Ook als rubriek op de zaterdagse pagina Spiritualteit in de Leeuwarder Courant

.

dinsdag 28 juli 2009

God op het veld


Niet alleen in menig kerk zijn de regels heilig, in de sport is dat ook zo. En als het over voetbal gaat, dan is de wereldvoetbalbond Fifa zoiets als de Vaticaanse congregatie voor de geloofsleer voor de Rooms-Katholieke Kerk. Daar worden de dogma’s van het spel opgesteld, bewaakt en - in uitzonderlijke gevallen - bijgesteld.
Nu heeft Fifa onlangs laten weten strenger te zullen optreden tegen spelers die hun geloof belijden door hun voetbalshirt uit te trekken, waardoor vervolgens een ander shirt is te zien met daarop een korte en krachtige geloofsbelijdenis. Zoals: ‘Ik behoor Jezus toe.’ Of: ‘Ik hou van God.’ Braziliaanse spelers hebben daar een handje van.

Tijdens een wedstrijd, zo luidt het voetbaldogma van Fifa, mogen geen religieuze, politieke of persoonlijke boodschappen worden uitgedragen. Geen reclameslogans voor een partij of een product, en ook geen geloofsbelijdenis tussen de lijnen van het spel. Velen vinden dat een goed idee. Je beledigt dan ook geen mensen met een andere godsdienst.
Anderen reageerden kritischer. De vrijheid van godsdienst, zo is de zorg, mag niet in het geding komen. Dreigt er een heksenjacht die past in het verbieden van boerka’s, hoofddoekjes en wat al niet meer? En kun je het geloof in God wel gelijkschakelen met een reclame-uiting van een frisdrank- of elektronicamerk?

Wat de beweegredenen van Fifa ook zijn, het is goed dat voetballende gelovigen als die pinksterchristenen uit Zuid-Amerika aan het denken worden gezet. Ik kijk nauwelijks voetbal, maar voor zover ik begrepen heb, komen de belijdende T-shirts komen alleen tevoorschijn wanneer er sprake is van een doelpunt of overwinning.
Maar wat is dat dan voor getuigenis? Is God dan niet in de nederlaag? Zou God daarmee ook niet iets willen zeggen? Moet je dan niet een shirt bij de hand hebben waarmee je belijdt dat God je laat inzien dat het najagen van de bal het najagen van wind is en dat je je hebt laten verblinden door de mammon, de God van het geld?