enige tijd onduidelijk welke drie of vier van de zeven wijkkerken er dicht moeten, en één van de twee samenwerkingsverbanden binnen de gemeente heeft daarom zelf maar een stap gezet.

De gezamenlijke wijkkerkenraden van de Koepelkerk, de Open Hof en de Pelikaankerk (zie foto) hebben - heel stoer, vind ik - besloten dat vanaf december gezamenlijk in de laatste kerk zal worden gekerkt om een begin te maken met het ‘samen-gevoel’. Ik had iets geschreven van: leden van de Koepel en de Open Hof trekken straks in bij de Pelikaankerk.
Ik heb inmiddels begrepen dat dit tot verontruste en boze reacties binnen de wijkkerken heeft geleid. Het zinnetje werd uitgelegd als: dus we moeten ons straks voegen naar hoe ze het in de Pelikaan zeggen. Daarom kreeg ik vandaag het verzoek of ik in het vervolg zorgvuldiger wil formuleren - ook al is wat ik schreef feitelijk juist.

Ik wil best met zoveel woorden zeggen dat ik de informatiefolder die de drie wijkkerken maandelijks maken, en waar ik mijn bericht op had gebaseerd, er zeer goed uit ziet en ook goed informeert. En ik wil ook best zeggen dat drie op basis van gelijkwaardigheid opereren en dat geen van drieën de dienst gaat uitmaken en dat de gezette stap voorlopig is.
Het probleem is echter dat je bepaalde vooroordelen niet kunt wegnemen. De boze kerkleden hebben of de laatste folder niet gelezen, of de genuanceerde taal daarin ook niet goed uitgelegd. Ingenomen stellingen worden gekoesterd en alles wat ter bevestiging zal kunnen dienen, wordt aangegrepen.

Als je de dingen al te wollig of lievig opdist, wordt dit gezien als een achterbakse, geraffineerde - al dan niet ‘fine’, zoals ze hier zeggen - streek. De sportcollega sprak nogal streng tegen de boze Cambuurfan dat die zijn dwaze idee moest laten varen. Misschien zou ook wat fermer gesproken moeten worden tegen bijvoorbeeld Koepelkerkfans.

dinsdag 19 mei 2009

Festival316


Je kunt niet overal bij zijn, probeer ik mezelf voor te houden. Maar ik had toch graag zaterdagavond even een kijkje genomen bij Festival316 in Ureterp. Het christelijke muziekfestival in de tent van het oorverdovende, naar bier geurende Oerrock had maar liefst een kleine drieduizend bezoekers getrokken.
Enige tijd geleden besteedde ik in de krant al aandacht aan het festival. De aanleiding: het evangelische feest werd pas voor de tweede keer georganiseerd, maar is al het grootste van Noord-Nederland. En de organiserende stichting Unite in Christ was dit keer zo succesvol met de sponsorwerving, dat de entree gratis kon zijn.

De grote man achter het festival, Arnaud Dijkstra, sprak met aanstekelijk enthousiasme over Festival316, dat als doel heeft het evangelie uit te dragen. Bijbelvaste lezers hadden wellicht al vermoed dat de naam verwijst naar Johannes 3 vers 16 waar staat dat God de wereld zo lief had, dat hij zijn zoon Jezus gaf.
En, voor zover ik de verslagen begrepen heb, was het inderdaad zaterdag een feest. Met grote namen als Kees Kraayenoord en Sarah Kelly, die uitgebreid getuigden van de hoop die in hen is. Aardig detail in de marge: de website van Oerrock had zaterdag exact 316 unieke bezoekers. Zelfs bij Oerrock vonden ze dat opmerkelijk.

Voor veel mensen zal Festival316 te braaf en te christelijk zijn. Dat moeten ze dan maar eens aan sommige orthodox-gereformeerden in Ureterp en omgeving vertellen. Sommigen hebben bedenkingen bij het festival, ook al bestaat de stichting grotendeels uit degelijk gereformeerde, al dan niet oudere, jongeren.
Enkelen hebben zich bijvoorbeeld gestoord aan een promotieactiviteit een week eerder: een groep jongeren had van Damwoude naar Ureterp een 10 meter groot kruis voortgetrokken. Bij de foto die op de voorpagina van de LC stond, zette ik ‘Kruistocht in spijkerbroek’. Zo’n ‘kruistocht’, nee, dat kon toch echt niet.

Er zijn kerkenraadsleden, zo begreep ik, die zich ernstig afvragen of ze het festival volgend jaar weer zullen steunen. Dat vind ik werkelijk onbegrijpelijk. Dan heb je mensen in je directe omgeving die je op een presenteerblaadje een christelijk festival aanreiken met zó’n boodschap en zó’n respons - en dan zie je je zegeningen niet.

zondag 10 mei 2009

Hongerstaking


Kijk, dat is nog eens een herder die hart heeft voor de zaak. Don Eros Mario Pellizzari is parochiepriester van het dorp Campigo bij Venetië. Hij ging afgelopen zondag in hongerstaking. Waarom? Het stoort de pastor dat hij het leeuwendeel van zijn pakweg 1500 parochianen nooit meer bij de mis ziet.

De eucharistie hoort tot het hart van het geloofsleven en die verwaarlozen, betekent dus je geestelijk welzijn ernstig op het spel zetten. En dat doen dus de schapen van Pellizzari. Hij ziet alleen de ouden van dagen voor zich, en de zieken. Mensen die de eeuwigheid zien wenken of hopen op genezing.

Pellizzari is echter ook een man met verantwoordelijkheidsbesef en hij moet het goede voorbeeld geven. Dus hij is hij woensdag weer gestopt met zijn actie. Vandaag moet blijken of zijn actie zoden aan de dijk heeft gezet. In ieder geval heeft het wel indruk gemaakt bij de jongeren. Ze kwamen geregeld langs bij de priester, die de kerk voor de gelegenheid dag en nacht open hield.

Het lijkt me een actie die breed navolging en in alle pastorale vakbladen gepubliceerd moet worden.

zaterdag 9 mei 2009

Rituelen


Er is een tijd geweest, en die ligt nog niet zo ver achter ons, dat uitdrukkingen als ‘een plekje geven’, ‘de puzzelstukjes vallen nu op hun plaats’, ‘nu kan ik het afsluiten’ door niemand begrepen zouden worden. Nu hoort het tot het algemene taalgebruik.
Althans, dergelijke uitdrukkingen klinken voortdurend uit de mond van mensen die in de media aan het woord komen over ‘Apeldoorn’. Er wordt massaal gerouwd. De gebeurtenissen lijken op Nederland eenzelfde schokeffect te hebben als ‘09-11’ op de Amerikanen.

In onderzoeken en boeken komt het geregeld voorbij: er bestaat in de samenleving grote behoefte aan rouwrituelen. De stille tochten in eigen land en de bloemenzee voor het koninklijk paleis in Londen na de dood van Diana waren daarvan het bewijs.
Ik nam dat altijd voor kennisgeving aan. Ik geloofde het wel, maar realiseerde me niet hoe enorm groot die behoefte blijkbaar is. Door de nasleep van het drama op Koninginnedag kan daarover geen misverstand meer bestaan.

Kaarsjes branden, brieven schrijven aan overledenen of aan God en die aan ballonnen oplaten of ritueel verbranden, veel praten, stemmige muziek - het blijken probate middelen in een tijd waarin de kerken gestaag op de terugtocht zijn.
Ik zou wel eens een onderzoek willen naar hoe het mensen vergaat die zeggen de rauwe werkelijkheid van de dood ‘een plaatsje te geven’. Lukt dat ook werkelijk? Want wat ook opvalt, is dat het massale rouwen ook snel verdampt.

Op tv kon je mensen stellig horen zeggen dat het drama voor hen met de rituele herdenkingsbijeenkomsten afgesloten kon worden. Want dat lijkt ook een kenmerk van het nieuwe rouwen: het is intens, maar ook zo weer klaar.

donderdag 30 april 2009

Rampenplan

In de rand van het nieuws dat sinds het middaguur de media beheerst, kwam voorbij dat de Grote Kerk in Drachten open was voor mensen die even een veilig heenkomen zochten in een wereld die gek geworden was. Om een kaarsje te branden, om even stil te zijn, om op papier of in een gesprek gevoelens te verwoorden.
Morgenavond is er een rouw- of gedachtenisdienst om stil te staan bij het leed dat rond tien voor twaalf op deze koninginnedag al het andere in Apeldoorn en de rest van het land overschaduwt. En zo hoort het ook. Op zulke ogenblikken - ook wel de scharniermomenten van het leven genoemd - moeten de kerk simpelweg aanwezig zijn.

Onlangs bleek uit onderzoek van het Nederlands Dagblad dat steeds meer kerken een rol hebben gekregen in de gemeentelijke rampenplannen. En terecht. Lang is de rol die de kerken hebben bij opvang en nazorg in zulke plannen genegeerd. Terwijl bij uiteenlopende rampen bleek dat kerken wel degelijk een rol van betekenis hebben.
Na de Bijlmerramp in 1992, de eerste echt grote ramp in de recente geschiedenis van ons land, waren kerken tot in lengte van jaren betrokken bij de nazorg van betrokkenen. Toch leerden veel overheden daaruit geen les. De kerken leverden een wezenlijke bijdrage na de vuurwerkramp in Enschede in 2000 en de cafébrand in Volendam in 2001, maar nog altijd was hun rol vaak niet vastgelegd.

Nu is dat veranderd. Maar het legt wel een verantwoordelijkheid bij de kerken. Als het moment zich voor doet, moet er snel worden gehandeld. Predikant Rob Visser van de Grote Kerk in Apeldoorn is een goed voorbeeld hoe snel er gereageerd kan worden. Kerken moeten ook hun eigen rampenplan op orde hebben.

maandag 27 april 2009

Leeuwarder bisdom

In Leeuwarden is vanaf morgen een prachtige expositie te zien, ‘In het verborgene’, over de eeuwen waarin katholieken zich slechts met staties (schuilkerken) moesten redden.
Aanleiding is het feit dat vier eeuwen geleden katholiek leven in Leeuwarden een herstart maakte, omdat zich weer een priester in de stad vestigde. Over deze expositie valt in de krant vandaag van alles te lezen.

De parochie in Leeuwarden herdenkt ook dat 450 jaar geleden het Leeuwarder bisdom werd gesticht. Is die schuilkerkperiode al onbekend, het feit dat er een Friese bisschop was, is helemaal weggestopt. De Friezen hebben ook hun best gedaan om dat feit zo spoedig mogelijk te vergeten.
Maar toch is het gebeurd. Met klokgelui, donderende kanonnen, wapperende vaandels. De burgers van Leeuwarden konden zich op 1 februari 1570 vergapen aan een lange processie van lage en hoge geestelijken, wereldse hoge heren én de nieuwe bisschop van Friesland: Cuneris Petri met witte mijter en zilveren kromstaf.

Het was al de tweede bisschop die de Friezen opgedrongen kregen. De eerste hadden ze nog kunnen weren; de man durfde het niet aan te komen. Maar dit keer had Alva, bevelhebber van de Spaanse bezettingsmacht (zie illustratie), een commissaris gestuurd die een oogje in het zeil hield. En dus haalden ook de gilden en de schutterij alles uit de kast.
Dit hoogtepunt van de katholieke kerk in Friesland luidde tegelijk het einde in van het zeer 'rijke Roomsche leven' alhier. De katholieke kerk in Friesland heeft het voor een groot deel aan zichzelf te wijten dat de provincie een van de meest protestantse gewesten is geworden, zo schreef eens kardinaal Jan de Jong, afkomstig van Ameland.

In de vroege Middeleeuwen tel de Friesland tientallen zeer welvarende kloosters. In de loop der tijd maakte het heilig vuur in veel abdijen, ver van de bisschop in Utrecht verwijderd, plaats voor liederlijk en onzedelijk gedrag. De losbandigheid konden veel gewone Friezen nog wel door de vingers zien, maar wat stak was het grote grondbezit: ze hadden een derde van het land in handen.
Toen 'ketterse' ideeën - gereformeerd en doopsgezind - de kop op staken, was de maat vol. Pauselijke inquisiteurs kwamen langs, maar werden niet echt warm onthaald door de vrijheidsminnende Friezen. Om de lijnen kort te maken, werd Friesland in 1559 bij pauselijke bul tot bisdom gemaakt. Ook dat maakte weinig indruk, dus greep Alva zelf in. En zo kwam er een bisschop in Leeuwarden. Maar, het was te laat.

In 1576 kozen de Staten-Generaal voor het Noorden een Oranjegezinde stadhouder, twee jaar later werd de bisschop aan de kant en gevangen gezet en in 1580 werd Willem van Oranje zelf stadhouder van Friesland. Op 31 maart viel het doek: de katholieke godsdienst, openbaar of heimelijk, werd verboden. De kloosters werden verkocht of gesloopt en dat laatste werd met veel enthousiasme gedaan. Helaas, zeggen we nu.

woensdag 22 april 2009

Lego Evangelie


Het is jammer: weet je een adres op internet met echt leuke plaatjes op het vlak van geestelijk leven, dan lees je dat het absoluut verboden is om ze in bijvoorbeeld een weblog te gebruiken. Jammer, maar ik mag hier natuurlijk wel op de betreffende website wijzen: http://www.thebricktestament.com/.
U moet daar echt eens een kijkje nemen. Op die site worden tientallen bijbelverhalen verteld met Lego. Je moet er van houden, maar ik vind het geweldig. En wat opvalt is het feit dat de beeldverhalen, want dat zijn het, de tekst van de bewuste verhalen uit de bijbel echt op de voet en letterlijk volgen.

Bijbelgetrouwe Lego dus, ook in boekvorm verschenen (voor zover ik weet is er nog geen Nederlandse uitgeverij die een vertaling heeft aangedurfd). En het is niet verwonderlijk dat veel kerken, al dan niet legaal, voor kinder- en jeugdwerk gebruik maken van het materiaal dat op The Brick Testament is te vinden.
Toch viel me iets op toen ik, enthousiast geworden, eens uitgebreid voor die website ging zitten. De maker blijkt een voorliefde te hebben voor de gruwelijke en gewelddadige episodes uit de bijbel. Dus ik heb me maar eens in de man er achter verdiept. En wat blijkt: hij kiest die verhalen expres, zodat er een genuanceerd beeld over de bijbel ontstaat.

De Amerikaan Brendan Powell Smith zit achter het project. De dertiger zet ‘Rev.’ voor zijn naam, alsof ie predikant is. Maar dat is hij niet. Hij is een atheïst, zegt hij in interviews. Waarom hij met de The Brick Testament is begonnen? ,,Ik wil slechts duidelijk maken wat er allemaal in de bijbel staat. En dat hoop ik op een vermakelijke manier te doen.’’
Smith is niet anti-christelijk, benadrukt hij. Ook al zullen sommigen vinden dat God de vader en God de heilige Geest uitgebeeld met Legofiguurtjes, absoluut niet christelijk is. Zijn vertellingen, vindt hij, blijven veel dichter bij de bijbeltekst dan menig kinderbijbel. En daarin heeft hij beslist gelijk.

zaterdag 18 april 2009

Hamsteren


Er dreigt een hongersnood, ga naar de supermarkt en sla aan het hamsteren. Zorg dat er extra voedsel en drinken in huis is. Want er komen voedseltekorten op heel korte termijn. Die waarschuwing klinkt in evangelische kring en ik geef ‘m maar door, als consumententip.
De nieuwskrant Manna-vandaag.nl weet te melden dat een vooraanstaand evangelisch leider, bekend van de EO, recent deze waarschuwing gaf. Naar goed evangelisch gebruik - dat zouden meer mensen moeten doen - werd afgesproken dat appèl pas door te geven als de oproep spontaan door anderen bevestigd zou worden. Sindsdien, meldt Manna-vandaag.nl, is die waarschuwing inderdaad van ,,meerdere kanten’’ bevestigd.

Het Nederlands Dagblad schrijft dat de evangelische voorganger Harry Bijleveld tijdens een Maranatha-samenkomst eerder deze maand dezelfde waarschuwing van een dreigende hongersnood gaf. Op Maranatha-bijeenkomsten wordt traditioneel gewezen op het einde der tijden. Maar van deze boodschap van Bijleveld, die zei een visioen te hebben gehad, daarvan waren de bezoekers toch wel geschrokken.
De bekende Amerikaanse voorganger David Wilkerson heeft vorige maand eveneens een profetie van deze strekking naar buiten gebracht. Over Wilkerson: ouderen kennen hem misschien via de film ‘Kruis in de asfaltjungle’, waarin Pat Boone Wilkerson speelde als de predikant die onder jongeren in de achterbuurten van New York de Blijde Boodschap brengt. Niet de eerste de beste dus.

Al eeuwen wordt gewaarschuwd dat het einde der tijden nabij is, maar volgens Wilkerson en Bijleveld is het dan nu eindelijk zo ver. De mensheid staat aan de vooravond van een ramp. De wereldwijde crisis is slechts, om het bijbels te zeggen, het begin der weeën die dezer dagen echt zullen doorzetten.
Tip: vul eerst de eigen kelderkast en waarschuw dan anderen.

woensdag 15 april 2009

Achterdeur

Het staat ergens in Spreuken: oprecht gemeend zijn de wonden door een vriend geslagen, maar overvloedig zijn de kussen van een vijand. Oftewel: met welgemeende kritiek van een vriend kun je je winst doen. Zo kunnen evangelischen het nieuwe onderzoek en gelijknamige boek ‘Ooit evangelisch’ opvatten.
Het werd geschreven door twee evangelischen Otto de Bruijne en Karin Timmerman en de ex-evangelische Peter Pit, nu predikant in de Protestantse Kerk. Hun onderzoek betrof mensen die via de achterdeur een evangelische groep verlieten en vervolgens verketterd of genegeerd werden. De ervaringen van deze kerkverlaters zijn vaak uiterst pijnlijk.

Het heeft al uitvoerig in de kranten gestaan, ook in de LC, maar nog even kort en goed: mensen die actief en lang lid waren van een evangelische gemeente (gemiddeld achttien jaar) knapten af op de geslotenheid van de geloofsgemeenschap, de ‘leer van de onfeilbaarheid van de leider’, liefdeloosheid, etc., etc.
Het drietal achter het onderzoek wilde de evangelische wereld een spiegel voorhouden. Je leert meer van de vertrekkers, zo zeiden ze, dan van de nieuwelingen. Nu is de grote vraag wat de evangelische wereld gaat doen. Durft men het aan kritisch naar zichzelf te kijken, of wordt kritiek als bijvoorbeeld het werk van de duivel van de hand gewezen?

De eerste geluiden die ik tot nu toe gehoord heb, maken me daar niet gerust op. In ieder geval van twee evangelische leiders weet ik dat ze zich beslist niet herkennen in het beeld dat in het onderzoek geschetst is. Toevallig ken ik iemand die juist om het optreden van één van die twee leiders de betreffende gemeente de rug heeft toegekeerd.

zondag 12 april 2009

Uit bed!



Keith Green is een van radicaalste gospelzangers die ik tot op heden heb gehoord. Wie naar een concert van hem ging, kon er zeker van zijn links en rechts om de oren te krijgen.
‘Ging’ - verleden tijd - want Green is niet meer onder ons. Hij stierf op 28-jarige leeftijd in 1982, samen met twee van zijn jonge kinderen, toen het vliegtuigje waar zij inzaten neerstortte.

Een typerend lied voor Green, zeer geschikt voor Pasen, is ‘Asleep in the Light’. Een geweldig zinnetje uit dit nummer:
‘Jesus rose from the grave
And you, you can’t even get out of bed.’


Green dreigt ruim een kwart eeuw naar zijn dood volkomen vergeten te worden. Jammer, want ook al ging hij soms wel erg scherp door de bocht, zijn muziek is het nog altijd waard beluisterd te worden. Klik op de YouTube-link, van harte aanbevolen.

woensdag 8 april 2009

Paasontbijt


Toevallig hoorde ik deze week in het ziekenhuis iemand vertellen dat ze helpt bij de organisatie van het paasontbijt voor het personeel. Wanneer dat ontbijt was? Vrijdagmorgen. Ik kon het niet laten en zei dat zo’n feestmaaltijd wel erg prematuur was. ,,Er moet eerst nog iemand sterven en opstaan.’’
Zondagmorgen, ging ik door, dan is het tijd voor een paasontbijt. Dat kan wel zijn, was het antwoord, maar op dat tijdstip komt er geen hond. Daar had ik weinig tegenin te brengen. Op paaszondag naar je werk gaan als je geen dienst hebt, is wel wat erg overdreven. Pasen moet wel leuk blijven natuurlijk.

Maar, nu we het er toch over hadden, de vrouw wilde graag meer weten van de chronologie rond Pasen. ,,Ik merk dat ik met een kenner te maken heb.’’ Nou ja, mompelde ik en begon te vertellen. Dat dit de zogenaamde Stille Week is met om te beginnen Witte Donderdag. ,,Dat is toch de dag van het laatste avondmaal?’’ Inderdaad.
Daarna volgt Goede Vrijdag, waarop herdacht werd dat Jezus gekruisigd werd en stierf. Stille Zaterdag is stil, omdat Jezus toen in het graf lag en zondagmorgen is het Pasen, het feest van de opstanding. Eigenlijk vieren christenen iedere zondag een beetje Pasen, die opstandingsdag is uitgekozen voor de wekelijkse vierdag.

Het feestelijke paasontbijt herinnert er aan dat Jezus’ volgelingen, de vrouwen voorop, een leeg graf aantroffen. Steeds meer mensen weten dat niet meer. Het christelijke feest dat ooit over het oude lentefeest is gelegd, verdwijnt. En daarmee is een paasontbijt weer gewoon een gezellig heidens feest geworden.
Volgens een onderzoekje van Trendbox vindt 62 procent van de mensen Pasen een commercieel feest geworden, en tweederde van de ondervraagden geeft de voorkeur aan kerst. Toch wil niemand het feest kwijt, ook niet de vrije maandag. Het liefst willen veel mensen (60 procent) vrij op Goede Vrijdag. Zo belangrijk is het feest wel.

zondag 5 april 2009

De ruimte van de PKN


Ik begrijp, zei hij, weinig van mijn kerk. De goede bekende die ik na de dienst voor de kerk ergens in Friesland trof, was bezorgd. ‘Zijn’ gereformeerde kerk was wel meegegaan in de Protestantse Kerk in Nederland (PKN), maar kon ,,gelukkig’’ voluit het eigen belijdende karakter behouden. Maar hoe het met de ‘rest’ van de PKN stond?
Toen ik dezer dagen het boek ‘Na een gezonde geloofscrisis’ van predikant Jan Offringa las, moest ik weer aan die broeder denken. Offringa is voorzitter van Op Goed Gerucht, de beweging van moderne theologen binnen de PKN. De predikant neemt in het boek afstand van allerlei oude geloofsvoorstellingen.

Eind 2000 verscheen in de PKN een zogenaamd synodaal geschrift: ‘Jezus Christus, onze Heer en Verlosser’. Menig confessionele gelovige binnen die kerk was daar zeer content mee. In het stuk werd immers met zoveel woorden gezegd dat Jezus Christus op Goede Vrijdag stierf voor onze zonden en dat hij ons zo met God verzoende.
Maar nu is er dus weer zo’n boek als dat van Offringa. Hij schrijft daarin dat hij niet in die verzoening door Jezus’ dood gelooft. ,,Dat God mensenbloed nodig heeft om zijn boosheid te laten varen, staat op gespannen voet met talloze teksten in de Schrift. Het leidt tot het verwrongen beeld van een God die niet uit zichzelf kan vergeven.’’

Offringa rekent met een reeks dogma’s af, misschien tot opluchting van velen, maar wel geloofsopvattingen die elders in de PKN nog steeds worden hooggehouden. Zoals Jezus als de zoon van God, een almachtig of persoonlijk God, de bijbel als goddelijk Woord of de leer van de erfzonde. Dat laatste dogma vindt hij ,,een serieus bedrijfsongeval’’.
Het is volkomen begrijpelijk dat mensen in de PKN het spoor bijster raken. Waar staat die kerk nu nog voor? Wat kan er wel en wat mag er niet (meer) gezegd worden? Mag iedereen maar van alles roepen? Het wordt tijd dat de kerk helder maakt waar zij voor staat. Zeker als het gaat om wat er rond Goede Vrijdag en Pasen is gebeurd.

woensdag 1 april 2009

Schuldbelijdenis

Enige weken geleden is in de Sint Janskathedraal in Den Bosch tijdens een eucharistieviering gebeden voor allen die zijn getroffen door de crisis. Voor de goddelijke steun werd afgebeden, moest volgens plebaan Geertjan van Rossum eerst schuld worden beleden en nederig worden gevraagd om vergeving. En zo gebeurde het ook.
,,Ligt het nu aan mij, of is het bij deze ene kerkdienst gebleven?’’, vroeg mijn moeder mij vanmiddag. Goede vraag, ik heb eigenlijk geen idee. Hier en daar zal een predikant wel op de kansel hebben gepleit voor verootmoediging, maar voor zover ik weet zijn er geen oproepen van landelijke kerken aan lokale gemeenten gedaan.

Mijn moeder vindt het hoog tijd voor een schuldbelijdenis van de hele christenheid. Die moeten bij uitstek het goede voorbeeld geven. Bij voorkeur, dacht ze hardop, moet dat mondiaal op een vast uur gebeuren zodat met het draaien van de aarde naar de zon urenlang vanuit kerken over de hele wereld woorden van schuld zullen worden opgezonden naar de hemel. ‘Erbarm u onzer!’
Je krijgt, ging mijn moeder verder, wel eens het verzoek om als gemeente op te staan voor de volgende mededeling. Je weet dan als ervaren kerkganger dat het bericht volgt dat een broeder of zuster is overleden. Eenzelfde houding lijkt haar ook gepast wanneer het menselijk falen, het onverantwoorde en zelfzuchtige gedrag van ons allen wordt verwoord.

Ze heeft, zoals gebruikelijk, een punt en daarom geef ik hier ook alle ruimte aan haar oproep. De protestantse kerken hebben net de traditionele bid- en dankdag achter de rug, voortgekomen uit het besef dat alles op aarde uit Gods hand ons ten deel valt. En het besef dat alles wat wij mensen bijdragen onvolkomen is.
Er zijn mensen die heel snel de straffende hand Gods in allerlei gebeurtenissen zien. Ongetwijfeld zijn er ook velen die zo naar de kredietcrisis kijken. Maar ook als je niet gelooft dat er sprake is van goddelijk ingrijpen, is er toch alle reden om zoveel zelfkennis aan de dag te leggen dat er in ieder geval sprake was van een gezamenlijk tekort.

zaterdag 28 maart 2009

Processie


Voor het eerst sinds mensenheugenis trekt morgen weer een rooms-katholieke processie door Soest. En dat is nieuws. De aanleiding is overigens triest: de allerlaatste eucharistieviering in de Mariakerk aldaar. De tocht is symbolisch, legt de pastoor uit: de parochie wil zo demonstreren dat zij gelooft dat God mee trekt naar een nieuwe plek.
Het komt de laatste jaren vaker voor dat katholieken voor het eerst sinds jaren weer een processie organiseren op de openbare weg. De Bonifatiusdag in juni 2007 in Dokkum werd bijvoorbeeld aangegrepen voor een plechtige processie (zie foto). Wierook, wapperende vlaggen en kazuifels, blinkend koper - prachtig.

Er is sprake van hernieuwd zelfvertrouwen onder de Nederlandse katholieken, zegt Peter Jan Magry, onderzoeker religieuze cultuur. Hier en daar werpen roomsen de oude schuilkerkmentaliteit af. Maar die mentaliteit zit diep, zeker in het Noorden, constateerde vicaris Johan te Velde in 2005 in een lezing in Leeuwarden.
Dat is ook de schuld van de protestanten. Katholieken móchten lang de straat niet op. Er was een processieverbod. En dat is katholieken haast in de genen gaan zitten. Toen de processie in Dokkum in 2007 werd voorbereid, was er even nog de vrees dat dat gebod nog geldig was. Onnodig, want dat was al in 1972 uit de wet geschrapt.

Dat processieverbod was bedenkelijk, zeker voor een land dat er prat op gaat al eeuwen tolerant te zijn. Van de Reformatie van de Lage Landen tot 1853 werden de ‘paepsche stoutigheden’ slechts gedoogd, mits katholieken geen aanstoot gaven. Dankzij Thorbecke kwamen ze weer officieel bovengronds. Maar dat koste hem wel zijn premierschap.
Er ontstond namelijk een storm van protest, of een ,,antipapistische brand’’ zoals katholieke commentatoren toen schreven. Het verbod op processies moest de zorg wat wegnemen dat katholieken al te nadrukkelijk aanwezig zouden zijn. Plaatselijke overheden hadden het recht om processies te verhinderen, wanneer er niet sprake was van een eeuwenlange (gedoogde) praktijk. En dat heeft er diep en lang ingehakt. Zie bijvoorbeeld Soest.

dinsdag 24 maart 2009

Apologetiek


Soms vormen de antwoorden op vragen die helemaal niets met het onderwerp van een lezing te maken hadden, het grootste nieuws. Dat was bijvoorbeeld vorige week het geval met een spreekbeurt van Andries Knevel in Surhuisterveen. Onze krant besteedde ruim aandacht zijn optreden, maar dan louter aan wat hij zei over de rel rond zijn persoon.
Intussen had hij zonder meer een boeiend verhaal verteld. Knevel had uiteengezet dat gelovigen ook ,,harde bewijzen’’ hebben dat de bijbel waar is. Bijvoorbeeld, heel kort: onderzoek heeft aangetoond dat alle feiten als plaatsnamen die Lucas in het bijbelboek Handelingen noemt, kloppen. Gevolgtrekking: dan zal ook zijn evangelie betrouwbaar zijn.

Ander voorbeeld: aan de Korintiërs, onder wie twijfels waren gerezen over Jezus’ opstanding, schrijft Paulus dat Jezus na zijn opwekking uit de doden aan allerlei mensen is verschenen. Onder meer aan een gezelschap van vijfhonderd mensen, aldus de apostel, van wie de meesten nu nog leven (I Korintiërs 15 vers 6).
Dat laatste was makkelijk te controleren door de geadresseerden, aldus Knevel. Zou Paulus zoiets uit zijn duim gezogen hebben, het risico lopend dat via contacten met mensen in Jeruzalem al snel het verhaal in de wereld zou komen: nee hoor, het is niet waar, Paulus roept maar wat?

,,U gelooft niet omdat u simpel bent, maar omdat u met uw hart gelooft en omdat uw verstand meedoet’’, aldus Knevel. Dergelijke bewijsvoering, zo vertelde Knevel, stond lang bekend als apologetiek, de verdediging van het christelijk geloof. Een vak dat tot zijn tevredenheid op Britse universiteiten weer opgang maakt.
,,Het debat over het geloof mag weer en christenen moeten heel goed beslagen ten ijs komen.’’ Als illustratie noemde Knevel voor de vooral oudere bezoekers het gesprek met kinderen of kleinkinderen. ,,En’’, zei hij, ,,ook bij Pauw en Witteman heb ik het ontzettend nodig.’’ Dat laatste, daar heb ik grote vraagtekens bij.

Dat je met je nageslacht als gelovige wel eens een stevig gesprek wil over de redelijkheid van het geloof, daar kan ik goed inkomen. Maar argumenten als hierboven aandragen voor Pauw en Witteman of vergelijkbare praatprogramma’s? Volgens mij heeft Jezus van dergelijke situaties gezegd dat je geen paarlen voor de zwijnen moet gooien. Ik ben sowieso geen fan van apologetiek, maar aan de postmoderne stamtafel krijgt het helemaal iets triests.

zaterdag 21 maart 2009

Bekende gezichten


De Leeuwarder wethouder van sociale zaken, Marco Florijn, keek vanmorgen eens rond in de Bonifatiuskerk en zag allemaal bekende gezichten. Hij was als spreker te gast bij de jubilerende katholieke parochie, die Make a Difference Day had aangegrepen om het vele diaconale werk voor het voetlicht te halen.
,,Ik zie allemaal mensen die ik ken van allerlei projecten’’, stelde Florijn tevreden vast. En dat klopte. Er waren vrijwilligers uit het Aanloophuis, de nachtopvang van daklozen, de Wereldwinkel, de Arme Kant van Leeuwarden en nog een reeks andere initiatieven.

Even later werd het boekje ‘Pareltjes van de diaconie’ gepresenteerd over de uiteenlopende diaconale activiteiten. Achterin zit een ‘Parelkaart’. Degenen die ook vrijwilligerswerk willen gaan doen, kunnen kiezen uit ruim 25 activiteiten.
Voor wie het wil zien, is het duidelijk: de kerken leveren nog altijd een forse bijdrage aan de samenleving. Een ,,onmisbare bijdrage’’, werd zaterdag benadrukt. En dat klopt. Het is een beetje jammer dat de kerken zelf dit zo nu en dan moeten voorrekenen, maar anders zou het niet worden opgemerkt. Het is nog maar een paar jaar geleden dat in een Haags overheidsrapport over vrijwilligerswerk de kerken helemaal vergeten waren.

Gelukkig verandert het klimaat. En Florijn is daar een mooi voorbeeld van. De tijd is voorbij, zo zei hij, dat de overheid of een PvdA-wethouder de kerken kan negeren. En hij stelde een partnerschap voor tussen gemeente en parochie. ,,We kunnen samen veel voor elkaar krijgen.’’ Kijk, Florijn heeft het begrepen.
Bisschop Gerard de Korte van Groningen-Leeuwarden sprak ook en legde uit dat omzien naar de ander vanzelfsprekend hoort bij het christenleven. Hoe zwaar de naastenliefde weegt, bleek uit een parallel die hij trok met de eucharistie, het heiligste sacrament: ,,Christus is te ontmoeten in de eucharistie, maar evenzeer in de armen.’’

donderdag 19 maart 2009

Knevel spreekt

Sinds de rel rond zijn persoon betracht EO-coryfee Andries Knevel het stilzwijgen. Maar hij had al een half jaar geleden een afspraak voor een spreekbeurt gisteravond in Surhuisterveen gemaakt en wilde die nakomen. En hij wilde geen stommetje spelen, dus hij beantwoordde ook de onvermijdelijke vragen over de kwestie.
De zaal zat overigens niet zo vol als was gehoopt door de organisatie, de regionale afdelingen van de drie orthodoxe organisaties binnen de Protestantse Kerk in Nederland (Evangelisch Werkverband, Confessioneel Beraad en Confessionele Vereniging). Misschien lag het er aan dat Ajax speelde. Maar de controverse rond Knevel, zo gaf de leiding toe, was de meer waarschijnlijke oorzaak van de lege plaatsen.

En ja hoor, ze kwamen: de vragen over de verklaring die Knevel in de documentaire ‘’t Zal je maar gebeuren’ van 3 februari tekende, waarin hij afstand nam van zijn oude, creationistische denkbeelden. Knevel was eerlijk en stelde zich kwetsbaar op. De storm die ontstond heeft hem bijzonder aangegrepen. Vooral omdat het blazoen van de EO is geschaad. ,,Dat doet mij het meeste pijn.’’
,,Ik kan wel een stootje hebben. Ik deel er ook wel eens eentje uit, dan moet je ook kunnen incasseren. Maar het feit dat het in het achterland van de EO zulke onrust heeft gebracht, dat doet mij pijn. Ik heb vele slapeloze nachten gehad. Ik heb de onrust veroorzaakt. Ik ben dom geweest. Ik heb al zes weken buikpijn.’’

Knevel gaf ruiterlijk toe dat hij het zelf ook flink moeilijk heeft gehad. ,,Poeh, wat is dat zwaar. Wat is dat zwaar. Er is ook nogal wat modder over me heen gekomen hè.’’ Hoe het nu met hem gaat? ,,Ik ben aan het opkrabbelen, maar het is heel slecht geweest.’’
Waarom hij niet is afgetreden? ,,Ook ministers zeggen tegenwoordig ‘sorry' en treden niet af. En ik dacht: hoe kan ik het vertrouwen terugwinnen? Door te laten zien wat ik wel geloof. Wel geloof? Man, ik ben zo gelovig als wat. En natuurlijk is het evangelie waar, hou nou toch op! Maar als ik straks terugrij naar Bussum, dan zie ik net als iedere avond die beelden weer op mijn netvlies en dan zeg ik weer: ohhh, sufferd, sukkel, stom!’’

maandag 16 maart 2009

Kanselruil


De vrijgemaakt-gereformeerden van de Morgenster (zie foto) en christelijk-gereformeerden van de Bethelkerk in Leeuwarden beleven zondagmorgen een historisch moment: de beide predikanten verruilen van kansel. Na jaren van uiterst voorzichtige toenadering is er dan nu sprake van ‘verkering’, zo mag je kanselruil toch wel noemen.
‘De langzame haast des Heren’, typeerde een van de predikanten het. Inderdaad, erg snel is het niet gegaan. De vorige historische stap was immers al begin jaren negentig: toen hadden in Leeuwarden de Gereformeerde Kerk (vrijgemaakt) en de Christelijke Gereformeerde Kerk elkaar herkend en erkend als kerk van Christus.

Voor buitenstaanders is nauwelijks aan te voelen hoe ingrijpend het moment zondag is. Vele tientallen jaren waren er al op landelijk niveau zogenaamde samensprekingen, maar dat leverde bitter weinig op. Dat gold ook voor het contact met de Nederlands Gereformeerde Kerken - het derde orthodox-gereformeerde kerkgenootschap. Er bleken allerlei hete hangijzers als ‘de toe-eigening des heils’ (dat kan ik hier helaas niet eventjes uitleggen).
Op lokaal niveau gebeurde er lang niets. Het is nog maar enige jaren geleden dat je op een vrijgemaakte kansel een gebed kon horen voor iemand die de kerk had verlaten. Als niets vermoedende passant had je de indruk dat de jongen in kwestie God de rug had toegekeerd. Wat bleek later bij navraag: hij ging met zijn verloofde mee naar de christelijk-gereformeerde kerk.

Op landelijk niveau is er nog steeds weinig beweging, maar plaatselijk kan op het terrein van de ‘kleine oecumene’ op eens heel veel. In Sneek zijn vrijgemaakten en christelijk-gereformeerden zelfs al gefuseerd. En in Deventer is helemaal iets bijzonders gebeurd: daar vormen vrijgemaakten, christelijk-gereformeerden en Nederlands-gereformeerden gedrieën sinds kort een samenwerkingsgemeente.
Een van de opvallende veranderingen is de openheid van de vrijgemaakten. Daar gaan de deuren en ramen op eens ver open. Misschien ontgaat het me, maar ik hoor bij al het voortschrijdend inzicht zelden de gedachte dat er misschien ook eens iets gezegd moet worden over het gebrek aan oecumenische gezindheid in het recente verleden. Het woord ‘excuses’ hoor je in dat verband al helemaal spaarzaam vallen.

vrijdag 13 maart 2009

Broeder X

Vrijwel iedere kerkelijke gemeente heeft wel één broeder X. En soms wel twee. Of drie. En dan ben je helemaal in de aap gelogeerd. Broeder X is zo’n man die overal goed van op de hoogte is. Die meeleeft - dat moet gezegd worden - maar dat doet met een nogal onheilig doel: continu dwarsliggen.
Broeder X doet niet alleen bijdehand tijdens een gemeentevergadering, hij doet ook ronduit vervelend. De kerkenraadsleden en gemeenteleden kunnen op hun vingers natellen dat broeder X op een gegeven moment zal opstaan, en toch valt het iedere keer weer zwaar om het ook echt mee te maken. Er wordt vaak hoorbaar gezucht als de man in de benen gaat.

Gek genoeg zijn het altijd broeders die een hele kerkelijke gemeente kunnen gijzelen en geselen met hun ‘heilige’ verontwaardiging. Er is zelden een zuster X. En als broeder X niet voldoende gelijk krijgt naar zijn eigen zin, dan zoekt hij het hoger op. In de protestantse kerken betekent dat: bij de classis, de regionale kerkvergadering.
Omdat broeder X nooit helemaal ongelijk heeft, altijd wel ergens een punt heeft, wordt hij al dan niet met verholen tegenzin aangehoord. En soms worden zijn bezwaren gehonoreerd. Ongetwijfeld gebeurt dat met de beste motieven, maar daarmee wordt het desastreuze gedrag van broeder X continu beloont.

Tegelijkertijd voelt de ‘rest’ van de gemeente zich behoorlijk gefrustreerd over de gang van zaken. Geregeld hoor ik van zulke kwesties en op dit moment speelt er weer zo’n zaak in mijn nabije omgeving. Anders altijd loyale kerkleden zijn nu graag bereid om hun verhaal te doen, om stoom af te blazen, om met dingen te gaan gooien, om…
Dat moeten kerkenraden en classisbesturen zich ook realiseren: broeder X is een probleemgeval dat veel schade aanricht. Met broeder X moet eens een hartig woordje gesproken worden. Of hij wel begrepen heeft waar het in het Evangelie om draait. Broeder X moet worden gestopt. Tot zijn eigen heil en tot heil van de gemeente.

woensdag 11 maart 2009

Verdrietige paus


Opmerkelijk openhartig is de brief die paus Benedictus XVI aan de bisschoppen overal ter wereld heeft gestuurd, waarin hij reageert op alle kritiek die hij heeft gekregen door de kwestie rond de Britse bisschop Richard Williamson. De man die de Holocaust ontkent en van wie de excommunicatie door de paus is opgeheven.
,,Er is op mij ingehakt’’, stelt de paus treurig vast. Hij is geschrokken van de heftigheid. En het tempo waarmee deze veenbrand zich, dankzij internet, over de wereld verspreidde. De paus realiseert zich dat het Vaticaan nog zorgvuldiger te werk zal moeten gaan. Rome was niet op de hoogte van Williamsons verwerpelijke opvattingen.

Benedictus blijkt vooral te zijn getroffen door de graagte waarmee katholieken zich op hem hebben gestort. Ze waren van harte tot de aanval bereid en deden dat met enthousiasme, zo constateert de kerkvorst. En daar heeft de paus beslist een punt: er zijn heel wat katholieke schapen die constant blaten als het over de herder en diens onderherders gaat.
Ik ken katholieken die zich behoorlijk kunnen storen over dingen die door buitenstaanders over hun kerk worden gezegd. Dat kan ik mij voorstellen. Hoewel, soms wordt er al te snel aan een complot gedacht. Daar hebben katholieken overigens geen alleenrecht op. Ook leden van andere kerken zien net iets te vaak schimmen achter het struikgewas.

Maar waar de Rooms-Katholieke Kerk zich volgens mij wel sterk in onderscheidt, is het feit dat er helemaal geen criticasters van buiten nodig zijn. Nogal wat katholieken zijn van nature geneigd het slechtste te denken en te zeggen van de eigen kerkleiding. Misschien is dat de prijs die je moet betalen als je een wereldkerk bent.
Maar dan nog. Voor buitenstaanders is het soms onbegrijpelijk hoe er onder roomsen gemord wordt. Als je lid bent van een club, ben je loyaal lid van de club. Dat geldt voor een tennisvereniging en zeker voor een kerk. Bevalt het je niet, schrijf je dan uit. Je moet katholiek zijn om dat continue opstandige geblaat te begrijpen.

zaterdag 7 maart 2009

Protestantse actiegroep


De protestanten als een actiegroep die zichzelf vergeten is op te heffen toen het doel was bereikt. Deze vergelijking van de katholieke pater Eduard Kimman, vorig jaar, deed nogal wat stof op waaien. Zeker omdat Kimman op dat moment secretaris van de Nederlandse bisschoppenconferentie was, een katholieke topman dus.
Deze week was er een aardige discussie in Groningen: tussen Kimman en dominee Arjan Plaisier, secretaris van de Protestantse Kerk in Nederland. Kimman legde nog eens uit wat hij met zijn prikkelende uitspraak bedoelde: de kerkhervormers Luther en Calvijn zouden bijzonder tevreden zijn met de RK Kerk na de hervormingen van het Tweede Vaticaanse Concilie uit de jaren zestig.

Ongetwijfeld zal dat waar zijn. De bijbel, in de zestiende eeuw onbereikbaar voor modale gelovigen, wordt door de kerk van Rome ook als leidraad in het leven van alle gelovigen gezien. Bovendien worden de kerkdiensten nu ook in de volkstaal gehouden en niet in een onbegrijpelijke geheimtaal. Luther en Calvijn zouden dolblij zijn geweest wanneer dat in hun dagen gerealiseerd had kunnen worden.
Maar wat tijdens zo’n ontmoeting tussen een katholiek en protestant blijkt, is dat er nog altijd zeer grote hindernissen zijn tussen beide stromingen. De positie van de paus als plaatsvervanger van Petrus en uiteindelijk van Christus, de Mariaverering, de vele sacramenten in de RK Kerk, en wat Plaisier benadrukte: de visie op de kerk als bemiddelaar tussen de gelovige en God.

Het voornaamste struikelblok is waarschijnlijk iets wat door de kerk van Kimman wordt opgeworpen. En dat is de manier waarop in het Vaticaan tegen de protestantse kerken wordt aangekeken. Kimman gaf volmondig toe dat dat een zeer lastig punt is. De kerk van Rome wordt als de moederkerk gezien, de oosters-orthodoxe kerken als zusterkerken, maar de protestantse kerken? Dat zijn ,,kerkachtige genootschappen’’.
Kimman sprak overigens van ,,kerkgenootschappen’’. Dat is een lastige term, omdat voor veel mensen er een isgelijkteken staat tussen ‘kerk’ en ‘kerkgenootschappen’. Maar in het taalgebruik van de traditie waarin Kimman staat is een ‘kerkgenootschap’ bepaald niet gelijk aan de Kerk, die in die traditie met een hoofdletter wordt geschreven.

In het befaamde document ‘Dominus Iesus’ van paus Johannes Paulus II werd dat verschil sterk benadrukt. Katholieken kunnen niet volmondig zeggen dat de protestantse kerken dezelfde status hebben. Daar zijn diverse redenen voor: het ontbreken van de bisschoppelijke successie (opeenvolging), van wijdingen en de eucharistie. In dat opzicht was de uitdagende uitspraak van Kimman over die actiegroep, veelzeggend en glashelder: protestanten moeten uiteindelijk terugkeren in de moederschoot der kerk. Van Rome.
Ik betwijfel ten zeerste of Luther en Calvijn de protestanten vandaag zouden aanmoedigen op dat ‘aanbod’ in te gaan.

dinsdag 3 maart 2009

Bruto maandsalaris


In mijn omgeving wordt verbaasd gereageerd op de berichtgeving rond de Christelijke Gereformeerde Kerk in Zwolle die van de leden een bruto maandsalaris vraagt voor het aankopen van een gebouw. Zoiets extreems hebben ze nog nooit gehoord. Nou, dan heb ik ‘nieuws’: offeren in deze mate is niet uitzonderlijk.
Het gebeurt vaker dat kerken zo’n bijdrage vragen. Let wel: boven op de maandelijkse ‘vaste vrijwillige bijdrage’. Ja, beste mensen, het kan nog gekker. Zo uit mijn hoofd: de vrijgemaakt-gereformeerde Morgenster in Leeuwarden is enige jaren geleden op die manier deels bekostigd. En geregeld lopen die vaste maandbedragen in de honderden euro’s. Daar komen dan nog de collectes in de kerkdiensten bovenop.

Misschien zijn mensen zo verbaasd over dergelijke vrijgevigheid, omdat wij als kranten dat in de hand werken. Vaak is er wel jaarlijks aandacht voor de financiële actie Kerkbalans, waaraan onder meer de Rooms-Katholieke Kerk en de Protestantse Kerk in Nederland deelnemen. De gepubliceerde jaartoezeggingen zijn vaak veel lager.
Die bedragen schommelen ergens tussen de €250 tot €300. Maar, let wel, het gaat om gemiddelde bijdragen. Er zijn zeker in de grote kerken veel mensen die niets of slechts symbolisch iets geven. Dat betekent dat er ook een categorie leden in die kerken is, die flink in de buidel tast. Daar kan het ook best om duizenden euro’s per jaar gaan. Per gezin.

Maar de vrijgevigheid is, gemiddeld genomen, hoger in orthodox-protestantse kring. En dan hebben we het nog niet eens over de evangelische groepen gehad. In veel gemeenten van evangelicale snit is het niet ongewoon de bijbelse richtlijn om ‘de tienden’ te geven, nog altijd heel letterlijk te nemen.
Ja echt, een tiende van een gezinsinkomen gaat naar de kerk en andere goede doelen. Het is dus blijkbaar eens goed om het maar weer eens vast te stellen: de vrijgevigheid in christelijke kring is enorm. Bij de Belastingdienst kunnen ze dezer dagen gemakkelijk vaststellen of iemand bij een kerk hoort: aan de hoogte van de post ‘giften’.

zondag 1 maart 2009

Eng landje

De collega’s van Trouw hebben een onderzoekje laten doen naar hoe er in Nederland over schepping of evolutie wordt gedacht. Veel mensen blijken de brochure ‘Schepping of evolutie?’ niet eens gezien te hebben tussen de folders. Van verontwaardiging is nauwelijks sprake. Het vlugschrift terugsturen? Zonde van de postzegel.
Sommigen maken zich wel druk over de brochure, gemaakt door een reeks behoudende christelijke organisaties. Een aantal populaire websites als Retecool en GeenStijl zijn een terugstuuractie begonnen via terugnaarjemaker.nl. Coördinator van de brochure, Kees van Helden op Urk, heeft er de afgelopen week enige honderden teruggekregen.

Trouw constateert lauwheid rond de kwestie, maar de mensen die zich wel druk maken gaan erg ver. Ze hebben de telefoonnummers, het huisadres en het e-mailadres van Van Helden op het internet gepubliceerd. Het resultaat: schandalige reacties per post, mail en telefoon. Inclusief verwensingen en doodsbedreigingen.
Dergelijke reacties staan niet op zichzelf. Het niveau van de berichtgeving en reacties op de sites achter terugnaarjemaker.nl is vaak beneden alle peil. Het kan niet anders dan dat bij een aantal mensen, vooral jongeren, steeds meer de indruk bestaat dat alles zo’n beetje in de omgang met andersdenkenden is geoorloofd.

Van Helden stelde vorige week in een gesprekje dat ik met hem had, wat grimmig vast dat christenen niets meer mogen zeggen en dat iedereen maar alles van christenen mag zeggen. Illustratief vindt hij de voorbeeldbrief op terugnaarjemaker.nl aan zijn adres. Zou je God door Allah vervangen, aldus Van Helden, dan zou Nederland te klein zijn.
Anderen zeggen dat respectloos gedrag (helaas) niet alleen christenen treft. Het niveau waarop we elkaar bejegenen is over de hele linie gekelderd. Veel betaalde commentatoren doen intussen meesmuilend over de ‘vertrutting’ door dit kabinet. Zijn ze wel fris? Nederland wordt wel een heel eng landje - en niet door mensen als Van Helden.